Introductie
n.a.v. het nieuwjaarsconcert 'Sheherazade'
door de Koninklijke Harmonie Ste-Cecilia Zele
n.a.v. het nieuwjaarsconcert 'Sheherazade'
door de Koninklijke Harmonie Ste-Cecilia Zele
op 11 januari 2026 in De Wiek (Zele)
Wie de naam Nikolai Rimski-Korsakov zegt of hoort, die denkt meteen aan De vlucht van de hommel. Iedereen kent dit instrumentale bravourestukje. De strijkers schetsen een levendig beeld van het vliegende, zoemende insect, in nerveuze, chromatische loopjes. Wat weinigen weten is dat dit een interludium is uit de opera Tsaar Saltan van Rimski-Korsakov. Het begeleidt de scène, origineel zelfs met een zangpartij erin, waarbij prins Gvidon in een hommel verandert. De opera is vergeten, de vlucht van de hommel niet. Het werd gearrangeerd voor zowat elk soloinstrument, je kan het zo gek niet bedenken, zelfs voor theremin.
Nikolai werd geboren in 1844, ook op een 18de maart, in Tichvin, 200 km ten oosten van Sint-Petersburg. Bij het gezin stond een oude piano, vader Rimski-Korsakov speelde er operamelodieën op op het gehoor, van Mozart, Spontini en Rossini. Hij deed dat degelijk. Hij zong ook moraliserende versjes, die hij op oude operamelodieën plaatste. De inwonende nonkel langs vaders kant was veel muzikaler, op het gehoor speelde hij hele ouvertures na. Moeder zong ook, zij het alles veel te traag, Ze maakte van alles een adagio-versie, schrijft Nikolai in zijn memoires. Op zijn tweede onderscheidde Nikolai alle melodieën die zijn moeder hem voorzong, rond zijn derde speelde hij een perfect ritme op een speelgoedtrommeltje bij vaders pianospel. Later begon hij te zingen, pikte het pianospel van zijn vader op, en kon – eens hij de noten had geleerd – alle tonen vanuit de aangrenzende kamer benoemen. Hij begon pianolessen te volgen bij een buurvrouw, hij speelde en zong vaak aan de piano, maar al bij al maakte muziek geen al te grote indruk op hem. Zijn pianolerares vond wel dat ze snel niet meer voldeed en stuurde hem naar een bekwamer iemand. Hij begon de muzieknotatie te begrijpen. En verder was er de muziek in de kerk, zijn nonkel die Russische volksliederen zong. De aria van de wees uit Glinka's opera A life for the tsar die uitmondt in een duet was het eerste werk dat hem inspireerde om zelf iets te componeren, iets gelijkaardigs, maar met een tekst uit een kinderboek. Zoals we allemaal weten is imitatie is een fundamentele stap in een educatief proces en legt het vaak de basis voor het aanleren van nieuwe vaardigheden. Het is bij deze getalenteerde jongen niet anders.
Desalniettemin zat Nikolai voortdurend met zijn neus in boeken – zeemansverhalen en astronomie – en net als zijn broer zou hij verliefd worden op de zee en op zijn twaalfde toetreden bij de zeekadetten en later tot de marine. Op zijn 18de ondernam hij als marineofficier in opleiding een driejarige zeereis. Hij schreef tijdens die reis een groot deel van zijn eerste symfonie. De ervaringen op de open oceaan en de waarnemingen van de golven dienden later trouwens als directe inspiratie voor de maritieme klanken in Sheherazade.
Toen Rimski-Korsakov in 1862 aan zijn driejarige zeereis begon was hij achttien en had hij een opmerkelijk gebrekkige muzikale achtergrond voor iemand die aan een symfonie werkte. Nochtans staat het werk geboekstaafd als de eerste echte Russische symfonie.
Hij is pianolessen blijven volgen tijdens zijn marine-opleiding en het feit dat hij in Sint-Petersburg gekazerneerd was en er naar concerten en de opera ging, heeft zijn muzikale ijver een boost gegeven. In de pianolessen kwam hij in aanraking met Bach, Beethoven, Schumann. Eén leraar was in die periode bijzonder belangrijk: Theodore Canille, een Fransman. Hij liet zijn leerling variaties op oudere werken schrijven en koralen harmoniseren, hij spoorde hem ook aan om die eerste symfonie toch te proberen. In de opera werd Rimski-Korsakov dan weer wild van de opera's van Glinka en Donizetti, Rossini ook. Hij bestudeerde er op eigen houtje de partituren van om te begrijpen hoe harmonie werkte, hoe contrapunt en orkestratie in elkaar zaten. In de concertzaal van de universiteit hoorde hij dan weer de symfonieën van Beethoven, fragmenten van Lohengrin van Wagner, muziek van Mendelssohn, Schubert en Mozart …
Hij schreef die eerste symfonie dus tijdens zijn zeereis grotendeels op intuïtie maar ook met adviezen van Balakirev in zijn achterhoofd. Balakirev! Een nieuwe naam, wie was dat?
Mili Balakirev (1837-1910) was een invloedrijke Russische componist, pianist en dirigent die een centrale rol speelde in de ontwikkeling van een nationale Russische muziekstijl. Hij is vooral bekend als de oprichter en leider van 'Het machtige hoopje', of de 'Groep van vijf', een collectief van vijf componisten dat streefde naar muziek die geworteld was in de Russische tradities. Je had op dat moment op veel plaatsen zulke nationale scholen, dat hing in de lucht. In Noorwegen met Edward Grieg, in Zweden met Jean Sibelius, in Bohemen met Smetana. Het idee van een nationale identiteit was op veel plaatsen in de Romantiek aanwezig en invloedrijk, maar minder in de grotere, al lang gevestigde culturele centra (zoals Parijs of Wenen waar de 'scholen', het waren meer stromingen eigenlijk, geen fysieke instituten) die meer gericht waren op de heersende internationale stijlen (Franse grand opera of Italiaanse opera). In België was het een beetje van de twee, Peter Benoit was de spilfiguur in een uitgesproken Vlaamse richting, op de as Brussel-Luik ging men met César Frank een meer internationale richting uit. Als het regent in Parijs, dan druppelt het in Brussel. Zoiets.
Het Machtige Hoopje kwam regelmatig samen om muziek te spelen, te analyseren en heftig te bediscussiëren. De muziek die zij speelden was eerder van progressieve componisten van hun tijd – Schumann, Liszt, Berlioz – dan van gevestigde namen als Mozart. Door deze inspiratiebronnen, samen met het veelvuldige gebruik van Russische volkswijsjes en vreemde toonladders, was hun muziek zeer origineel en ‘eigen’.
Tot dat hoopje zouden Cui, Moessorgsky (Schilderijententoonstelling, Nacht op de Kale berg) en Borodin (Polovtiaanse dansen, Julio Iglesias Quireme), en dus ook Rimski-Korsakov behoren. Opvallend is dat Balakirev de enige beroepsmusicus was. De anderen waren militairen op Borodin na, dat was een chemicus. Het was de Franse pianoleraar die Rimski-Korsakov bij Balakirev introduceerde. Die herkende meteen zijn talent, gaf kritiek op zijn eerste probeersels, gaf hem basisonderricht, artistiek advies en drong er bij hem op aan om die symfonie af te maken.
In 1865 leidde Balakirev de première van Rimski-Korsakovs eerste symfonie. Het succes van het symfonisch gedicht Sadko en zijn eerste opera Het meisje van Pskov waren voor Rimski-Korsakov aanleiding om de marine te verlaten. Hij werd er eerst wel nog inspecteur van de Russische marinierskapel en in 1871 werd hem gevraagd hoogleraar compositie en instrumentatie aan het Conservatorium van Sint-Petersburg te worden. Zelf dacht hij hiervoor niet geschikt te zijn door gebrek aan professionele scholing. Zijn vrienden van Het machtige hoopje overtuigden hem ervan deze aanstelling te accepteren. Nadat hij professor werd, begon hij aan een intensief programma van zelfstudie. Hij bestudeerde leerboeken en klassieke partituren om zijn studenten op een professioneel niveau les te kunnen geven en vooral om op hen voorop te blijven. Door stimulerende contacten met Tsjaikovski wist hij zijn niveau enorm op te krikken. Dat was in de periode dat hij begon te twijfelen aan aan de doelstelling van De grote vijf. Hij realiseerde zich, nog steeds 'echte' muzikale kennis te ontberen door zoveel tijd te besteden aan de ontwikkeling van Russische muziek. Door contacten met de meer westers georiënteerde Tsjaikovski, is hij geleidelijk meer losgekomen van de groep, al bleven de persoonlijke contacten bestaan. Dit leidde onder andere tot een flinke herziening van zijn eerste symfonie, in 1884. En hierdoor transformeerde hij van een – tussen haakjes – amateuristische nationalistische componist tot een van de grootste experts op het gebied van orkestratie. Veel belangrijke Russische componisten kregen les van hem, onder hen Glazoenov, Stravinsky en Prokofjev. Hij onderwees ook Ottorino Respighi tijdens diens verblijf in Sint-Petersburg en hij had grote invloed op de Vlaamse componisten Paul Gilson en August De Boeck, die regelmatig contact met hem hadden.
Hoewel Rimski-Korsakov vijftien opera's schreef, is zijn naam lange tijd bijna alleen door zijn orkestwerken bekend geweest, met name door de symfonische suite Sheherazade en het Capriccio Espagnol. Zijn oeuvre werd sterk beïnvloed door de geschiedenis, sprookjes en volksmuziek van Rusland. Hij had een grote kundigheid in orkestratie en wordt tot vandaag bewonderd omwille van de kleurrijke, geraffineerde orkestklank van zijn composities. Naast drie symfonieën, een pianoconcerto en programmatische orkestwerken schreef Rimski-Korsakov kamermuziek, pianomuziek en koorwerken, ongeveer 60 liederen met pianobegeleiding en talloze bewerkingen van Russische volksliederen. Hij publiceerde ook muziekpedagogische en -theoretische werken.
Maar laat het ons over Sheherazade hebben!
Rimski-Korsakov wilde een werk creëren dat de indruk wekte van een oosterse vertelling vol wonderlijke sprookjes, in plaats van een strikte symfonische structuur te volgen. Dat hij in de winter van 1887 verdergewerkt had aan de onvoltooide opera Prins Igor van zijn overleden vriend Alexander Borodin droeg hier ook aan toe bij. De oosterse elementen in dat werk inspireerden hem om zelf een orkeststuk te schrijven gebaseerd op losse episodes uit Duizend-en-één-nacht. Hij zag de verhalen als het perfecte vehikel voor zijn groeiende meesterschap in instrumentatie.
De verhalen zelf beginnen wanneer koning Sjahriaar, uit wraak voor het verraad van zijn vrouw, elke nacht met een nieuwe maagd trouwt om haar de volgende ochtend te laten executeren. Sheherazade meldt zich vrijwillig aan voor dit huwelijk met het doel de koning te stoppen en het leven van alle toekomstige vrouwen in het rijk te redden. Ze past een slimme overlevingstactiek toe door elke nacht een verhaal te vertellen dat op het spannendste punt eindigt, waardoor de koning haar executie steeds uitstelt. Een beetje zoals Thuis, elke dag een cliffhanger, maar dan zonder seizoensfinale. In deze nachten passeren wereldberoemde vertellingen over magie, verre reizen en morele dilemma's de revue, waarin personages zoals Aladdin en Sinbad centraal staan. Na 1001 nachten is de koning door haar verhalen en wijsheid tot inkeer gekomen, waardoor hij stopt met zijn wrede daden en Sheherazade definitief als zijn koningin erkent. Ze had hem toen al drie kinderen geschonken.
Rimski-Korsakov gebruikte specifieke muzikale motieven, zoals de dreigende koperblazers voor de sultan en de lyrische soloviool voor Seherazade, om de machtsverhoudingen en de magie van het vertellen muzikaal te verbeelden. Dat het werkt zal je straks horen. Maar 100 jaar na datum kwam er nog een bewijs dat het werkt, toen in de tekenfilmreeks De Smurfen het thema van de sultan telkens werd gebruikt toen het huis van Gargamel in beeld verscheen.
Hij schreef die eerste symfonie dus tijdens zijn zeereis grotendeels op intuïtie maar ook met adviezen van Balakirev in zijn achterhoofd. Balakirev! Een nieuwe naam, wie was dat?
Mili Balakirev (1837-1910) was een invloedrijke Russische componist, pianist en dirigent die een centrale rol speelde in de ontwikkeling van een nationale Russische muziekstijl. Hij is vooral bekend als de oprichter en leider van 'Het machtige hoopje', of de 'Groep van vijf', een collectief van vijf componisten dat streefde naar muziek die geworteld was in de Russische tradities. Je had op dat moment op veel plaatsen zulke nationale scholen, dat hing in de lucht. In Noorwegen met Edward Grieg, in Zweden met Jean Sibelius, in Bohemen met Smetana. Het idee van een nationale identiteit was op veel plaatsen in de Romantiek aanwezig en invloedrijk, maar minder in de grotere, al lang gevestigde culturele centra (zoals Parijs of Wenen waar de 'scholen', het waren meer stromingen eigenlijk, geen fysieke instituten) die meer gericht waren op de heersende internationale stijlen (Franse grand opera of Italiaanse opera). In België was het een beetje van de twee, Peter Benoit was de spilfiguur in een uitgesproken Vlaamse richting, op de as Brussel-Luik ging men met César Frank een meer internationale richting uit. Als het regent in Parijs, dan druppelt het in Brussel. Zoiets.
Het Machtige Hoopje kwam regelmatig samen om muziek te spelen, te analyseren en heftig te bediscussiëren. De muziek die zij speelden was eerder van progressieve componisten van hun tijd – Schumann, Liszt, Berlioz – dan van gevestigde namen als Mozart. Door deze inspiratiebronnen, samen met het veelvuldige gebruik van Russische volkswijsjes en vreemde toonladders, was hun muziek zeer origineel en ‘eigen’.
Tot dat hoopje zouden Cui, Moessorgsky (Schilderijententoonstelling, Nacht op de Kale berg) en Borodin (Polovtiaanse dansen, Julio Iglesias Quireme), en dus ook Rimski-Korsakov behoren. Opvallend is dat Balakirev de enige beroepsmusicus was. De anderen waren militairen op Borodin na, dat was een chemicus. Het was de Franse pianoleraar die Rimski-Korsakov bij Balakirev introduceerde. Die herkende meteen zijn talent, gaf kritiek op zijn eerste probeersels, gaf hem basisonderricht, artistiek advies en drong er bij hem op aan om die symfonie af te maken.
In 1865 leidde Balakirev de première van Rimski-Korsakovs eerste symfonie. Het succes van het symfonisch gedicht Sadko en zijn eerste opera Het meisje van Pskov waren voor Rimski-Korsakov aanleiding om de marine te verlaten. Hij werd er eerst wel nog inspecteur van de Russische marinierskapel en in 1871 werd hem gevraagd hoogleraar compositie en instrumentatie aan het Conservatorium van Sint-Petersburg te worden. Zelf dacht hij hiervoor niet geschikt te zijn door gebrek aan professionele scholing. Zijn vrienden van Het machtige hoopje overtuigden hem ervan deze aanstelling te accepteren. Nadat hij professor werd, begon hij aan een intensief programma van zelfstudie. Hij bestudeerde leerboeken en klassieke partituren om zijn studenten op een professioneel niveau les te kunnen geven en vooral om op hen voorop te blijven. Door stimulerende contacten met Tsjaikovski wist hij zijn niveau enorm op te krikken. Dat was in de periode dat hij begon te twijfelen aan aan de doelstelling van De grote vijf. Hij realiseerde zich, nog steeds 'echte' muzikale kennis te ontberen door zoveel tijd te besteden aan de ontwikkeling van Russische muziek. Door contacten met de meer westers georiënteerde Tsjaikovski, is hij geleidelijk meer losgekomen van de groep, al bleven de persoonlijke contacten bestaan. Dit leidde onder andere tot een flinke herziening van zijn eerste symfonie, in 1884. En hierdoor transformeerde hij van een – tussen haakjes – amateuristische nationalistische componist tot een van de grootste experts op het gebied van orkestratie. Veel belangrijke Russische componisten kregen les van hem, onder hen Glazoenov, Stravinsky en Prokofjev. Hij onderwees ook Ottorino Respighi tijdens diens verblijf in Sint-Petersburg en hij had grote invloed op de Vlaamse componisten Paul Gilson en August De Boeck, die regelmatig contact met hem hadden.
Hoewel Rimski-Korsakov vijftien opera's schreef, is zijn naam lange tijd bijna alleen door zijn orkestwerken bekend geweest, met name door de symfonische suite Sheherazade en het Capriccio Espagnol. Zijn oeuvre werd sterk beïnvloed door de geschiedenis, sprookjes en volksmuziek van Rusland. Hij had een grote kundigheid in orkestratie en wordt tot vandaag bewonderd omwille van de kleurrijke, geraffineerde orkestklank van zijn composities. Naast drie symfonieën, een pianoconcerto en programmatische orkestwerken schreef Rimski-Korsakov kamermuziek, pianomuziek en koorwerken, ongeveer 60 liederen met pianobegeleiding en talloze bewerkingen van Russische volksliederen. Hij publiceerde ook muziekpedagogische en -theoretische werken.
Maar laat het ons over Sheherazade hebben!
Nikolai Rimski-Korsakov schreef de symfonische suite Sheherazade in de zomer van 1888, gedreven door een fascinatie voor oosterse folklore en de wens om zijn verfijnde orkestratietechnieken te tonen. Net als veel tijdgenoten was hij gefascineerd door de 'exotische' sfeer van het Oosten. Hoewel het een beetje tegenstrijdig lijkt naast die nationalistische tendenzen was ook dat exotisme trouwens schering en inslag tijdens de hele periode van de romantiek en blijft het daarna nog een tijd nazinderen: kunstenaars hadden een fascinatie voor verre, vreemde culturen. Het was een vorm van escapisme: een vlucht uit de alledaagse realiteit van de industriële revolutie naar een geromantiseerde, pure of mysterieuze wereld. De Franse Bizet componeerde Carmen dat zich in Spanje afspeelde, Verdi schreef Aïda dat als achtergrond Egypte had, Puccini Madama Butterfly met Japan als decor, Rimsky Korsakov zijn eerder genoemde Capriccio Espagnol, Ingres schilderde Het Turkse bad, een fantasie over een harem, Gauguin zocht inspiratie op Tahiti, James Cooper schreef het boek De laatste der Mohikanen, Victor Hugo zijn Les oriëntales, Flaubert zijn Salammbô. De voorbeelden zijn eindeloos.
Rimski-Korsakov wilde een werk creëren dat de indruk wekte van een oosterse vertelling vol wonderlijke sprookjes, in plaats van een strikte symfonische structuur te volgen. Dat hij in de winter van 1887 verdergewerkt had aan de onvoltooide opera Prins Igor van zijn overleden vriend Alexander Borodin droeg hier ook aan toe bij. De oosterse elementen in dat werk inspireerden hem om zelf een orkeststuk te schrijven gebaseerd op losse episodes uit Duizend-en-één-nacht. Hij zag de verhalen als het perfecte vehikel voor zijn groeiende meesterschap in instrumentatie.
De verhalen zelf beginnen wanneer koning Sjahriaar, uit wraak voor het verraad van zijn vrouw, elke nacht met een nieuwe maagd trouwt om haar de volgende ochtend te laten executeren. Sheherazade meldt zich vrijwillig aan voor dit huwelijk met het doel de koning te stoppen en het leven van alle toekomstige vrouwen in het rijk te redden. Ze past een slimme overlevingstactiek toe door elke nacht een verhaal te vertellen dat op het spannendste punt eindigt, waardoor de koning haar executie steeds uitstelt. Een beetje zoals Thuis, elke dag een cliffhanger, maar dan zonder seizoensfinale. In deze nachten passeren wereldberoemde vertellingen over magie, verre reizen en morele dilemma's de revue, waarin personages zoals Aladdin en Sinbad centraal staan. Na 1001 nachten is de koning door haar verhalen en wijsheid tot inkeer gekomen, waardoor hij stopt met zijn wrede daden en Sheherazade definitief als zijn koningin erkent. Ze had hem toen al drie kinderen geschonken.
Rimski-Korsakov gebruikte specifieke muzikale motieven, zoals de dreigende koperblazers voor de sultan en de lyrische soloviool voor Seherazade, om de machtsverhoudingen en de magie van het vertellen muzikaal te verbeelden. Dat het werkt zal je straks horen. Maar 100 jaar na datum kwam er nog een bewijs dat het werkt, toen in de tekenfilmreeks De Smurfen het thema van de sultan telkens werd gebruikt toen het huis van Gargamel in beeld verscheen.
Een niet onbelangrijke vraag die dan vaak gesteld wordt is: hoe vertaalde hij dat oosten muziektechnisch, hoe liet hij dat oosters klinken?
Reizen was in 1888 nog niet zoals vandaag. Het vliegtuig nemen zat er nog niet in. Het exotisme zoekt men bijgevolg vaker een beetje dichter bij huis. In 1874 had Nikolai wel in de Krim verbleven, waar hij in steden als Bachtsjisaraj de lokale sfeer inademde op markten en in koffiehuizen. Bachtsjisaraj lag aan de Zwarte Zee, Turkije lag er aan de overkant van. De levendige bazar-omgeving en de volksmuziek daar vormden een belangrijke inspiratiebron voor de exotische klanken in zijn werk.
Hij had ook al door de Kaukasus gereisd om volksmuziek te verzamelen, wat zijn composities een kenmerkend oosters en exotisch karakter gaf. De Kaukasus is noordoostwaarts toch al een heel eind in de richting van Perzië, het huidige Irak en Iran. En hoewel hij vaak werd geprezen om zijn authentieke geluid, gaf de componist zelf aan dat zijn oosterse stijl vooral gebaseerd was op een populaire verbeelding van de regio in plaats van op diepgaande etnomusicologische kennis. Het klopt dat hij niet op zoek gaat naar authentieke ritmes of toonladders, gewoon chromatiek aanwendt en ongewone instrumentencombinaties gebruikt. Maar die verklaring op zich is toch te eenvoudig.
Ook Balakirev had in de jaren 1860 melodieën uit de Kaukasus verzameld. Het bekende thema van de viool uit Sheherazade, straks gespeeld door An-Sofie Perneel, vertoont sterke gelijkenissen met een Tsjetsjeense melodie die Balakirev had genoteerd. Borodin op zijn beurt, die andere uit het groepje van vijf, had Arabische melodieën verzameld tijdens zijn reizen naar Algiers. Rimski-Korsakov leende deze collecties en gebruikte ze eerder al voor zijn Antar-symfonie, maar dus ook als inspiratie voor de oriëntaalse stijl in Sheherazade. Over die Antar-symfonie wil ik trouwens toch vlug iets kwijt: ook dat werk was gebaseerd op een Arabisch verhaal, maar muzikaal was het sterk geïnspireerd op De Symphonie Fantastique van Hector Berlioz die we hier in 2020 uitgebreid bespraken. Zowel op het vlak van kleuren in het orkest, als het idee van de idééfixe of leidmotiv rond de persoon Antar, een thema dat steeds terugkeert om Antar op te roepen. De opvatting van het geheel ook als programmamuziek, muziek die een verhaal vertelt, dat trekt Rimski-Korsakov door in Sheherazade. De literaire basis is vanzelfsprekend, hij gaf de verschillende delen van het werk niet gewoon titels zoals Allegro en Andante, zoals dat bij een symfonie het geval was, maar onderscheidde deze delen:
De zee en het schip van Sinbad
Het verhaal van de prins Kalender
Een fantasierijk verhaal over een rondtrekkende prins met een karakteristieke vioolsolo. De koningszoon komt met zijn schip in de buurt van een magnetisch eiland dat alle nagels uit het schip trekt. Dat daardoor schipbreuk lijdt. Hij zwerft rond op het eiland gaat ergens een verboden deur binnen en is gedoemd half blind rond te zwerven, als een bedelmonnik.
Reizen was in 1888 nog niet zoals vandaag. Het vliegtuig nemen zat er nog niet in. Het exotisme zoekt men bijgevolg vaker een beetje dichter bij huis. In 1874 had Nikolai wel in de Krim verbleven, waar hij in steden als Bachtsjisaraj de lokale sfeer inademde op markten en in koffiehuizen. Bachtsjisaraj lag aan de Zwarte Zee, Turkije lag er aan de overkant van. De levendige bazar-omgeving en de volksmuziek daar vormden een belangrijke inspiratiebron voor de exotische klanken in zijn werk.
Hij had ook al door de Kaukasus gereisd om volksmuziek te verzamelen, wat zijn composities een kenmerkend oosters en exotisch karakter gaf. De Kaukasus is noordoostwaarts toch al een heel eind in de richting van Perzië, het huidige Irak en Iran. En hoewel hij vaak werd geprezen om zijn authentieke geluid, gaf de componist zelf aan dat zijn oosterse stijl vooral gebaseerd was op een populaire verbeelding van de regio in plaats van op diepgaande etnomusicologische kennis. Het klopt dat hij niet op zoek gaat naar authentieke ritmes of toonladders, gewoon chromatiek aanwendt en ongewone instrumentencombinaties gebruikt. Maar die verklaring op zich is toch te eenvoudig.
Ook Balakirev had in de jaren 1860 melodieën uit de Kaukasus verzameld. Het bekende thema van de viool uit Sheherazade, straks gespeeld door An-Sofie Perneel, vertoont sterke gelijkenissen met een Tsjetsjeense melodie die Balakirev had genoteerd. Borodin op zijn beurt, die andere uit het groepje van vijf, had Arabische melodieën verzameld tijdens zijn reizen naar Algiers. Rimski-Korsakov leende deze collecties en gebruikte ze eerder al voor zijn Antar-symfonie, maar dus ook als inspiratie voor de oriëntaalse stijl in Sheherazade. Over die Antar-symfonie wil ik trouwens toch vlug iets kwijt: ook dat werk was gebaseerd op een Arabisch verhaal, maar muzikaal was het sterk geïnspireerd op De Symphonie Fantastique van Hector Berlioz die we hier in 2020 uitgebreid bespraken. Zowel op het vlak van kleuren in het orkest, als het idee van de idééfixe of leidmotiv rond de persoon Antar, een thema dat steeds terugkeert om Antar op te roepen. De opvatting van het geheel ook als programmamuziek, muziek die een verhaal vertelt, dat trekt Rimski-Korsakov door in Sheherazade. De literaire basis is vanzelfsprekend, hij gaf de verschillende delen van het werk niet gewoon titels zoals Allegro en Andante, zoals dat bij een symfonie het geval was, maar onderscheidde deze delen:
De zee en het schip van Sinbad
Introduceert de thema's van de Sultan en Sheherazade en roept de sfeer van de oceaan op.
Het verhaal van de prins Kalender
Een fantasierijk verhaal over een rondtrekkende prins met een karakteristieke vioolsolo. De koningszoon komt met zijn schip in de buurt van een magnetisch eiland dat alle nagels uit het schip trekt. Dat daardoor schipbreuk lijdt. Hij zwerft rond op het eiland gaat ergens een verboden deur binnen en is gedoemd half blind rond te zwerven, als een bedelmonnik.
De jonge prins en de jonge prinses
Een lyrisch en romantisch deel dat een liefdesverhaal verklankt.
Een lyrisch en romantisch deel dat een liefdesverhaal verklankt.
Feest in Bagdad – De zee – Het schip slaat te pletter tegen een rots
De dramatische finale waarin thema's uit eerdere delen samenkomen en het verhaal eindigt met een vredige vioolsolo.
De dramatische finale waarin thema's uit eerdere delen samenkomen en het verhaal eindigt met een vredige vioolsolo.
't Is eigenlijk wel een beetje dubbel. Want hoewel het ontegensprekelijk programmamuziek is, wilde Rimski-Korsakov later dat de luisteraar de muziek vooral als een symfonisch werk zou ervaren zonder zich strikt aan elk detail van het verhaal vast te klampen. Hij verwijderde daarom in latere edities de specifieke titels om meer ruimte te laten voor de algemene verbeelding van 'sprookjesachtige wonderen'.
Nadien volgde korte interviewtjes met soliste An-Sofie Perneel en dirigent Bart Picqueur.
Foto's: Daniël Collewaert
.jpg)

