vrijdag 2 november 2007

Giovanni: 'De Ratin-Tot'

Ik zou dringend eens moeten verder werken aan m'n blogreeksje '14 dagen Ardennen'. Dat doe ik binnenkort - beloofd ! - maar na alweer een weekje Hastière wil ik toch iets kwijt over de Ratin-Tot, het oudste cafeetje van Namen. Ik gooi de cronologie bijgevolg even overhoop.

Elke keer weer, trekken we graag een keertje naar Namen. We parkeren ons achter het Casino en lopen, langs het Waals parlement aan de Maas - het voormalige Hospice Saint-Gilles -, langs de voet van de citadel en steken vervolgens de Samber over via het brugje naast het archeologisch museum. Op dat moment bevinden we ons in de binnenstad, in de onmiddellijke buurt van de opera en de hoofdwinkelstraat. We kuieren wat langs de etalages en trekken het oude Namen binnen (waar u steevast het provinciaal museum rond de bekendste Naamse schilder-graficus-karikaturist Félicien Rops moet bezoeken. Tenminste, als u tegen een stootje kunt, want het werk van deze 19de-eeuwer is niet zelden satanistisch en pornografisch).

Het oude Namen is één en al gezelligheid en omvat tegelijk de studentenbuurt. Op de Groentenmarkt, een vierkant pleintje gebouwd op het kerhof en de restanten van de oude Saint-Loup-kerk, hebben we een vaste stek: le Ratin-Tot, li pus vî cabarèt d' Nameur of het oudste cafeetje van de stad. Onafgebroken sinds 1616. Ter info: Wallonië stond toen - toch grotendeels - onder Spaanse heerschappij, en in Frankrijk regeerde Lodewijk XIII. Ter vergelijking: het oudste café van Parijs, Le Procope, dateert van 1686.

Dinsdag hebben we er onze voeten nogmaals enige rust gegund, slenteren langs etalages is nu eenmaal lastig. In de Ratin-Tot komt de muziek uit een oude transistor, de stoelen zijn lekker ouderwets en er werd tegen alle mogelijke tendenzen in geen abracadabrante loungeverlichting aangebracht. Opvallend is de meterslange houten bank langs de vensters. En nog opvallender: eindelijk vond ik een café waar men geen obligate spaghetti en croque monsieur op de kaart heeft staan. Een café moet nu eenmaal een café zijn, een restaurant een restaurant. De dranken zijn verzorgd, de patron heeft de touwtjes stevig in handen en spreekt alle talen die men van hem verlangt. Dinsdag zaten we aan tafeltje naast de spaarkas. Sparen op café, een fantastisch idee, toch ? De kas zou 's anderendaags gelicht worden en de namen van de getuigen van dit evenement stonden met krijt op het centrale zwarte bord geschreven. Zij wisten waar ze aan toe waren.

De Ratin-Tot: spring er gerust eens binnen. Een Chimay Rouge - of eender wat - smaakt er beter dan elders. Voor wie niet onmiddellijk in de buurt moest komen: je kan een kijkje nemen op hun site. Er staan tal van oude foto's op.

zondag 21 oktober 2007

Rune: 'De cinemavriendjes'

Gisteren ben ik voor de eerste keer naar de cinema geweest.
Met papa.
Papa had het beloofd vrijdag. Ik moest dan wel nog één keer braaf slapen. Dat heb ik dan maar gedaan.

Gisteren reden we dus naar de grote stad. Naar de cinema.
Mama en Daantje trokken de stad in om naar de winkels te kijken.


Het was een grote film over een grote rat.
Op een wel heel grote TV. En ik at chips en dronk cola.
Mooi was het.
Toen de film gedaan was heb ik tegen papa gezegd dat wij de allerbeste cinemavriendjes zijn.
Mama stond toen al buiten.
Ze had een nieuw kleedje gekocht.

vrijdag 5 oktober 2007

Giovanni: 'De keuken van moeder'

Ik hoop dat ik geen zeurende melancholicus word, want het valt me op dat ik het hier de laatste tijd redelijk veel over mijn jeugd heb.
't Zal de leeftijd zijn, zeker ?
Op het gevaar af neem ik nog een keer het risico.

Met al die kookprogramma's op TV moet ik het toch even over de keuken van moeder hebben. Misschien zijn de recepten die ik als kind destijds niet lustte nu net wel het meest interessant.

Zo aten we aardappelpuree, met fijngesneden rauw witloof in een beetje mayonaise. Op de puree werd een sneetje, jawel, kopvlees gelegd. Ik moet het dringend eens klaarmaken want het lijkt me ondertussen als gelouterde dertiger overheerlijk. Vooral omdat het kopvlees op de puree onmiddellijk wegsmelt. Hoewel ik het als kind niet lustte, vermoed ik dat het om duimen en vingers af te likken is. Het schijnt een op en top Huivelds gerecht te zijn, want mijn vader die uit Hansevelde afkomstig is (de kant van de straat voorbij de kerk) kende het aanvankelijk niet. Huivelde en Hansevelde hebben bij mijn weten altijd op voet van oorlog geleefd, dus ik vermoed niet dat ze recepten uitwisselden. Al lustten ze mekaar waarschijnlijk wel rauw.
(Een variant op het voorgaande recept - in tijden van oorlog, vermoed ik - bestaat eruit het kopvlees te vervangen door een blik Pilchards in tomatensaus. Deze kelk laat ik nog steeds graag aan me voorbijgaan.)

Ook van hutsepot walgde ik als jonge snaak. Ik weet ondertussen wel beter. Ik heb er tegenwoordig wel graag wat stukjes schaap of lam in: koteletjes, ribbekes,... en uiteraard veel wintergroenten.
Gebakken bloedworst met appelmoes en aardappelpuree was nog zoiets. Een gelukzaligheid, weet ik nu. En boontjes met spek-ajuin-azijnsaus en een zachtgekookt ei: hetzelfde verhaal. Een mens leert bij met de jaren.

Wat ik nog steeds graag eet, en vroeger dus ook al, is iets wat in Huivelde 'gloedigen duvel' wordt genoemd. Ik maakte het vandaag klaar en dat was eigenlijk de aanleiding om dit stukje te schrijven. Er zijn tal van purees maar deze is de lekkerste. Gloedigen duvel staat boven wortel-, prei-, spinazie- en broccolipuree. Gloedigen duvel is puree van rode kool. De rode kool wordt traditioneel klaargemaakt, met een gelijk gewicht aan appelen, een laurierblaadje, een snuifje suiker en een klein scheutje azijn. De gekookte aardappelen worden er daarna ondergestampt. Goddelijk met een kotelet, een spiering of een eenvoudige braadworst.

Kost van den buiten, dat besef ik, maar we hoeven er daarom niet minder trots op te zijn !

woensdag 19 september 2007

Giovanni: 'Nieuwe Knopfler fragiel én indrukwekkend'

De nieuwe Knopfler* is om door een ringetje te halen. De man gaat duidelijk door op de weg die hij sinds de cd The Ragpicker's Dream is ingeslagen: mooie eerlijke songs schrijven en ze in uitgepuurde arrangementen aan de man brengen. De lange en sterk opgebouwde gitaarsolo's én de dialogen tussen stem en gitaar, die Dire Straits typeerden, heeft hij achterwege gelaten, heel af en toe kleurt een plukje van zijn kenmerkende gitaarsound de liedjes. Maar wat een gelukzaligheid om hem op 'Kill to get Crimson' te horen zingen, méér dan hij op eender welke andere plaat gedaan heeft. Zo fragiel allemaal, maar dat maakt het net zo indrukwekkend. Less is more !
* Kill to get Crimson, Mark Knopfler; Mercury Records
Sinds 17 september in de Belgische winkels

zaterdag 15 september 2007

Giovanni: 'Onze kruidentuin'

Een grote tuin hebben we niet, maar langsheen het grasperk benutten we hem zo veel mogelijk om kruiden en aanverwante te telen. Eigenlijk komt het erop neer dat we in plaats van louter sierplanten de tuin hebben opgesmukt met planten waar we ook in de keuken iets aan hebben, of medicinaal. In alle bescheidenheid, in de zeven jaar dat we hier wonen hebben we hierin een zekere ervaring opgedaan. Omdat het altijd leuk is om ervaringen uit te wisselen kan je hieronder een lijst terugvinden met de planten die we momenteel in onze tuin hebben staan of dit jaar hebben gekweekt. Met vragen over de teelt en het culinair gebruik kan ik enigszins helpen, Els weet heel wat over medicinale toepassingen (zalfjes, thee, tincturen,...). Als je zelf tips hebt, vernemen we die graag.

Kruiden
Aloë Vera (is kapot gegaan), Alsem, Anijs, Basilicum (Kaneelbasilicum, Genovese, fijnbladige, Dark Opal), Bieslook, Bonenkruid, Dille, Dragon, Engelwortel, Heemst, Kamille, Koriander, Kaasjeskruid, Kerrie, Kervel (gewone en doorlevende of Roomse), Laurier, Marjolein, Melisse, Munt (gewone, Watermunt, Pepermunt, Marokkaanse), Oregano (gewone en compacte), Peterselie (gewone en grootbladige), Pimpernel, Rozemarijn, Salie, Sint-Janskruid, Tijm (gewone en Citroentijm), Tuinkers, Venkel, Zuring

Eetbare bloemen
Oost-Indische kers, Kaasjeskruid, Bernagie, Goudsbloem, Viooltjes

Bessen/ fruit
Bosaardbeien, Aalbessen (witte en rode), Moerbei, Stekelbessen, Frambozen, Braambessen, Appel (laagstam Red Elstar), Rabarber

Exotisch
Appelsien, Pistache, Vijgenboom, Olijfboom

Groenten
Diverse soorten sla, tomaten, radijzen, witte wortelradijs, keukenraap, savooikool, witte kool, rode kool, (winter)spinazie, augurken, andijvie

dinsdag 11 september 2007

Giovanni: '14 dagen Ardennen' (3)

Donderdag 16 augustus
We trekken nog eens naar Dinant. Parkeren doen we traditiegetrouw op het pleintje voor het oude casino, nu het Cultureel Centrum. Twee jaar geleden zag ik er tijdens het jazz-festival Philip Catherine aan het werk. Ik weet het, ik durf al eens euforisch zijn op deze blog, maar dit was het beste jazzconcert dat ik ooit heb mogen meemaken.
Terug naar 16 augustus. Vanop het casinoplein wandelen we graag de Rue Grande eens uit. Het voordeel van een kwakkelende winkelstraat is dat je er bij elk bezoek wel een aantal nieuwe winkels aantreft. Nadeel is dan weer dat die er het meestal niet lang uithouden. De collegiale kerk aan de brug over de Maas, daar wil Rune altijd graag eens binnen. De téléferique naar de citadel op de heuvel hebben we deze keer laten passeren. Rune drong aan, maar een ouderwets windmolentje uit de Dinantse Zeeman slaagde erin het idee te laten varen.

We keerden terug naar de chalet via Maredsous.

Vrijdag 17 augustus
Vandaag komen oma en pépé langs voor een weekendje. In de voormiddag nemen we de tijd om alles in de chalet een beetje proper te maken. Papa wandelt met Rune naar de Romaanse kerk van Hastière (in de crypte bevinden er zich graven van, alweer, de Merovingen). Prachtig hoor, dat elfde-eeuws kerkje.

Omdat het wachten op pépé en oma wat lang duurde, reden we nog even naar het nabijgelegen Beauraing, een Maria-bedevaartsoord. Maria verscheen er in de jaren '30 weken lang boven de spoorwegbrug, in een meidoornstruik en een ander niet nader genoemd gewas. Beauraing heeft, mijns inziens, weinig sacraals maar de volksdevotie en de verhalen errond spreken enorm tot de verbeelding. Al bij al laat een bezoek aan deze site je niet koud, hoe vreemd het ook moge klinken.

We reden huiswaarts via het Franse Givet, want alle wegen in de streek leiden er heen en dronken een Geuze in ons klein stamcafeetje net over de grens, in Héer sur Meuse.
Om 20.10 kwamen mijn ouders aan. Hoewel we mekaar amper een week niet hadden gezien, hebben we bijgepraat tot een kot in de nacht.

maandag 10 september 2007

Giovanni: 'Mijn eerste stripervaring'

Wat mijn eerste Franse leeservaring is, herinner ik me nog.
'Jean et Lisette vont à l'école.' Vijfde leerjaar. Je knipte toen, om de zinnetjes uit het hoofd te leren, een soort rastertje, waardoor enkel de prentjes zichtbaar bleven en de Franse zinnen verborgen.

Maar mijn eerste Nederlands ? Het zal ongetwijfeld in Moerzeke geweest zijn dat ik die eerste Nederlandstalige zinnen las, waar ik toen school liep, en waarschijnlijk had het iets met Mies en Noot en Aap te maken.
Meester Mijs was het die me leerde lezen. Half Moerzeke is gezegend met die familienaam, maar Meester was ongetwijfeld de liefste. (Dat hij me steevast het meeste aantal punten op schoonschrift gaf, heeft hier verder niets mee te maken)

De eerste strips die ik gelezen heb, kan ik wel nog bij naam noemen.
Meer nog, nu mijn ouders in Spanje vertoeven heb ik eens goed in mijn kasten van destijds kunnen snuffelen, en ik heb ze... - menslievend als ik ben - voor u gefotografeerd.

Mijn allereerste strip was Het rode oog van Jommeke. Dat weet ik nog bijzonder goed. Het was, bij mijn weten, het eerste boek dat ik helemaal tot het einde uitlas. Ik was erondersteboven van. En nu ik het herlees, het was al bij al zo slecht niet. Integendeel.

Jef Nys heeft me met nog een andere leeservaring opgesolferd: 'Het schone avontuur van een bakkersjongen', een boek dat mijn moeder destijds gekregen had van haar grootmoeder. En... aangezien ik in Moerzeke school liep ideaal leesvoer. Laat me even verduidelijken. De strip vertelt het levensverhaal van Priester Poppe, een Temsenaar en overtuigd priester, die vooral in Moerzeke werkzaam was en na zijn dood zalig is verklaard. Van mijn jaren in Moerzeke, herinner ik me de vele wandelingen met de gemeenteschool naar de Priester Poppe-kapel en de schoolmissen in de grafkapel waar de 'populairste Vlaamse priester (aldus Wikipedia)' na zijn dood op 33-jarige leeftijd werd begraven. Als je weet dat mijn moeder op het moment dat ik in Moerzeke school liep, les gaf in dienst van de zusters die het Edward Poppe-museum onder hun hoede hadden, besef je dat het lectuur was die ik niet mocht missen.

Het topstuk dat ik vandaag in mijn oude boekenkast vond is de strip 'Don Bosco', alweer een gewijd verhaal. Ik denk dat het oorspronkelijk van mijn overgrootmoeder Rosalie was, die destijds het boek over priester Poppe voor mijn moeder had gekocht. Don Bosco is een naamgenoot van me, een Giovanni, maar... een heilige ! Ik heb de strip wel dertig keer gelezen. Don Bosco nam het op voor de dieven, voor de armen, hij kon koorddansen, praatte met dieren en deed nog tal van andere dingen die je nauwelijks voor mogelijk achtte.

Jammer, maar dergelijke heiligenverhalen eindigen steevast op het doodsbed van de hoofdfiguur. (Zo eindigt trouwens ook Jef Nys' verhaal over bakkersjongen Poppe.) Een stripreeks kun je er dus nauwelijks over maken.

Mijn geloof moet daar ongeveer een flinke knauw hebben gekregen, want bij mijn weten werden andere stripfiguren nooit ouder, laat staan dat ze zouden sterven. Ze hebben de eeuwige jeugd, niet ? Jommeke stierf niet, Jommeke werd niet ziek. Hij kreeg zelfs geen baard in de keel. Zo ook Suske en Wiske, en Bessy, en Piet Pienter en Bert Bibber. In hun nooit eindigende reeks avonturen zat hun overtuigingskracht. Ze gingen uiteindelijk tot je onmiddellijke nabije omgeving behoren. Terwijl Bosco en Poppe stierven.

Niet te verwonderen dat ik nooit een vrome jongen ben geworden.