woensdag 21 november 2007

Els: 'Daantje experimenteert'

Daantje is nu negen maanden oud. Even oud als hij maanden in de buik heeft gezeten.
Nu de eerste tandjes al een tijdje voorbij zijn kunnen wij terug genieten van een deftige nachtrust en volop van Daantje. En dat doen we met volle teugen. Zeker nu Daantje aan het brabbelen is. Heuse zinnen kan hij vertellen: 'Daadadadada' en 'Bababababa,...' Minutenlang.

Het is echt amusant om naar hem te luisteren en als je dan iets zegt tegen hem lacht hij zich te pletter. Hij lacht zo guitig. Zijn twinkeloogjes worden dan twee smalle streepjes en blinken dan nog meer dan anders.

Waar Daantje ook heel gedreven in wordt is de draai- en kruiptechniek.
Kruipen zelf doet hij nog niet maar hij beweegt zich wel al voort, van de ene kant van de living naar de andere kant. Door zich om zijn lengte-as te draaien.
Rune vindt het ook wel fijn dat broertje groter wordt want nu kan hij samen met broertje spelen.
Hoewel, samen spelen... Rune speelt en Daantje moet onder lichte dwang toekijken hoe Rune zich amuseert en tegelijk alles uitlegt aan Daantje.
Ik denk dat Rune pas echt blij zal zijn als Daantje nog wat groter is.

Giovanni: 'Mag ik me even ergeren ?'

In grote letters stond het op de voorpagina van Het Volk en Het Nieuwsblad vorig weekend: 'Friet en peperkoek geven kanker.'
Voilà, dat weten we alweer.
Vandaag in Het Belang van Limburg: 'Magnoliaschors helpt tegen slechte adem.'
'Scharrelkippen niet happier dan kippen in legbatterijen' bloklettert dezelfde krant, eveneens vandaag. 'Meisjes zijn stipter, jongens flexibeler'. Het Belang vult zijn pagina's op woensdag met allerhande resultaten van studies. Zoveel is duidelijk. Op donderdag, vrijdag, zaterdag, maandag en dinsdag trouwens ook, vermoed ik.
Alle kranten doen het.
'Oudste kind is het slimste, jongste het avontuurlijkste' (De Morgen)
'Belg eet het vaakst vierkant wit brood.' (Het Laatste Nieuws)
'Manager besteedt tien jaar van leven aan e-mail.' (De Morgen)

Wel vrienden, van dit geleuter heb ik mijn buik vol. (Gezien de omtrek ervan betekent dat heel wat)

'Twee glazen wijn per dag houden je gezond', las ik een tijdje geleden. Een andere dokter raadde in een of ander dagblad al eens een dagelijkse trappist aan toen bekend raakte dat Yves Leterme elke avond voor het slapengaan een Westvleteren naar binnen giet. En Zulma De Bock die haar honderdste verjaardag vierde in rustoord 'Zwanenzang' verklapte destijds maar al te graag haar geheim aan de lezers. 'Eén jeneverke per dag.'
'Niet waar !' neuzelde Germaine Verhelst tussen haar vals gebit door in een Afrit 9-aandoend programma op Eén. 'Nen elixir d' Anvers per dag, en ge blijft iéwig joenk.'
Gisteren bericht De Morgen, verontwaardigd: 'Vlaanderen kampt met 500.000 probleemdrinkers'.

Wat gaan we nog allemaal krijgen ?
Misschien kunnen mannen wel door een beetje uienkonfijt aan hun sjarel te smeren hem zonder enige moeite twee uren staande houden ? Dat men dat eens bestudeert. Goed nieuws zou het alleszins zijn want volgens Gazet van Antwerpen heeft één man op drie erectieproblemen.
En zouden klassiek geschoolde musici die vaak met dioxine vergiftigde vis eten betere interpreten zijn van het vroege werk van Mozart dan klassiek geschoolde musici die biologisch geteelde groenten uit de Delhaize verorberen ? Misschien zijn zij op hun beurt dan wel beter in het uitvoeren van de sterk expressionistische werken van Stravinsky ?

Eén ding weet ik zeker. Al die overdreven aandacht voor onnozele studies doet mijn maag keren.
Heren hoofdredacteurs, kan die onzin eindelijk eens ophouden, alstublieft ?

dinsdag 20 november 2007

Giovanni: 'Devaluatie van de eeuwigheid'

Twee weken geleden werd er aan de deur gebeld.
Ding dong ! Ja, dat plegen bellen al eens te doen als er op hen enige druk wordt uitgeoefend.
Ik deed open.
'Jongeman, mag ik u iets vragen ?'
Geflatteerd door de aanspreektitel waarvan de dame zich bediende antwoordde ik prompt: 'Ja, ga geheid uw gang !'
'Ik heb hier een petitie bij me, mijnheer. We verzetten ons tegen het feit dat er alweer tientallen graven gaan ontgraven worden op het Huiveldse kerkhof. Sommige zijn amper vijftien jaar oud. Trouwens, bent u echt 33 jaar oud ? Ik zou u - nauwelijks ! - drie maal zeven schatten.'
'Uw paars pliekske is anders ook niet mis', repliceerde ik. 'Geef die petitie maar hier, schoonheid. Ik teken met graagte !'

Eén van de dingen die ik me nog herinner van mijn schooltijd is dat de graad aan beschaving van een volk gemeten wordt aan het feit of men zijn doden begraaft. En... op welke manier men dat doet. Verassen, begraven ? Liggend of in hurkhouding ? Welke grafgiften werden er meegegeven ? De godsdienstige connotatie even buiten beschouwing gelaten, meende ik dat dergelijke handelingen voor de eeuwigheid waren. RIP. Requiescat in pace. Of toch even de religieus-culturele toer op ? Requiem aeternam dona eis, Domine. Et lux perpetua luceat eis. (Geef hen eeuwige rust, O Heer. En laat het eeuwig licht op hen schijnen.)

Nu, ik stel vast dat de waarde van het begrip eeuwigheid serieus is gedevalueerd. Tot 15 jaar in sommige gevallen. In Huivelde toch. Wat sommige politici bezielt om opdracht te geven tot dergelijke ontgravingen is me een raadsel. Wat hen beweegt om dergelijke aanplakbiljetten gewetensvol te ondertekenen is voor mij nog een groter enigma. En welke argumenten zijn zwaarwegend genoeg om een dergelijke actie te rechtvaardigen ?
Plaatsgebrek ? Ocharme !


Ik begrijp het al helemaal niet van een generatie politici die enkele jaren geleden het Huiveldse kerkhof prachtig heeft gerenoveerd. (zie foto) Alle lof daarvoor ! Zelfs in de keuze om voortaan voor iedereen een zelfde graf te plaatsen kan ik me vinden. (Misschien moet men dit principe wel doortrekken bij het verlenen van bouwvergunningen, ons straatbeeld kan er alleen wel bij varen.) In de dood is iedereen gelijk. De arme, de rijke. De anorexia-patiënt en ondergetekende.

Straks plaatst men dus hypocriete groene zeilen rond het Huiveldse kerkhof. Uit respect voor onze doden die zullen worden opgegraven. Maar vanuit mijn zolderraam, bij wijze van spreken, zal ik de grote grijpkranen de talrijke knekels in een laadbak zien storten. Weet iemand trouwens, waar men onze voorouders heen brengt ? Misschien worden ze wel vermalen tot beendermeel. Zou u ervan schrikken als het werkelijk zo was ?

Ik denk dat weinigen me verdenken van het feit een zedenpreker te zijn. Integendeel !
Maar tegen barbaarse praktijken als deze - wat is trouwens het verschil met grafschennis ? - verzet ik me met klem. We zijn een volk van ontgravers geworden.
Gun onze doden tenminste de rust die ze in het leven niet hebben gekregen, een beschaving waardig.

(Deze tekst is geheel in eigen naam geschreven
ter nagedachtenis van mijn overgrootouders
Karel en Maria wiens rust binnenkort brutaal zal worden verstoord)

maandag 5 november 2007

Els: 'Daantje hoofdrol in kinderboek ?'

Wie het geboortekaartje heeft gekregen weet dat onze Daan grotendeels genoemd is naar het hoofdpersonage uit één van Roald Dahls bekendste boeken: Daantje de wereldkampioen.

Binnenkort wordt Daan het hoofdpersonage van een ander en een nieuw kinderboek. Benieuwd ? Surf dan eens naar de site van Olvarit.

vrijdag 2 november 2007

Giovanni: 'De Ratin-Tot'

Ik zou dringend eens moeten verder werken aan m'n blogreeksje '14 dagen Ardennen'. Dat doe ik binnenkort - beloofd ! - maar na alweer een weekje Hastière wil ik toch iets kwijt over de Ratin-Tot, het oudste cafeetje van Namen. Ik gooi de cronologie bijgevolg even overhoop.

Elke keer weer, trekken we graag een keertje naar Namen. We parkeren ons achter het Casino en lopen, langs het Waals parlement aan de Maas - het voormalige Hospice Saint-Gilles -, langs de voet van de citadel en steken vervolgens de Samber over via het brugje naast het archeologisch museum. Op dat moment bevinden we ons in de binnenstad, in de onmiddellijke buurt van de opera en de hoofdwinkelstraat. We kuieren wat langs de etalages en trekken het oude Namen binnen (waar u steevast het provinciaal museum rond de bekendste Naamse schilder-graficus-karikaturist Félicien Rops moet bezoeken. Tenminste, als u tegen een stootje kunt, want het werk van deze 19de-eeuwer is niet zelden satanistisch en pornografisch).

Het oude Namen is één en al gezelligheid en omvat tegelijk de studentenbuurt. Op de Groentenmarkt, een vierkant pleintje gebouwd op het kerhof en de restanten van de oude Saint-Loup-kerk, hebben we een vaste stek: le Ratin-Tot, li pus vî cabarèt d' Nameur of het oudste cafeetje van de stad. Onafgebroken sinds 1616. Ter info: Wallonië stond toen - toch grotendeels - onder Spaanse heerschappij, en in Frankrijk regeerde Lodewijk XIII. Ter vergelijking: het oudste café van Parijs, Le Procope, dateert van 1686.

Dinsdag hebben we er onze voeten nogmaals enige rust gegund, slenteren langs etalages is nu eenmaal lastig. In de Ratin-Tot komt de muziek uit een oude transistor, de stoelen zijn lekker ouderwets en er werd tegen alle mogelijke tendenzen in geen abracadabrante loungeverlichting aangebracht. Opvallend is de meterslange houten bank langs de vensters. En nog opvallender: eindelijk vond ik een café waar men geen obligate spaghetti en croque monsieur op de kaart heeft staan. Een café moet nu eenmaal een café zijn, een restaurant een restaurant. De dranken zijn verzorgd, de patron heeft de touwtjes stevig in handen en spreekt alle talen die men van hem verlangt. Dinsdag zaten we aan tafeltje naast de spaarkas. Sparen op café, een fantastisch idee, toch ? De kas zou 's anderendaags gelicht worden en de namen van de getuigen van dit evenement stonden met krijt op het centrale zwarte bord geschreven. Zij wisten waar ze aan toe waren.

De Ratin-Tot: spring er gerust eens binnen. Een Chimay Rouge - of eender wat - smaakt er beter dan elders. Voor wie niet onmiddellijk in de buurt moest komen: je kan een kijkje nemen op hun site. Er staan tal van oude foto's op.

zondag 21 oktober 2007

Rune: 'De cinemavriendjes'

Gisteren ben ik voor de eerste keer naar de cinema geweest.
Met papa.
Papa had het beloofd vrijdag. Ik moest dan wel nog één keer braaf slapen. Dat heb ik dan maar gedaan.

Gisteren reden we dus naar de grote stad. Naar de cinema.
Mama en Daantje trokken de stad in om naar de winkels te kijken.


Het was een grote film over een grote rat.
Op een wel heel grote TV. En ik at chips en dronk cola.
Mooi was het.
Toen de film gedaan was heb ik tegen papa gezegd dat wij de allerbeste cinemavriendjes zijn.
Mama stond toen al buiten.
Ze had een nieuw kleedje gekocht.

vrijdag 5 oktober 2007

Giovanni: 'De keuken van moeder'

Ik hoop dat ik geen zeurende melancholicus word, want het valt me op dat ik het hier de laatste tijd redelijk veel over mijn jeugd heb.
't Zal de leeftijd zijn, zeker ?
Op het gevaar af neem ik nog een keer het risico.

Met al die kookprogramma's op TV moet ik het toch even over de keuken van moeder hebben. Misschien zijn de recepten die ik als kind destijds niet lustte nu net wel het meest interessant.

Zo aten we aardappelpuree, met fijngesneden rauw witloof in een beetje mayonaise. Op de puree werd een sneetje, jawel, kopvlees gelegd. Ik moet het dringend eens klaarmaken want het lijkt me ondertussen als gelouterde dertiger overheerlijk. Vooral omdat het kopvlees op de puree onmiddellijk wegsmelt. Hoewel ik het als kind niet lustte, vermoed ik dat het om duimen en vingers af te likken is. Het schijnt een op en top Huivelds gerecht te zijn, want mijn vader die uit Hansevelde afkomstig is (de kant van de straat voorbij de kerk) kende het aanvankelijk niet. Huivelde en Hansevelde hebben bij mijn weten altijd op voet van oorlog geleefd, dus ik vermoed niet dat ze recepten uitwisselden. Al lustten ze mekaar waarschijnlijk wel rauw.
(Een variant op het voorgaande recept - in tijden van oorlog, vermoed ik - bestaat eruit het kopvlees te vervangen door een blik Pilchards in tomatensaus. Deze kelk laat ik nog steeds graag aan me voorbijgaan.)

Ook van hutsepot walgde ik als jonge snaak. Ik weet ondertussen wel beter. Ik heb er tegenwoordig wel graag wat stukjes schaap of lam in: koteletjes, ribbekes,... en uiteraard veel wintergroenten.
Gebakken bloedworst met appelmoes en aardappelpuree was nog zoiets. Een gelukzaligheid, weet ik nu. En boontjes met spek-ajuin-azijnsaus en een zachtgekookt ei: hetzelfde verhaal. Een mens leert bij met de jaren.

Wat ik nog steeds graag eet, en vroeger dus ook al, is iets wat in Huivelde 'gloedigen duvel' wordt genoemd. Ik maakte het vandaag klaar en dat was eigenlijk de aanleiding om dit stukje te schrijven. Er zijn tal van purees maar deze is de lekkerste. Gloedigen duvel staat boven wortel-, prei-, spinazie- en broccolipuree. Gloedigen duvel is puree van rode kool. De rode kool wordt traditioneel klaargemaakt, met een gelijk gewicht aan appelen, een laurierblaadje, een snuifje suiker en een klein scheutje azijn. De gekookte aardappelen worden er daarna ondergestampt. Goddelijk met een kotelet, een spiering of een eenvoudige braadworst.

Kost van den buiten, dat besef ik, maar we hoeven er daarom niet minder trots op te zijn !