maandag 16 september 2024

Met Irene Adler uit eten

Niemand doet het, maar als iemand me zou vragen met welk vrouwelijk personage uit de literatuur ik wel eens zou willen gaan eten, dan antwoord ik niet Madame Bovary, laat staan de middeleeuwse Beatrijs of Hermelien Griffel.

Wel: Irene Adler.
Niet dat er ooit sprake was van romantiek tussen Adler en de ijskoude, beredeneerde Sherlock Holmes in de boeken van Conan Doyle. Holmes bewondert haar om haar sluwheid, om haar scherpzinnige geestigheid. Ze is de enige vrouw die erin slaagt Holmes van zijn à propos te brengen. Dan moet je verdorie van goede huize zijn.
In de boeken is ze een voormalige operazangeres-slash-courtisane, in de reeks met Benedict Cumberbatch en Martin Freeman een BDSM-meesteres, voortreffelijk vertolkt door Lara Pulver (foto). Daarin heeft ze een afspraak met Holmes waarbij ze hem naakt tegemoet komt. Een fenomenale scène die veel ophef veroorzaakte maar meteen de verhoudingen duidelijk maakte. Voor één keer heeft Holmes niet de touwtjes zelf in handen.
Interessant personage, die enigmatische Irene. 'The woman', zoals Holmes ze noemt. Doyle beschrijft haar verder: 'having a face a man might die for, the daintiest thing under a bonnet on this planet.'
Als iemand haar kan boetseren en leven inblazen zoals Gargamel met Smurfin deed, laat het me weten. De Fleur de Lin zal Irene wel bevallen.
Giovanni

donderdag 22 augustus 2024

Shrek, the musical: 'Amusement waarvan je in een opperbeste stemming huiswaarts keert'

Shrek, the musical.
Daar trokken Rune en ik op maandag 19 augustus heen, niet goed wetend wat te verwachten. In de eerste plaats omdat ik de zaal, Eventim Apollo, maar in de jaren '80 heette die nog de Hammersmith Odeon eens wou zien, vanbuiten én van binnen. 'Waarom?', hoor ik je vragen.

Wel, als 16-jarige maakte ik kennis met de muziek van Dire Straits (lees: Het uilenveld: Giovanni: 'Waar is Knopfler op deze blog ?'). Ik bleef lang gefascineerd door die vreemde naam van de man die het brein was achter de band, Mark Knopfler. Ik kon er me lange tijd geen gezicht bij voorstellen. Tot de Franse televisie op een zondagmiddag 'Alchemy', uitzond. Dat was voor mij een openbaring, en voor mij nog steeds het in de ideeënwereld van Plato verblijvende concept van een live-concert. Dat concert was opgenomen in de Hammersmith Odeon, heb ik tientallen keren herbekeken, zowel op videocasette als DVD, en die zaal wilde ik wel eens voelen.
Dus boekten we Shrek.

Een musical voor alle leeftijden, dat wisten we. Een familiegebeuren. En dan denk je in Vlaanderen meteen aan K3-toestanden en evenveel biggetjes. Helemaal gerust waren we er dus niet in.

Lachen geblazen
Maar Shrek was topamusement! We kregen het gekende verhaal en heerlijke muziek van een liveband, prachtig gezongen. De muziek vergrootte, voor zover dat mogelijk is, de typische musical-kenmerken. Dan swingde het spektakel als een tiet, vervolgens rockte het als de beesten en spatte de soul van het podium af. Alles droeg humor in zich. We lachten niet alleen met de aangedikte muziek, ook met de geweldige uitvergrote choreografieën, die niet zelden het genre parodieerden - tapdansen en al -, met een scheet en en een boer op tijd en stond,  met zowel de eenvoudige visuele en verbale grappen voor de kinderen als de baldadige voor de meer volwassenen. Het geheel had een vaart die we met de Eurostar de dag voordien niet hadden gehaald.

Lord Farquaad, Shrek, Fiona en Donkey lagen volledig in de lijn van de film: personages met een serieuze hoek af, allround perfect tot leven gebracht. Wat mij betreft stak Cherece Richards er vocaal bovenuit, zij speelde de rol van de draak en de heks.

Om kort te gaan: perfect gebracht amusement waarvan je in een opperbeste stemming huiswaarts keert.

Giovanni

Dire Straits in Hammersmith Odeon


Dvořák e.a. op BBC Proms: 'Kleuren, klankmassa's, magistrale spanningsopbouw'

Op 18 augustus zakten Rune, ikzelf en duizenden anderen, waarvan het merendeel jongeren, af naar de Londense Royal Albert Hall voor Prom 38 van dat jaar, iets waar we enorm naar uitkeken. Alleen al om deze legendarische zaal van binnenuit te bewonderen. Er een klassiek concert in meepikken met de zevende symfonie van Antonin Dvořák was ons nec plus ultra.

The Ulster Orchestra en dirigent Daniele Rustioni maakten dat feest compleet. Ze openden met Busoni's Comedy Overture. Nu, van Busoni, moet ik toegeven, kende ik geen enkel werk. In de Comedy ouverture beweegt de componist zich heen en weer tussen het rationele van het neoclassicisme en mengt dit met verwijzingen, niet meer dan dat, naar de romantiek. Dit werk maakte ontegenzeglijk helder waar dit orkest in uitblinkt: forse contrasten, en spanningsbogen die je op het puntje van je fluwelen stoel doen zitten.

Het tweede werk was het vierde pianoconcerto van Beethoven, met aan de toetsen Francesco Piemontesi. Een mooi driedelig werk - allegro, andante, rondo - dat heel populair is onder de pianisten. Piemontesi cadenste er op los, het orkest in een nu eens spitse, dan weer bijzonder cantabile Beethoven-modus. We namen dit alles in ontvangst en genoten.

Sussex Landscape van de twintigste-eeuwse componiste Avril Coleridge-Taylor opende het tweede deel. Sussex Landscape, een symfonisch gedicht, werd direct na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 geschreven en bevat een veel somberdere en desolate sfeer dan wat het publiek doorgaans associeert met het idyllische platteland. Het groeide uit tot een zeldzaam voorbeeld van een 'oorlogswerk' dat door vrouwen is gemaakt en ingaat tegen de 'huiselijkheid', hét etiket dat destijds op composities van vrouwen werd gekleefd, of moest kleven.

Dvořáks zevende dan! Het klapstuk. Het ging ooit in première in de Londense St.-James Hall en wordt als zijn grootste symfonie beschouwd, ook al is de negende veel populairder. De zevende is Brahmsiaans, een pak donkerder ook, in een voetnoot bij de trage beweging refereert Dvořák naar 'the sad years' waarin zijn moeder en oudste kind overleden. Maar de symfonie houdt ook verband met de politieke onrust onder de Tsjechen, ze verklankt de mogelijkheid om koppig verzet te bieden tegen de verdrukker. En ja, wat een werk: deze compositie is het werk van een toparchitect. Klanken die oprijzen als kathedralen. Kleuren, klankmassa's, contrasten, magistrale opbouw naar hoogtepunten, The Ulster Orchestra weet er raad mee. En hoorns, hoorns, hoorns. Dvořák en Rustioni brachten ons beiden in een roes. Zo begeesterend was deze zevende.

Een avondje Proms in The Royal Albert Hall, doe het gewoon als je er toevallig bent of neem de Eurostar. Voor de ticketprijzen moet je het alvast niet laten. Koorcomponist Eric Whitacre staat er binnenkort op het podium en wat hij eergisteren op zijn Facebookpagina schreef kan ik enkel beamen: "It’s hard to describe the majesty of the Proms festival, which presents over 100 concerts for two months every year. It takes place in London’s Royal Albert Hall, which can hold over 5,000 people, and everyone with a floor ticket gets to stand through the entire performance, almost like a rock concert. Those who get there early enough can literally rest their elbows on the front of the stage. There is really nothing like it — intimate and epic at the same time. (...) If you can make it in person, I can’t recommend it highly enough. The atmosphere of the festival, the hall, and the exceptional performers make the Proms a memory that will last a lifetime." 

Het concert is via deze link
te herbeluisteren:

Giovanni

donderdag 8 augustus 2024

'De wonderbaarlijke reis' van Mendoza: "Bijzonder vernuftige roman"

'De wonderbaarlijke reis' van Eduardo Mendoza is een bijzonder vernuftige roman. Het boek vertelt het verhaal van de filosoof Pomponius Flatus - ja, je lacht altijd wat af met Mendoza - die in de eerste eeuw van onze jaartelling in Nazareth terechtkomt, waar een timmerman op het punt staat ter dood gebracht te worden. Jezus, diens zoon, benadert Pomponius en vraagt hem de ware toedracht van de moord te achterhalen want hij gelooft in de onschuld van zijn vader.

Wat volgt is een messiasverhaal - en tegelijk ook weer niet - verpakt in een detectiveroman. Niet zozeer het detective-aspect of de daden van de speurder zijn spitsvondig, wel de hele opbouw van het boek, waarbij alle personages - je bent je daar in het begin van de roman als lezer gezien de absurditeit van het uitgangspunt helemaal niet van bewust - naar het einde toe heel organisch in hun gekende 'historische' rol vallen. In die zin is 'De wonderbaarlijke reis' een soort van prequel op het nieuwe testament.

'Aan de eerste plicht van een vrouw van lichte zeden, namelijk beschikbaarheid, voldeed die van ons niet, want ze was niet thuis.'

Wel een bijzonder grappige prequel. De scherts van Mendoza, ik ben er al lang verzot op. Die is zo divers als de tomatenplanten onder mijn afdak. De humor is vaak terloops, wat hem onweerstaanbaar maakt. Regelmatig is die fijnzinnig, soms minder geraffineerd, soms ook plattekes. Een verrukkelijke mix. Het helpt als lezer wel als je je gewijde geschiedenis nog een beetje kent, en vertrouwd bent met de Griekse en Romeinse mythologie en literatuur.

Het boek gaat soms dieper. Met dezelfde terloopsheid als zijn humor raakt Mendoza thema's aan zoals wel of niet geloven, religie versus wetenschap... Nooit op een hoogdravende, aangekondigde of breedvoerige manier. Maar ineens denk je: 'Wat die Pomponius hier uitklavert, verdorie, dat is iets om te onthouden!'

Lezen, zou ik zeggen, deze literaire reis is amusement van het bovenste schap.

Giovanni

maandag 5 augustus 2024

Bij het lezen van 'Bechamel mucho'

'Bechamel mucho' heet het laatste boek van Dimitri Verhulst. De titel is even onnozel als hilarisch, daarmee is alvast de toon gezet.

Het boek vertelt een toeristisch seizoen, en wat daaraan voorafging, uit het leven van Alex. En Alex' pad, dat liep niet over rozen. 
Ooit stampte hij een kaasbedrijf uit de grond, dat een uitzonderlijk type kaas produceerde (Hetwelke? Lees het boek!) Hoe geniaal hij zijn idee zelf ook vond, de zaak ging over de kop. 
Dat Alex kaas maakte en aan de man bracht is geen toeval. Wie in de Nederlandse literatuur een stumperd wil neerzetten, plaatst die best binnen de kaasnijverheid. Met succes, kijk maar naar Frans Laarmans in Elsschots novelle 'Kaas'.
Ik begrijp dat ook. Alleen al de klank van het woord. 'Kaas.' Het klinkt lullig, geef toe. Niet alleen in het Nederlands: Reginald Cheese, vader van John, liet zijn familienaam niet voor niets veranderen in Cleese. Cheese vond hij té genant. Het product, ook al is het lekker, er hangt een ongemakkelijk luchtje aan.

Glans 
Goed, na zijn kaasavontuur gaat Alex aan de slag als animator in een all inn-hotel. De lezer ziet een hele resem personages voorbijdraven in het resort, allemaal trefzeker, psychologisch doordacht neergezet. Maar Verhulst doet dat zonder enig mededogen. Het glanslaagje dat onze nietigheid omhult en waar we tijdens onze luxevakanties op teren krabt hij er helemaal af. Zonder genade. Dat is in de eerste plaats enorm vermakelijk en onweerstaanbaar grappig. Zelfs al herken je jezelf er bij momenten in. 

Verhulst schuwt daarbij de maatschappijkritiek niet. Hij hakt met de botte bijl op de zeer actuele samenleving in.

Als lezer lach je je van de ene naar de andere pagina, en toch is het in wezen een heel donker boek. Ook dat begrijp ik: je mag de meest overtuigde humanist zijn en geloven in de onbegrensde mogelijkheden van de mens, wat we er bijwijlen maar van bakken doet neigen naar misantropie. 

Onze nietigheid, ons mislukken, we ontkomen er niet aan.
We kunnen er dus maar beter mee lachen, en ons intussen - Alex indachtig - een beetje amuseren.

Giovanni

donderdag 23 mei 2024

'Ongeëvenaarde, speelse en groteske roman'

Ooit op vakantie in Pineda de Mar, was ik er een heel eind in opgeschoten. In 'De Stad der wonderen' van Eduardo Mendoza. Nadien is het om niet langer te achterhalen redenen een tijd blijven liggen. Niet omdat het boek niet goed was, au contraire.

Enkele weken geleden begon ik er opnieuw in, en na uren leesplezier, heb ik het bijna uit. Wat een elysische roman is dat. Het boek vertelt het verhaal van Onofre Bouvilla, een jongeman van 14 die van het Catalaanse platteland naar de stad emigreert. Meer nog dan Onofre speelt het Barcelona tussen de twee wereldtoonstellingen van 1888 en 1929 de hoofdrol in het boek. Beiden evolueren gelijklopend. Onofre ontpopt er zich op allerlei bedenkelijke manieren tot de meest belangrijke en rijke man, parallel met de groei van de stad. En Mendoza maakt Barcelona tot dé wereldmetropool. Wie Onofre daar, behalve zijn vreemde snuiters van tegenspelers allemaal tegen het lijf loopt, het zijn niet de minste: de tsarina, Picasso, Raspoetin... Mendoza beschrijft hun aanwezigheid als historische gebeurtenissen met een encyclopedische precisie, maar hij neemt de lezer in het ootje. Een wel vaker geciteerd fragment in deze context is het volgende:

Na de Phoeniciërs kwamen de Grieken en de Layetanen. Van het verblijf van de Grieken zijn sporen van handwerk gevonden, aan de Layetanen hebben we volgens etnologen twee specifieke kenmerken van ons ras te danken: de neiging van de Catalanen om het hoofd schuin naar links te houden wanneer zij doen alsof zij luisteren en, bij de mannen, de aanleg tot weelderige haargroei in de neusgaten.

Bij de onwaarschijnlijke en van de pot gerukte passage verder in het boek over Mata Hari in haar Rolls-Royce had hij me pas écht goed liggen.

Deze Rolls-Royce, die wonder boven wonder bij deze gebeurtenis geen schade opliep, is vandaag de dag nog te bezichtigen in het kleine Musée de l' Armée in Rouen.

Het internet en een mailtje naar de toeristische dienst bevestigden: er bestaat geen Musée de l' Armée in Rouen en van een Rolls-Royce is er ook geen sprake. 'Il semble que monsieur Mendoza ait créé un musée fictif pour son roman.'

De auteur moet hem met dit soort mesjokke, halfgare spielereien rot hebben geamuseerd. En dat doe ik als lezer ook, in deze ongeëvenaarde, speelse en groteske roman, die voortdurend balanceert op de grens van werkelijkheid en fictie.

Giovanni

vrijdag 15 maart 2024

Gershwin, ster van de jetsetfeestjes

‘I never forget a face, but in your case I'll be glad to make an exception.’ 

Het is één van de vele beledigingen die Groucho Marx onsterfelijk maakten. Enkele weken geleden herbekeek ik de films van The Marx Brothers, die ik in mijn studententijd leerde kennen en waarvan ik op slag wild werd. De dialogen uit deze jaren ’30 zwartwitfilms zijn zo snedig en absurd dat ze op geen enkel moment gedateerd lijken, integendeel.

Als ik iets lees, bekijk of beluister dat ik heel goed vind, ontpop ik me al snel tot een verbazingwekkende nerd en begin ik maniakaal wetenswaardigheden op te snorren. Tijdens dat surfen kwam ik heel vaak George Gershwin tegen. Laat dat nu net, per ongelooflijke hasard, de componist zijn waaraan het komende nieuwjaarsconcert* wordt opgehangen. 

Groucho, onherkenbaar zonder zijn iconische opgeschilderde snor en wenkbrauwen, en één van dé sterren van de Amerikaanse cinema op dat moment, had – de reden wordt straks duidelijk - graag een pianist in zijn buurt, en zeker tijdens feestjes met de jetset. George Gershwin bijvoorbeeld. De Marx- brothers én de Gershwin-broers (George en Ira, de tekstschrijver) hadden samengewerkt met dezelfde scenaristen/librettisten George Kaufman en Morrie Ryskind. In die context hadden ze elkaar leren kennen. Ze schoten goed met elkaar op, ze deelden dezelfde interesse voor muziek, omarmden dezelfde humor en frequenteerden dezelfde partijtjes.

Gershwin, die nooit trouwde, leerde er de actrices kennen uit de Marx Brothers-films: Margaret Dumont, de belangrijkste tegenspeelster van Groucho die in zowat alle films diens onophoudelijke stroom aan beledigingen incasseert, en Kitty Carlysle, operazangeres en ster van de kaskraker ‘A night at the opera’. George had dates met beiden rerwijl hij eigenlijk achter Paulette Goddard aan zat, de toenmalige partner van Charlie Chaplin. Toegegeven, smaak had hij wel.

Maar terug naar die feestjes van Groucho. Gershwin speelde hele nachten door op de piano, bij het minste werd hij uit zijn tent gelokt en begon hij eraan. In die mate zelfs dat Groucho bij een bepaalde gelegenheid enkel zijn broer Ira Gerhswin uitnodigde zodat het niet leek alsof hij George alleen maar uitnodigde om de andere gasten te vermaken. Gershwin pikte dit niet, kwam onuitgenodigd naar het feest en het vervolg laat zich raden. Uit de mond van Groucho: 'He’d drop by, sit down at my piano, and stay there playing all night.’ 

Hoe dat er toen aan toeging beschrijft Richard Rodgers, de componist van ‘The Sound of Music’. ‘Als hij optrad was George één grote brok adrenaline. Hij was een party-animal en kon uren aan een stuk entertainen door te improviseren op thema’s die door de gasten werden aangebracht, of door eindeloos variaties te spelen op zijn eigen melodieën. Daarenboven was hij een groot verteller, een getalenteerd danser en een buitengewoon acteur. Hij hield ervan om de ster van de avond te zijn.’

Gisteren, dinsdagavond.

We repeteren ‘Stillness’ van Tom Davoren voor het concert op 3 mei in Berlare, een werk opgedragen aan vliegenierster Amelia Earheart, die als eerste vrouwelijke piloot de Atlantische oceaan overstak. Ik kom thuis en check mijn Facebook. Er duikt een foto in mijn tijdlijn op van Earheart samen met Harpo Marx, de stilzwijgende harpspelende brother. Harpo zette ooit ‘I got rythm’ van Gerhswin op plaat.

Alles hangt samen met alles. 
Dat wisten de Stoïcijnen al.

* Nieuwjaarsconcert, zondag 12 januari 2025, 11 uur, De Wiek
** Expeditie, vrijdag 3 mei 2024, CC De Stroming, Berlare. Tickets: https://beleefberlare.be/expeditie