zaterdag 21 maart 2009

Giovanni: Met Rune fietsen naar de Schelde

Van zodra de zon van de partij is wil Rune steevast naar de Schelde fietsen. Vooral het naar beneden rijden van de dijken vindt hij spectaculair. De 'Scheldefabriek' ook, want daar wordt allemaal ons vuile water opnieuw proper gemaakt. Toen hij in een voortuintje narcissen zag staan moest hij er onmiddellijk mee op de foto want 'Papa, paasbloemen zijn de mooiste bloemen die er bestaan !'





vrijdag 27 februari 2009

Giovanni: 'In memoriam'

Behalve interviews met enkele lokale zelfverklaarde helden, hield ik er, eind 1999 nog bitter weinig journalistiek métier op na. Ik gaf les, muziek en esthetica, en schreef elke week een pagina in De Streekkrant vol.
- 'Ken je Jaap Kruithof ?' vroeg Staf me. Staf was eindredacteur bij De Zondag.
- 'Ja', zei ik. Ik had aan de unief wel eens een college van hem bijgewoond. Ik herinnerde me ook een Dag voor de Verdraagzaamheid waarin de professor een volgelopen auditorium E van de Gentse Blandijn toesprak en zonder enige moeite inpakte. En tijdens de Gentse Feesten had ik wel eens een debat met hem meegepikt.
- 'We plannen in De Zondag een reeks milleniuminterviews met bekende mensen, zou je Kruithof niet voor je rekening willen nemen ?' vroeg Staf.
- 'Pfff !'

- 'Niet flauw doen, kom. Ik heb zijn telefoonnummer voor jou opgezocht. Bel hem !'
- 'Pfff... Mag dat niet in het kamertje hiernaast.'
- 'Nee, hier !' plaagde Staf. 'Bel hem.'

In een mum van tijd had ik de professor aan de lijn.
- 'Woensdag om 13.30 uur schikt me perfect. Ik verwacht u.'
Na het inhaken sloeg me de schrik pas goed om het lijf.
- 'Staf, verdomme !'
- 'Als je je goed voorbereidt kan er niets misgaan. Hier is een dictafoontje.'

In plaats van recht naar huis te rijden ontleende ik eerst in de Lokerse bibliotheek alles wat er van de filosoof te vinden was en werkte me er vervolgens in twee dagen doorheen.
Die woensdag reed ik naar het Antwerpse en was er rijkelijk te vroeg. Iets voor half twee durfde ik, knik in de knieën, aan te bellen.
- 'Ik had u zo vroeg niet verwacht.'
- 'Mijn excuses.'
- 'Neemt u maar plaats in de studeerkamer.'
Daar zat ik dus in de studeerkamer van een professor die bekend stond als een notoir dwarsligger. Alsof een nest mieren mijn ingewanden opvrat. Het gesprek begon een beetje in mineur.
- 'Beetje vervelend dat u uitgerekend nu langskomt, mijn hond is net overleden. Daarnet liep hij hier nog rond en nu voelt die zo koud aan als...'
- '...'
Ik stond op het punt de professor te condoleren maar deed dat toch maar niet. Op de radio speelde Noordkaap 'Zoals een mooi verhaal'.
- 'Dwaas lied ! Aartslelijk is dat, vindt u niet ?'
- '...'

- 'Laten we er maar aan beginnen. Vraag maar raak ! Verdorie, de telefoon !'
Aan de telefoon hing een journalist met een gelijkaardige opdracht als ik. Milleniumvraagjes ! Aan het gesprek kwam abrupt een eind.
- 'Tuurlijk ben ik bang voor de dood !' riep Kruithof, 'Wat een onnozele vraag is me dat. Bent u niet bang voor de dood misschien, iedereen is dat !'
Toen ging de hoorn op het toestel. Honderd mierennesten deden zich te goed aan mijn ingewanden.
- 'Hopelijk hebt u betere vragen.'
- 'Ahum.' Ik schraapte mijn keel.

Sindsdien werd het gesprek hartelijker en hartelijker. Ik vousvoyeerde de prof de hele tijd - uit respect - en we praatten over het neoliberalisme, over ecologie, politiek, waar het heen moest met onze planeet en nog veel meer. Dat ik me stevig ingewerkt had deed de man veel deugd. Veel over muziek, ook. Over Bach, Bach en Bach. Dat we natuurgeluiden steeds meer verdringen en vervangen door lelijke kunstmatige. Dat knuffeldieren een bedreiging vormen voor de natuurlijke omgang met dieren. Enzovoort. Je kon het zo gek niet bedenken. (Het gesprek moet ik nog ergens op kleine cassetjes hebben. Het uitgeschreven interview is, ik ben inmiddels drie pc's verder, onvindbaar)

Rond zeven uur stapte ik de deur uit, na wat een uitzonderlijk lang en aangenaam gesprek was geworden.
'U bent een mens met veel sérieux', zei hij met Hollandse tongval, zelfs op dat laatste woord.
Toen sloeg de deur.
En ik, ik zweefde naar mijn auto.

maandag 26 januari 2009

zondag 25 januari 2009

Els: 'Daantjes eerste woorden'

Elke dag mogen de jongens even naar Ketnet kijken.
Kaatje is de wrapster voor de Ketnet-peuters, een meisje met blonde vlechten. Ze draagt een rood kleedje met sterren erop. Een zot geval is Kaatje, ze oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op mijn jongens. Kaatje heeft ook een vriendje, Kamiel - een soortement draak -, maar die vinden ze niet zo interessant.

Vooral Daan loopt wild van Kaatje. Elke dag loopt hij naar de televisie en roept luidkeels 'Kaatje, Kaatje !' Als we dan niet direct reageren neemt hij de afstandsbediening en trekt hij aan mijn rok. 'Kaatje, Kaatje...'

Wat Daantje nog goed kan zeggen is 'koek', want naar Kaatje kijken dat kan hij niet zonder koek. (Opvallend is dat Daans woordenschat zich voor 95 procent in de eetsfeer bevindt: e-ten, drin-ken, mmmmm, pannekoek, wor-tel, cha-teau-bri-and, brai-se-ren, hof-van-cle-ve,...)

Het is wel fijn zo een babbelaar in huis te hebben.

Giovanni: 'Rune helpt mee verse ravioli maken'


zaterdag 10 januari 2009

Giovanni: 'Blokken aflevering 143.856'

Ben: Welkom bij onze 143.856ste aflevering van Blokken, beste kijkers. Kandidaat Nico kennen we uit de vorige twee afleveringen. Bijzonder sterk, die man. Vandaag heeft hij een nieuwe uitdager gevonden in de figuur van Ronnie Tenenkaas uit Smeerebbe-Vloerzegem. Goeienavond Ronnie.

Ronnie: Dag Ben.

Ben: Smeerebbe-Vloerzegem, Ronnie, hebben ze daar geen café 'Sport' ? Ik meen me zoiets te herinneren, de baas heeft een grote moestasj, ne keirbustel, gelijk ze zeggen.

Ronnie: Niet dat ik weet, Ben. Café 'Sport', zegt ge ? Nooit van gehCursiefoord.

Ben: Allei, allei... Nochtans verzorgde pinten dat die moestasj tapt. Goed op temperatuur, geen te groten, geen te kleinen col. Enfin, wat zijn je hobby's, Ronnie ?

Ronnie: Bwah, zo'n beetje vanalles. Scrabbelen, vogels ringen, koken, wandelen met de hond, naar Blokken kijken, naar de herhalingen van Blokken kijken, naar Blokken kijken via Net Gemist...

Ben: Zo'n beetje vanalles ?

Ronnie: Ja.

Ben: Is er niets dat er zo'n beetje bovenuit steekt ?

Ronnie: Niet echt.

Ben: Is er dan niets waar ge een grondige hekel aan hebt ?

Ronnie: Nee. (lange aarzeling) Of misschien toch.
Zo'n drietal jaar geleden is mijn vrouw ervandoor gegaan met een buizenfitter. Alles had ze meegenomen: de meubels, onze Audi, de kinderen, mijn scheikundedoos, mijn fitnessabonnement... Echt alles. Alleen wat ongekliefd brandhout had ze me achtergelaten. Met wat creativiteit en veel goede wil heb ik daar een bankstel en een salontafel mee gemaakt.
Op een avond krijg ik honger. Gezien de recente gebeurtenissen had ik geen zin om te koken. Hoewel dat anders een hobby van me is, net als scrabbelen en vogels ringen, overigens. Ik dus naar de Chinees. Te voet, uiteraard. Omdat ik niets van die vreemde namen op de menukaart kende bestelde ik nummer 111, dat is op één cijfertje na de code van mijn bankkaart. Vandaar. Ik heb het met smaak opgegeten.
(Ben doet teken om af te ronden)
De morgen daarop stond ik op met een raar gevoel in de maag. Ik voelde dat ik onmiddellijk naar de wc moest spurten. 'k Was te laat. De diarree liep langs mijn benen naar beneden. Om op uw vraag te antwoorden, Ben, dat is iets waar ik toch een lichte hekel aan heb.

Ben: Inderdaad, Ronnie. Ik kijk even naar de jury. Ik denk dat het tijd is voor onze eerste vraag. Nico is een heel sterke tegenstander, dat weet je, je zal je tenen mogen uitkuisen, haha ! (Ben doet teken aan de applausmeester om het publiek tot lachen aan te zetten)

(Publiek lacht)

Ben: Eerste vraag: Hoeveel p's telt het woord radiator ?

Nico (drukt af): Géén.

Ben: Ik kijk even op mijn papiertje. Inderdaad, géén. Het was een strikvraag. Die dekselse redactie toch. En wat een sterke kandidaat, die Nico. Ronnie, je bent gewaarschuwd, pas op je tellen !