Posts tonen met het label Mozart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mozart. Alle posts tonen

maandag 2 februari 2015

Giovanni: 'Mozarts Requiem refereert, aldus Louis Devos, naar Gossec'

Een tweet van journalist Rik Van Cauwelaert trok onmiddellijk mijn aandacht, vorige week. Naar aanleiding van het overlijden van tenor en dirigent Louis Devos tweette Van Cauwelaert dat Devos in het Requiem van Mozart referenties had ontdekt naar de 31 jaar eerder gecomponeerde Grande Messe des Morts van onze landgenoot* François-Joseph Gossec.

Ik heb onmiddellijk de opname** die Louis Devos van het werk maakte besteld. Want eerlijk, ik vond het een gewaagde stelling. Ik kende Gossec - zoals velen waarschijnlijk - voornamelijk van zijn Gavotte. En van zijn symfonieën. 

Deze dodenmis laat een totaal andere Gossec horen, een Gossec die heel diep graaft. En ja, tijdens de beluistering vielen de gelijkenissen met het Requiem van Mozart, dat 31 jaar later werd gecomponeerd, meteen op, vooral in het indrukwekkende Tuba mirum


Er zijn, behalve de muzikale gelijkenissen, ook veel historische aanwijzingen waaruit blijkt dat Mozart Gossec persoonlijk kende en dus ook met zijn muziek heeft kennis gemaakt. 


Louis Devos schreef er een artikel over dat online te lezen is op de website Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren'Messe des Morts' van François-Joseph Gossec model voor Mozarts Requiem.


*Gossec werd geboren in Vergnies, nu in de Belgische provincie Henegouwen. In het jaar van zijn geboorte lag het dorp in de enclave van Barbençon en behoorde tot Frankrijk.

**F.-J. Gossec, Requiem; Louis Devos, Musica Polyphonica; Warner Apex

donderdag 26 juni 2014

Giovanni: 'Vlaamse opera haalt het doek op voor Don Giovanni'

Opzettelijk deed ik het niet, naar Don Giovanni gaan kijken de avond dat de Rode Duivels hun eerste WK-match speelden. Er hing in Gent een vreemde sfeer, de straten en pleinen waren verlaten. Het leek welhaast alsof iedereen voor zijn kastje zat, een Belgische vlag om de hals geslagen, een tricolore Fellainipruik op het hoofd, bier en Zwan-worsten binnen handbereik.

Niet dus. De Gentse opera was tot de nok gevuld.
Eens je die bonbonnière binnenstapt - in 1841 ingespeeld door Franz Liszt, ik geef het maar even mee - weet je: de buitenwereld is veraf.
Op de scène zagen we meteen bedrijvigheid aan de verloederde artiesteningang van een theater. Bij de ouverture viel het voordoek.

Wat een zaligheid om nog eens een roodfluwelen theatergordijn, die veronachtzaamde afscheiding tussen de dagdagelijkse realiteit en de theatrale wereld, open en dicht te zien gaan.

Het werd meteen duidelijk dat regisseur Guy Joosten Don Giovanni als een theaterfiguur ziet. Don Giovanni bestaat, aldus Joosten, enkel en alleen op de planken, hij is een mythische figuur. Het is een heel andere visie dan die van bijvoorbeeld Michael Haneke. Haneke plaatste Don Giovanni ooit in de hedendaagse wereld, hij maakte er een zakenman van zonder scrupules, wiens verlangen naar geld, macht en seks zo buitensporig was dat hij er suïcidaal leek door te worden. (Gerard Mortier, Dramaturgie van een passie, De Bezige Bij Antwerpen, 2014, p.91) Beide invalshoeken zijn interessant, maar ik genoot van Joostens aanpak. De theaterattributen, de overdadige machinerieën, ik kon ze smaken in deze context.

Het orkest onder leiding van Alexander Joël (broer van Billy, las ik ergens) deed ook mooie dingen. Thuis zet ik vaak de opname door het Freiburger Barockorchester met dirigent René Jacobs op, een heel spits gefraseerde, levendige en dramatische uitvoering. Zo puntig als op die cd werd er niet gespeeld en de akoestiek topte het klankbeeld wat af, maar het bleef genieten, van deze Mozart.

De zangers hadden er schik in, en ik dus ook. Ik hoorde en zag mooie contrasten tussen de buffa- en seriarollen, hoorde mooie duetten en indrukwekkende ensembles.

De eerste ben ik niet, en waarschijnlijk ook niet de laatste, om een pluim op de hoed van Tineke Van Ingelgem (Zerlina) en Tijl Faveyts (Masetto) te steken. Knappe interpretaties !

Sinds het moment dat Don Giovanni de Commendatore neerstak ontrolden de dramatische acties zich een na een, zonder ophouden. Naar het einde toe zat ik op het puntje van mijn stoel. En met de dood van Don Giovanni hield het theater op te bestaan. De personages dankten hun bestaan immers enkel aan hun relatie tot het hoofdpersonage. Zij zongen het slotensemble staand achter de pupiter. Er restte enkel nog muziek, een mooie vondst van Joosten.

Vlaamse opera, ik keer tevreden terug !

Foto's: copyright Vlaamse Opera, Annemie Augustijns

dinsdag 8 oktober 2013

Giovanni: 'Over Freiburger Barockorchester, Mozart en Mendelssohn'

Sinds ik de opnames van de 39ste en de 40ste symfonie van Mozart door het Freiburger Barockorchester onder leiding van René Jacobs beluisterde ben ik systematisch meer van het orkest gaan opsnorren. Hun uitvoering van Mozarts Don Giovanni is exemplarisch voor hun interpretaties: levendig, met veel verbeelding en expressiviteit. En nee, je betrapt het orkest niet op het najagen van pompeuze effecten. Grote klasse, stijlgetrouw ook.

In het winkeltje van de abdij van Maredsous stootte ik op een pareltje uit hun discografie: de opnames van Mozarts pianoconcerto's K453 en 482. De voortreffelijke pianist Kristian Bezuidenhout koos zorgvuldig een passend instrument uit (een kopie van een Walter uit 1805)en nam de solopartij op een bijzonder vindingrijke manier voor zijn rekening. 'Stoutmoedig' las ik ergens in een recensie. Zo ver zou ik niet gaan, maar de etiketten 'gedurfd', 'teder', 'fijnbesnaard',en 'interessant' durf ik wel op zijn interpretatie kleven. In één woord: 'boeiend'.

Mijn interesse voor deze Zuid-Afrikaanse pianist was bij deze gewekt en vorig weekend kocht ik de 'Sonatas' (K454, K379 en K296) van Mozart voor fortepiano en viool. Met Petra Müllejans, een van de artistieke directeurs van het Freiburger Barockorchester, op viool staat deze registratie garant voor een technische vlekkeloosheid en een ferm uit de kluiten gewassen muzikaliteit.

Echt van mijn melk (in de positieve zin dan) was ik van het pianoconcerto (MWV02) en het dubbelconcerto voor piano en viool (MWV04) van Mendelssohn. Wat een spelplezier druipt er van dit schijfje. Bezuidenhout speelt virtuoos en energiek op een periodeinstrument naar Conrad Graf, en die andere artistiek directeur van het Freiburger, Gottfried von der Goltz, leidt het orkest. In het dubbelconcerto speelt hij tevens de vioolpartij. Hier wordt opnieuw de al aangehaalde kwaliteit geleverd. Maar de echte ster van deze opname is Mendelssohn zelf. De componist was amper dertien, respectievelijk veertien, toen beide werken hun première beleefden. Op die leeftijd blonk ik vooral uit in het smeren van Clearasil op mijn door acne getergde smoelwerk. De muzikale taal is heel klassiek, helder gestructureerd, met een Mozartiaanse allure, maar bevat al sporen van de latere romantische Mendelssohn. De klasse van Mendelssohn is gekend, zijn plaats in de muziekgeschiedenis ook. Deze cd bevestigt enerzijds zijn vroegrijpheid, anderzijds zijn status als uitzonderlijk creatief talent.

donderdag 8 maart 2012

Giovanni: 'Van de hersenen naar het papier, zonder omwegen'

Ik keek er al sinds de opening van het nieuwe museum in september 2011 naar uit: het Museum der letteren en manuscripten zou me vlug mogen verwachten. Sinds ik voor mijn licentiaatsthesis uren en dagen mocht doorbrengen in de bibliotheek van het Luikse conservatorium heb ik een bijzondere voorliefde voor historische handschriften en manuscripten ontwikkeld. Uiteindelijk heeft het iets langer geduurd dan aanvankelijk gepland maar vandaag nam ik reikhalzend de trein richting Brusselse Koningsgalerij.

Het Museum in Brussel is in feite de jongere broer van het Museum der letteren en manuscripten van Parijs, dat in 2004 ingehuldigd werd in de heel discrete Rue de Nesle te Parijs, alvorens zich in april 2010 aan de Boulevard Saint-Germain, in het hart van het Franse literaire leven, te vestigen. Beide musea gaan uit van een privé-initiatief.

Ik wist niet goed waaraan me te verwachten, dat maakte het nog leuker. 'Er is niets mooiers dan een sleutel zolang men niet weet waarop hij past.' Het zijn woorden van Maurice Maeterlinck, onze enige nobelprijswinnaar Literatuur. Aan hem was een tijdelijke tentoonstelling gewijd. We kunnen het in ons computertijdperk, stelde ik vast, als delete- en backspacegeneratie nog nauwelijks voorstellen, dat een boek ooit volledig met de hand in een schrift werd neergepend.

De afdeling gewijd aan de Verlichting trok gauw mijn aandacht met brieven van Rousseau en Voltaire, grote lichten waarvoor ik een boontje heb. In de museumshop kon ik het niet nalaten om naast de cataloog van de permanente tentoonstelling een facsimile van Rousseau's autografie Sur la mort te kopen.

Om kort te gaan, de collectie is indrukwekkend: Rousseau, Voltaire, Brel, Magritte, Newton, Freud, Einstein, Mozart, Beethoven, Monet, Ensor, Rodin, Hemingway, Proust, Zola, Hugo, Louis XIV, Keizer Karel, Darwin,... Via hun schrijfsels, rechtstreeks van hun hersenen naar het papier, zonder omwegen, krijg je een intieme kijk op hun leven, hun denken, een bevoorrecht inzicht in hun werk of een gepriviligieerde blik achter de schermen van een staatsapparaat.

De tentoongestelde manuscripten en brieven doen er ook steeds inhoudelijk toe. Ze zijn niet enkel van belang omwille van wie ze schreef. In de brief van luchtvaartpionier Pierre de Montgolfier verhaalt de schrijver bijvoorbeeld over een mislukt experiment met een luchtballon. Mozart schrijft zijn vriend Geoffroy de Jacquin dat hij net het overlijden van zijn vader heeft vernomen en zich ellendig voelt. Opmerkelijk is hoe Freud in een brief aan een vriend-wetenschapper meldt dat - hoe hij ook probeert - hij er maar niet in slaagt om de relativiteitstheorie te begrijpen.

Uiteraard lieten ook de bevlogen handgeschreven partituren van Mozart, Beethoven, Schumann en Meyerbeer een diepe indruk op me na, alsook de brieven van Stravinsky, Rossini, Berlioz, Liszt en Wagner. Naar de notitieboekjes waarin Brel zijn liedteksten neerschreef staarde ik minutenlang. En maar schrappen, verfijnen, verbeteren en polijsten, le grand Jacques.

Leuk is hoe dergelijke schrijfsels vaak geïllustreerd worden: kunstenaars zoals Toulouse-Lautrec, Rops, Delvaux en Alechinsky laten tussen de tekst door hun tekentalent de vrije loop. Ook Hugo Claus doet dat, een beetje krabbelgewijs. Geestig ook dat het museum een onverfilmd script bezit - in het handschrift van Claus - voor, jawel, een Emmanuelle-film.

Ja, ik kan blijven vertellen.
Maar ik ga dat niet doen. U moet gaan kijken !

Oh ja, misschien toch nog dit. Het museum bezit handgeschreven gedichten van Verlaine. In De Morgen las ik er deze anekdote over: 'Niet toevallig geven juist de Sint-Hubertusgalerijen onderdak aan dit splinternieuwe museum. Het was immers in deze overdekte galerijen dat verbannen schrijvers als Hugo, Dumas en Baudelaire kwamen discuteren over politiek. En het was ook hier dat een dronken Paul Verlaine een revolver kocht, waarmee hij dezelfde dag Arthur Rimbaud neerschoot...'

maandag 19 maart 2007

Giovanni: 'Handen en ogen van de meesters'


Er zijn zo van die momenten dat je instellingen, zoals bijvoorbeeld een bibliotheek, onmiskenbaar naar hun echte waarde weet te schatten.
Enkele weken geleden ontleende ik in de bibliotheek van Lokeren de DVD Piazzolla, a portrait. Op de DVD staat, behalve een steengoede en anderhalf uur durende documentaire, het laatste studio-optreden van de Argentijn en zijn kwintet gebrand.
Man, man !
Ik geloofde mijn ogen niet.
Tientallen cd's heb ik beluisterd met het werk van Piazzolla.
Nu kon ik de meester aan het werk zien.
Handen als kolenschoppen. (Moet wel met die bandoneon)
Ogen die vuur schoten.
Een miniem knikje naar het publiek tijdens het applaus.
Opperste concentratie in zwart maatpak. En een strenge, angstaanjagende blik naar de muzikanten. Wie die avond ook maar één noot verkeerd durfde te spelen, zou door de meester persoonlijk gevierendeeld worden.
Een dergelijke kijk- en luisterervaring doet iets met een mens.
Na het bekijken van de DVD dacht ik wat verder.

Ik zou Bach wel eens op DVD aan het werk willen zien. Als koormeester van de Thomaskerk in Leipzig bijvoorbeeld, waar hij de meeste van zijn cantates en oratoria schreef en uitvoerde. Het zal niet meer lukken, vrees ik. De man is niet alleen al eeuwen dood, behalve zijn muziek heeft hij niets tastbaars achtergelaten. Geen huis, geen meubels, geen orgel. De kastelen en kerken waar hij verbleef en werkte zijn ofwel afgebrand, of er rest niets meer van de oorspronkelijke inrichting.

Of ik had wel eens een opname willen zien van de première van Mozarts Die Zauberflöte, die dertigste september 1791 in Wenen. Mozart dirigeerde zelf en gekscheerde er, volgens de overlevering, op los. Amper twee maanden later overleed hij.

Of ja, Gustav Mahler had ik zijn achtste symfonie wel eens willen zien en horen creëren. Hij tilde op 12 september 1910 in München zijn dirigeerstokje op voor de eerste uitvoering ervan, door 858 koorleden, 171 muzikanten en acht zangsolisten. Monumentaal moet het zeker geweest zijn, maar tegelijk - voor één keer wijk ik af van het less is more-principe - magistraal. Een kunstwerk zonder gelijke, die achtste symfonie.
Ik was er niet bij in München.

Er is zoveel dat ik niet meegemaakt heb. Zoveel mooie dingen die ik (nog) niet ervaren heb.
Dat durf ik al eens te betreuren.
En,... dan is het, zo af en toe, hoopvol om te weten dat bibliotheken in sommige gevallen een uitkomst kunnen bieden
Ook al is dat niet altijd op DVD.

(de foto toont de hoes van de hierboven geroemde DVD
Piazzolla in portrait,
een productie van BBC en Opus Arte - De DVD kan o.a. besteld worden via azur.be )