Posts tonen met het label Zele. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zele. Alle posts tonen

donderdag 12 november 2009

Giovanni: 'Carolus Zjaneuvelkann (1775-1847) over de Huiveldenaar'

In een Erwetegems antiquariaat vond ik onlangs het heemkundige werk 'Een Woelrat in ’t Bolwerck' van de achttiende-eeuwse kronikeur Carolus Zjaneuvelkann. Met oog voor detail beschrijft hij het leven in zijn Zele en dat van zijn voorvaderen. Na lezing blijkt hij vooral de Huiveldenaars zeer gunstig gezind te zijn. Een aantal opmerkelijke citaten wil ik u niet onthouden.

Over Sinterklaas
Dat de Huiveldenaar de echte kindervriend op bezoek krijgt en niet Sint-Maarten heeft alles te maken met zijn volksziel: ontvoogd, geëmancipeerd en een bijzonder koele minnaar van alles wat het centrale Zeelse gezag belichaamt.

Over het verschil tussen de centrumbewoners en de Huiveldenaars
Het is bekend dat de mensen die zich in dichte drommen en schamele huisjes rond de pas gebouwde Sint-Ludgeruskerk vestigen in hun blik enkel het vuur weerkaatsen dat de Huiveldenaars als vanouds en sinds mensenheugnis in zich dragen.

Over Huiveldse wijsheid
Huivelde is niet voor niets etymologisch afkomstig van Uleveld, Uilenveld. De uil geldt in de mythologie als de meest wijze vogel. Een nachtdier zijnde kan het dingen zien die anderen niet zien. Dit duidt op wijsheid. Athena, overigens de Griekse godin van de wijsheid, wordt vergezeld door een uil. Kwatongen beweren dat sommige Huiveldenaars na te lange feestjes braakballen afscheiden.

Over Reus Cesar
De pastoor-stichter van de parochie brouwde in het begin van deze eeuw (achttiende eeuw, GVA) nog steeds een wonderdrank naar aloude traditie. Opmerkelijk in dit verband is de gedenksteen die van het eerste parochiekerkje werd teruggevonden. Die vermeldt namelijk dat de bewuste kerk door drie nijvere ‘herculen’ in amper vier dagen werd opgetrokken. Eén van hen, reus Cesar, die tot op heden onvermoeibaar in allerlei optochten opdraaft, zou zich ooit daartoe – naar een Gallisch voorbeeld - in de ketel met toverdrank hebben laten vallen.

Opdracht, vooraan in het boek (in handschrift van de auteur)
Huivelde, waar Zele trots op is ! Of,… zou moeten zijn !

woensdag 1 april 2009

Giovanni: 'Met Rune naar de Durme'

Na vorige week naar de Schelde gefietst te hebben trapten we vandaag richting Durme. Zele bezit immers de ene toeristische trekpleister na de andere. Stendhal werd in 1817 duizelig van de schoonheid van Firenze - mietje ! -, waardoor er een syndroom naar hem werd genoemd. Vandaag de dag staan de ziekenhuizen in de wijde Zeelse omgeving paraat om ongeoefende toeristen op te vangen die onwel* worden na het aanschouwen van zoveel wilde natuurpracht, de talloze cultuurschatten en het duizelingwekkende erfgoed van de gemeente tussen Schelde en Durme.

* Volgens trefwoord 'syndroom van Stendhal' op Wikipedia: Lichamelijke verschijnselen zijn een versnelde hartslag, duizeligheid, verwarring en flauwvallen. In ernstige gevallen treden soms zelfs vormen van manie, hallucinatie of andere psychotische verschijnselen op.



donderdag 17 mei 2007

Giovanni: 'Zele en de negatieve berichtgeving'

Zele was gisteren onderwerp in Man bij Hond. Dat we dat nog mogen meemaken. Ja, blijkbaar is Zele de voorbije weken een aantal keren negatief in het nieuws gekomen en die tendens moest, aldus de redactie van Man bijt Hond, dringend worden omgebogen. De burgemeester fulmineerde. 'Er gebeurt zoveel moois in Zele en ik lees enkel negatieve artikelen. Ik doe een oproep aan de redacties om ook het goede nieuws te brengen.'

Tja, ik vrees dat die oproep in dovemansoren is gevallen.
Enkele jaren lang had ik het genoegen voor een aantal kranten te mogen werken, tot ik er de brui aan gaf. Ik had er een vreemde evolutie zien voltrekken. Hoe langer hoe minder werd er ruimte vrijgemaakt voor het verenigingsleven (bij mijn aantreden mocht bijvoorbeeld nog elke toneelvereniging met foto in de krant, ondenkbaar vandaag de dag) en alles wat ons sociale weefsel samenhield. Deze evolutie voltrok zich in het voordeel van al het nieuws dat een beetje naar criminaliteit rook, of waar een justitieel kantje aan zat.

Ettelijke slachtoffers van inbraken heb ik geïnterviewd. Wat me opviel was dat die allemaal hetzelfde vertelden.
'Ja, meneer, we moeten wij vast geslapen hebben want we hebben wij niets gehoord. Hoe ze binnengekomen zijn ? Een gaatje geboord in het cylinderslot, hé, meneer ! En onze hond, die moet ook als een blok geslapen hebben. Waarschijnlijk hebben ze hem een spuitje gegeven... Hé meneer ?'
Met alle respect voor de slachtoffers, het moet inderdaad verschrikkelijk zijn om dieven over de vloer te krijgen, maar door het neerschrijven van telkens hetzelfde verhaal bekroop me na verloop van tijd een enorm gevoel van zinloosheid. En 's anderendaags schrok ik me telkens een hoedje als dat bewuste artikel door de eindredactie tot het hoofdartikel van de editie was gebombardeerd. Met alle respect, maar het stelen van een portefeuille, een broche en mogelijks ook een branchelet - al dan niet een erfstuk van bobon - is géén voorpaginanieuws. Ander politie- of justitieel nieuws kan dat uiteraard wel zijn. Maar de balans is duidelijk uit evenwicht.

Wil de lezer wel positief nieuws ?
Zelden word ik aangesproken op straat omdat onze harmonie tijdens het laatste concours eerste is geëindigd in superieure afdeling. Ik vraag me dan ook af of de suggestie van burgemeester Poppe om het in de krant voortaan te hebben over een tentoonstelling met oude typemachines het hart van het krantenlezende Waasland zal kunnen veroveren.

Over de gebeurtenissen van de voorbije weken werd ik wel aangesproken, zelfs tot in het Gentse. 'Allez, zeg, wat is dat daar in Zele allemaal ?' Dergelijk negatief nieuws houdt de mensen dus wel degelijk bezig.

Maar, wat brengt ons deze fixatie en deze overdreven media-aandacht voor dergelijke faits divers bij, behalve een onverantwoorde maatschappelijke ruk naar ongezond rechts die we ons allen nog zullen beklagen ?
Inderdaad: nul komma nul, nougatbollen !

Destijds hadden we in Zele een krant die bijna uitsluitend positief nieuws bracht.
Gazet van Zele, door haar hoofdredacteur steevast en terecht betiteld als een dame van stand. De faits divers stonden er waar ze thuishoorden, gebald in een luttele kolom op pagina twee.
De rest van de krant was voorbehouden voor de Zelenaar, zijn netwerken en zijn verenigingen.

Die Gazet bestaat niet meer. De verkoop daalde zienderogen.
'Er staat nooit iets in, meneer !'
Positief nieuws is, tot mijn grote spijt, blijkbaar géén nieuws.

maandag 22 januari 2007

Giovanni: 'Museumplein en Fonteinhof'

Twee bevlogen architekten hebben plannen getekend voor een nieuw verkeersarm plein tussen het Gentse Museum voor Schone Kunsten en het S.M.A.K. in het Citadelpark. Dat meldt De Morgen vandaag.

Architect Wim Goes is ambitieus. 'Mensen zullen op het Museumplein samenkomen en samen zitten, zoals op het Piazza del Campo in Sienna', klinkt het. Nu ja, wie ooit in Sienna was - en niet tijdens de jaarlijkse paardenrennen - beseft meteen dat de uitspraak van Goes een beetje aan de megalomane kant is.

Trouwens, een ontmoetingsplein creëren is niet zo eenvoudig.
Mag ik Gent even toetsen aan mijn eigenste Zele ? (Als Goes Sienna en Gent met elkaar wil meten, moet dat ook kunnen met de vlasgemeente en de Arteveldestad, niet ?)

Enkele jaren geleden vierde Zele zijn 1200-jarig bestaan. Voor die gelegenheid werd het plein voor het gemeentehuis heringericht tot het Fonteinplein (zie foto). 'Het zou een ontmoetingsplaats worden, waar de Zelenaar elkaar zou vinden, met plaats voor theater en muziek.'
Jaren later hebben we van die - weliswaar - nobele doelstellingen weinig ondervonden.
Gedurende het eerste jaar vond er wel eens een concert plaats. Maar van een ontmoetingsplek is er in al die jaren, op de traditionele Nieuwjaarsreceptie van het gemeentebestuur na, geen sprake geweest. De jeugd, die er wel eens kwam skaten, werd vrij snel verjaagd. Met waarschuwingsbordjes en politiebevelen. Men mikte eerder op crocheterende moedertjes en Het Volk-lezende grootvaders. Een flop dus.
Probleem met het Zeelse plein is dat het eruitziet als een podium. Lichtjes verheven boven de straat. Wie er op een bankje wil gaan zitten voelt zich bekeken, voelt zich het middelpunt van een volgspot uit een megaspektakel. Het succes van een plein wordt dus grotendeels bepaald door het ontwerp.

Hopelijk hebben de Gentse architecten dat beter bekeken. De plannen zien er op papier, en ik baseer me hier vooralop het krantenartikel, alvast veelbelovend uit.

Hoe de mensen op een plein reageren is onvoorspelbaar. Van het grootste belang is dat de Gentenaars, de studenten en de toeristen, als het plein ooit gerealiseerd wordt, het in de armen zullen willen sluiten. Een zeer onberekenbare factor. Maar ik gun het Gent van harte.

Wim Goes droomt van een Dejeuner sur l'herbe à la Manet in de schaduw van het S.M.A.K.
Ik koop me alvast een pitteleer en een hoge hoed.
Eens het plein gerealiseerd vind ik wel blote madam die zich naast me in het gras wil neervleien.
Wim Goes, zorg jij voor een ontbijtmand ?