dinsdag 11 september 2007

Giovanni: '14 dagen Ardennen' (3)

Donderdag 16 augustus
We trekken nog eens naar Dinant. Parkeren doen we traditiegetrouw op het pleintje voor het oude casino, nu het Cultureel Centrum. Twee jaar geleden zag ik er tijdens het jazz-festival Philip Catherine aan het werk. Ik weet het, ik durf al eens euforisch zijn op deze blog, maar dit was het beste jazzconcert dat ik ooit heb mogen meemaken.
Terug naar 16 augustus. Vanop het casinoplein wandelen we graag de Rue Grande eens uit. Het voordeel van een kwakkelende winkelstraat is dat je er bij elk bezoek wel een aantal nieuwe winkels aantreft. Nadeel is dan weer dat die er het meestal niet lang uithouden. De collegiale kerk aan de brug over de Maas, daar wil Rune altijd graag eens binnen. De téléferique naar de citadel op de heuvel hebben we deze keer laten passeren. Rune drong aan, maar een ouderwets windmolentje uit de Dinantse Zeeman slaagde erin het idee te laten varen.

We keerden terug naar de chalet via Maredsous.

Vrijdag 17 augustus
Vandaag komen oma en pépé langs voor een weekendje. In de voormiddag nemen we de tijd om alles in de chalet een beetje proper te maken. Papa wandelt met Rune naar de Romaanse kerk van Hastière (in de crypte bevinden er zich graven van, alweer, de Merovingen). Prachtig hoor, dat elfde-eeuws kerkje.

Omdat het wachten op pépé en oma wat lang duurde, reden we nog even naar het nabijgelegen Beauraing, een Maria-bedevaartsoord. Maria verscheen er in de jaren '30 weken lang boven de spoorwegbrug, in een meidoornstruik en een ander niet nader genoemd gewas. Beauraing heeft, mijns inziens, weinig sacraals maar de volksdevotie en de verhalen errond spreken enorm tot de verbeelding. Al bij al laat een bezoek aan deze site je niet koud, hoe vreemd het ook moge klinken.

We reden huiswaarts via het Franse Givet, want alle wegen in de streek leiden er heen en dronken een Geuze in ons klein stamcafeetje net over de grens, in Héer sur Meuse.
Om 20.10 kwamen mijn ouders aan. Hoewel we mekaar amper een week niet hadden gezien, hebben we bijgepraat tot een kot in de nacht.

maandag 10 september 2007

Giovanni: 'Mijn eerste stripervaring'

Wat mijn eerste Franse leeservaring is, herinner ik me nog.
'Jean et Lisette vont à l'école.' Vijfde leerjaar. Je knipte toen, om de zinnetjes uit het hoofd te leren, een soort rastertje, waardoor enkel de prentjes zichtbaar bleven en de Franse zinnen verborgen.

Maar mijn eerste Nederlands ? Het zal ongetwijfeld in Moerzeke geweest zijn dat ik die eerste Nederlandstalige zinnen las, waar ik toen school liep, en waarschijnlijk had het iets met Mies en Noot en Aap te maken.
Meester Mijs was het die me leerde lezen. Half Moerzeke is gezegend met die familienaam, maar Meester was ongetwijfeld de liefste. (Dat hij me steevast het meeste aantal punten op schoonschrift gaf, heeft hier verder niets mee te maken)

De eerste strips die ik gelezen heb, kan ik wel nog bij naam noemen.
Meer nog, nu mijn ouders in Spanje vertoeven heb ik eens goed in mijn kasten van destijds kunnen snuffelen, en ik heb ze... - menslievend als ik ben - voor u gefotografeerd.

Mijn allereerste strip was Het rode oog van Jommeke. Dat weet ik nog bijzonder goed. Het was, bij mijn weten, het eerste boek dat ik helemaal tot het einde uitlas. Ik was erondersteboven van. En nu ik het herlees, het was al bij al zo slecht niet. Integendeel.

Jef Nys heeft me met nog een andere leeservaring opgesolferd: 'Het schone avontuur van een bakkersjongen', een boek dat mijn moeder destijds gekregen had van haar grootmoeder. En... aangezien ik in Moerzeke school liep ideaal leesvoer. Laat me even verduidelijken. De strip vertelt het levensverhaal van Priester Poppe, een Temsenaar en overtuigd priester, die vooral in Moerzeke werkzaam was en na zijn dood zalig is verklaard. Van mijn jaren in Moerzeke, herinner ik me de vele wandelingen met de gemeenteschool naar de Priester Poppe-kapel en de schoolmissen in de grafkapel waar de 'populairste Vlaamse priester (aldus Wikipedia)' na zijn dood op 33-jarige leeftijd werd begraven. Als je weet dat mijn moeder op het moment dat ik in Moerzeke school liep, les gaf in dienst van de zusters die het Edward Poppe-museum onder hun hoede hadden, besef je dat het lectuur was die ik niet mocht missen.

Het topstuk dat ik vandaag in mijn oude boekenkast vond is de strip 'Don Bosco', alweer een gewijd verhaal. Ik denk dat het oorspronkelijk van mijn overgrootmoeder Rosalie was, die destijds het boek over priester Poppe voor mijn moeder had gekocht. Don Bosco is een naamgenoot van me, een Giovanni, maar... een heilige ! Ik heb de strip wel dertig keer gelezen. Don Bosco nam het op voor de dieven, voor de armen, hij kon koorddansen, praatte met dieren en deed nog tal van andere dingen die je nauwelijks voor mogelijk achtte.

Jammer, maar dergelijke heiligenverhalen eindigen steevast op het doodsbed van de hoofdfiguur. (Zo eindigt trouwens ook Jef Nys' verhaal over bakkersjongen Poppe.) Een stripreeks kun je er dus nauwelijks over maken.

Mijn geloof moet daar ongeveer een flinke knauw hebben gekregen, want bij mijn weten werden andere stripfiguren nooit ouder, laat staan dat ze zouden sterven. Ze hebben de eeuwige jeugd, niet ? Jommeke stierf niet, Jommeke werd niet ziek. Hij kreeg zelfs geen baard in de keel. Zo ook Suske en Wiske, en Bessy, en Piet Pienter en Bert Bibber. In hun nooit eindigende reeks avonturen zat hun overtuigingskracht. Ze gingen uiteindelijk tot je onmiddellijke nabije omgeving behoren. Terwijl Bosco en Poppe stierven.

Niet te verwonderen dat ik nooit een vrome jongen ben geworden.

vrijdag 31 augustus 2007

Giovanni: '14 dagen Ardennen' (2)

Maandag 13 augustus
Om Rune een plezier te doen reden we naar Plopsacoo. Een heel eindje. Bijna twee uur waren we onderweg, via trage wegen en onooglijke dorpjes. Hotton zag er wel de moeite uit om naar terug te keren. Zonnekloppers lagen er op hun badhanddoek met hun rug tegen de zijgevel van de kerk en namen af en toe een duikje in de Ourthe. Leuk zicht.

Plopsacoo zelf was mijn ding niet. Een pretpark volgens de Studio 100-formule: koop een oud en niet-renderend pretpark op, schilder de Studio 100-figuren op de attracties en draai overal de liedjes van Mega Mindy, K3, Plop en Samson en Gert (Samson et Fred heten die in Wallonië. Godbetert !). Soit, Rune heeft er zich goed geamuseerd en dat was waar het om te doen was.

In de terugreis reed ik graag via een omwegje over de Côte de Wanne. De hilarische muziekkampen in Wanne met de Zeelse jeugdharmonie destijds herinner ik me nog levendig. Leuk om de gîte er even terug te zien.

Dinsdag 14 augustus

Rustdag.
Dat betekent boekje lezen ('De Geheime Academie' van Hubert Lampo was het toen, het boek behandelt net dezelfde thematiek als de Da Vinci Code, alleen werd het tien jaar eerder geschreven), zonnen op het terras en barbecue'en.
Rustdag in Hastière betekent ook met Rune in de bos spelen, de beboste heuvel achter de chalet meermaals beklimmen en er vervolgens een bal laten afrollen. Leuk spelletje, vindt Rune. Rusten met Rune in de buurt betekent met andere woorden dus ook dat je af en toe pompaf bent.

Woensdag 15 augustus
Op 15 augustus hebben we een klein rondritje gemaakt in de streek. Via Dinant dat zijn glorie van weleer is kwijtgespeeld (de Rue Grande, de grootste winkelstraat van de stad én op mijn Monopolyspel terug te vinden, ligt er triestig bij; de zeteltjeslift, grotten en speelterrein van Mont Fat worden al jaren niet meer uitgebaat en liggen er verwaarloosd bij,...) naar Foy Notre-Dame. Foy is een schattig dorpje van niemendal, met een prachtig kerkje. De zoldering van het kerkje bestaat uit honderden miniatuurschilderijtjes en in de schaduw van de kerkoren en de oude kastanjelaar kan je een heerlijk pintje krijgen. Aux Marronniers. Verder reden we ook langs Celles (daarover later meer), Vêves (met zowat het mooiste feodale kasteel uit de streek) en Freÿr (met het mooiste renaissancekasteel uit de streek).

Bij onze thuiskomst in Hastière deden de Gilles de Binche een poging om het feest van Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart luister bij te zetten. Jammer genoeg regende het pijpestelen.

Wel iets vreemds, die Gilles. De muziek die ze speelden verraadt hun lange traditie: zeldzame bezwerende sonnerieën op trompetten (allemaal unisono) begeleid door een trommelkorps dat een sterke cadans aangeeft. Gilles kondigen normaal tijdens carnaval de lente aan, ze stampen met hun klompen op de aarde om ze vruchtbaar te maken. De bellen die ze rond hun middel dragen moeten de boze geesten verjagen. Een Gille mag trouwens alleen bewegen op muziek. Als de trompetten en de trommels niet spelen, blijven ze staan. Mooi gewoon !
Tussen haakjes: de Gilles zijn Unesco-werelderfgoed.

(de foto van de Gilles is een screenshot uit onze homevideo, vandaar de mindere kwaliteit)

Giovanni: 'Lekker licht gerechtje'

Ik ben nog maar eens aan het dieten. Je kan nu eenmaal niet blijven uitzetten. Nu, deze keer is het gemeend. En... ik heb mijn boekenkast geplunderd op zoek naar lékkere lichte gerechten. (Enkele jaren geleden had ik dat steevast een contradictio in terminis genoemd, een lekker en tegelijk licht gerecht. Ondertussen weet ik wel beter.)
Hetvolgende receptje wil ik jullie niet onthouden omdat het me qua smaak, in al zijn eenvoud, echt verrast heeft.
Bijzonder lekker. En goed voor het lijntje.

1. Tagliatelli al dente koken
2. De saus: gesnipperde ui (of sjalot) en in kleine stukjes gesneden appel stoven, vervolgens flesje Orval en een beetje magere vleesbouillon toevoegen en gaar laten sudderen, saus zeven, vervolgens eventjes laten inkoken en kruiden met zout en peper
3. De groentjes: naar believen in fijne reepjes gesneden wortel en witloof beetgaar stoven, worteltjes kunnen ook gestoomd worden
4. het vlees: magere struisvogelsteaks (of steaks van hert) bakken in een hete pan, gekruid met peper en zout (mag rosé, vind ik)
5. Opdienen: taglatelli op bord schikken, met de groentjes een bedje maken waarop het in sneetjes gesneden vlees kan worden geschikt, sausje erover en rijkelijk bestrooien met peterselie

Bon appetit !
Laat gerust weten wat u ervan vond.

dinsdag 28 augustus 2007

Giovanni: '14 dagen Ardennen' (1)

Sinds mijn zevende al ben ik kind aan huis in Hastière, een toeristische plattelandsgemeente in de Condroz, op 13 km van Dinant en 7 km van het Franse Givet. Ideaal om met de kinderen heen te trekken. Dat deden we dus ook dit jaar. Veertien dagen lang, eind augustus. Prachtige tijd beleefd, maar toch liet de vakantie een beetje een wrang gevoel na. Het gaat er niet goed, daar op de grens van de Famenne. Toeristische trekpleisters van weleer liggen er troosteloos en verlaten bij. Er heerst moedeloosheid in de toerismesector en een gebrek aan innovativiteit plaagt de horeca. Cafébazen vinden het minder moeite vergen om één trappist aan 5 euro te slijten, dan twee aan 2,5 euro het stuk. De statige hotels van destijds staan leeg en als een goedbedoelende projectontwikkelaar een dergelijk etablissement zijn grandeur wil teruggeven, loopt het project dikwijls op een sisser uit. Desalniettemin, de streek verdient een renaissance het kasteel van Freÿr waardig. Vandaar het volgende reisdagboekje met bezienswaardigheden en dorpjes die - al dan niet - een bezoekje waard zijn. Trek er gerust eens heen.

Zaterdag 11 augustus
Aankomst in Hastière rond 20.30 uur.


Zondag 12 augustus
Eén van onze eerste haltes is traditiegetrouw de abdij van Maredsous. Ook Rune komt er al een tijdje enorm graag. Een echt sacrale plaats vind ik het niet.
(Eigenlijk komt mijns inziens enkel Orval die eer toe, daar zou je werkelijk gaan geloven dat er iets meer is tussen hemel en aarde. Rond 1800 voor onze tijdrekening werd het woud er al ontgonnen. Nadien vestigden de Merovingers er zich - stof voor allerlei wilde en esoterische histories, lees er Dan Brown, Michael Baigent en Richard Leigh én Hubert Lampo maar op na -, gevolgd door de eerste monniken in 1070.)
Maredsous mag dan niet sacraal zijn, het is er ondanks het commerciële opzet leuk toeven. Hun trappist, geschonken in aarden bekers, en hun boterhammen zijn onovertroffen. Bovendien moet het zowat de enige abdij zijn waar de kinderen naar hartelust kunnen ravotten. Ja, Benedictus hield gastvrijheid hoog in het vaandel.

In hetzelfde schilderachtige dal van de Molignée ligt even verderop de burcht van Montaigle (zie foto). Althans, de resten ervan. Behoorde ooit toe aan Gwijde van Dampierre. Maar eerder waren er al Romeinse kampen en er werden zelfs resten uit de IJzertijd teruggevonden. Montaigle is het typevoorbeeld van de romantische ruïne, bovenop een rots domineert ze het dal. Geen wonder dat de burcht in de 19de eeuw herhaaldelijk op doek werd gezet. Aan de voet van het arendsnest hebben Vlamingen er trouwens een gezellig café-restaurant. Ze verhuren zelfs gastenkamers.

vrijdag 10 augustus 2007

Els: 'Een dagje Planckendael'

Zaterdag 4 augustus.
Rune, Daan, papa en ikzelf maken ons klaar om naar Planckendael te trekken. Mit en bompa gaan ook mee, we spreken af om 9 uur in Dendermonde om de trein te nemen naar Mechelen.
Bompa loopt al een beetje zenuwachtig want we zouden wel eens de trein kunnen missen of misschien wel de boot...
Als de trein eraan komt is Rune door het dolle heen. Zo tevreden is hij. Rond 10 uur komen we in Mechelen aan en lopen vlug naar de Colomabrug om op de boot te stappen.
We schuiven aan. Rune bij mij. Daan, papa en mijn ouders samen, iets verderop. Rune en ik stappen op de boot. En dan komt bompa zijn ergste nachtmerrie uit. De boot vertrekt !
Zonder hem... zonder mit, Vannie en Daan.
Ikzelf zit samen met Rune op de boot. Zonder portefeuille, zonder GSM, zonder toegangsticketten. Het enige wat ik kon doen was op de oever wachten tot de volgende boot zou aankomen.
Rune geniet ervan, hoewel hij niet begrijpt waarom de rest van het gezelschap niet op de boot zit.
Ik zit te denken aan Daantje. Wat als hij wakker wordt en honger krijgt ?

Terwijl Rune aan de oever steentjes in de Leuvense vaart gooit hoor ik plots mijn ma roepen. Wat bleek nu ? De rest van de familie had de taxi genomen. Op de volgende boot hadden ze niet meer gewacht. Ondertussen hadden ze ook al het hele park doorkruist om mij en Rune aan de andere ingang terug te vinden.
Uiteindelijk hebben we er nog een prachtige dag van gemaakt. Rune heeft zich enorm geamuseerd. En wij ook. Rond een uur of vijf keerden we naar huis. En ja, we konden allemaal op de boot.
Ee
n dag waar we nog vaak aan zullen terugdenken, vermoed ik.

Giovanni: 'Tweede broedsel van onze huiszwaluwen'

Onze huiszwaluwen, waarover u op deze blog al meer kon lezen (klik hier voor het desbetreffende fragment), hebben een tweede broedsel uitgebroed. Hoe we dat weten ? We kunnen uiteraard niet in het nest kijken, we gunnen de diertjes trouwens hun privacy, maar merken aan de exponentieel toegenomen kakjes op de oprit dat de eitjes zijn uitgebroed. Binnenkort zal er dus ongetwijfeld een tweede nest jonge zwaluwtjes uitvliegen.