Sinds ik de opnames van de 39ste en de 40ste symfonie van Mozart door het Freiburger Barockorchester onder leiding van René Jacobs beluisterde ben ik systematisch meer van het orkest gaan opsnorren. Hun uitvoering van Mozarts Don Giovanni is exemplarisch voor hun interpretaties: levendig, met veel verbeelding en expressiviteit. En nee, je betrapt het orkest niet op het najagen van pompeuze effecten. Grote klasse, stijlgetrouw ook.
In het winkeltje van de abdij van Maredsous stootte ik op een pareltje uit hun discografie: de opnames van Mozarts pianoconcerto's K453 en 482. De voortreffelijke pianist Kristian Bezuidenhout koos zorgvuldig een passend instrument uit (een kopie van een Walter uit 1805)en nam de solopartij op een bijzonder vindingrijke manier voor zijn rekening. 'Stoutmoedig' las ik ergens in een recensie. Zo ver zou ik niet gaan, maar de etiketten 'gedurfd', 'teder', 'fijnbesnaard',en 'interessant' durf ik wel op zijn interpretatie kleven. In één woord: 'boeiend'.
Mijn interesse voor deze Zuid-Afrikaanse pianist was bij deze gewekt en vorig weekend kocht ik de 'Sonatas' (K454, K379 en K296) van Mozart voor fortepiano en viool. Met Petra Müllejans, een van de artistieke directeurs van het Freiburger Barockorchester, op viool staat deze registratie garant voor een technische vlekkeloosheid en een ferm uit de kluiten gewassen muzikaliteit.
Echt van mijn melk (in de positieve zin dan) was ik van het pianoconcerto (MWV02) en het dubbelconcerto voor piano en viool (MWV04) van Mendelssohn. Wat een spelplezier druipt er van dit schijfje. Bezuidenhout speelt virtuoos en energiek op een periodeinstrument naar Conrad Graf, en die andere artistiek directeur van het Freiburger, Gottfried von der Goltz, leidt het orkest. In het dubbelconcerto speelt hij tevens de vioolpartij. Hier wordt opnieuw de al aangehaalde kwaliteit geleverd. Maar de echte ster van deze opname is Mendelssohn zelf. De componist was amper dertien, respectievelijk veertien, toen beide werken hun première beleefden. Op die leeftijd blonk ik vooral uit in het smeren van Clearasil op mijn door acne getergde smoelwerk. De muzikale taal is heel klassiek, helder gestructureerd, met een Mozartiaanse allure, maar bevat al sporen van de latere romantische Mendelssohn. De klasse van Mendelssohn is gekend, zijn plaats in de muziekgeschiedenis ook. Deze cd bevestigt enerzijds zijn vroegrijpheid, anderzijds zijn status als uitzonderlijk creatief talent.
'Het uilenveld' verwijst naar de etymologie van de stek waar Giovanni en Els wonen. Op deze blog: veel aandacht voor muziek en literatuur.
dinsdag 8 oktober 2013
dinsdag 30 juli 2013
Giovanni: 'Doordrammen aan windkracht 12'
De voorbije weken leerde ik Redmond O'Hanlon kennen. Althans: het werk van de Britse schrijver, de vogelkenner, de avonturier met de enorme witte bakkebaarden. Hij liet ze als student groeien om te lijken op Thomas Henry Huxley, de Engelse bioloog die zo moedig was om tegen de heersende moraal in - we hebben het over de negentiende eeuw - een lans te breken voor Darwin en diens evolutietheorie. Ondertussen is O'Hanlon 66, en hij heeft ze nog, de bakkebaarden. Van een statement gesproken.
Rudi Rotthier interviewde O'Hanlon uitgebreid in zijn geboortestreek, zuid-Engeland. Dat resulteerde in het boek 'Over God, Darwin en natuur' (in het Engels verschenen als 'The Fetish Room'), een ideale kennismaking met de kleurrijke (een understatement) en buitengewoon boeiende man. Het boek smaakte naar meer, dus bestelde ik enkele van zijn eigen boeken. Het eerste dat ik las was 'Storm', een Nederlandse vertaling van 'Trawler'. Daarin reist O'Hanlon mee met trawlervissers op de noordelijke Atlantische oceaan, tijdens een orkaan.
Het reisverslag is even meeslepend, hilarisch als leerrijk. Tussen de ruwe dialogen van de bemanning door weet je meteen hoe het eraan toegaat op een vissersboot. Vloeken en stopwoorden scheren ijlings langs je heen. Aye! Maar, je steekt wat op. Niet in het minst omdat Luke aan boord is, een maritieme wetenschapper die de vissen van de diepzee bestudeert, 'een wereld waarvan we nog niets afweten.' Over elke soort, over elk monster dat wordt opgevist - men vist tot op bijna een kilometer diepte - weet hij een boeiend al dan niet evolutionair verhaal op te hangen. Wie denkt dat dat in een academisch jargon gebeurt, slaat de bal behoorlijk mis. De extreme omstandigheden, stormwinden in combinatie met een enorm gebrek aan slaap, drijven O'Hanlon, verteerd door angst, tot de grens van de waanzin. Dat spreekt. Dat uit zich ook in de taal. En in die zin is het boek ook sociologisch interessant: hoe interageren mensen in dergelijke extreme omstandigheden ? O'Hanlon beschrijft het gestage raaskallen, het van de hak op de tak springen, de eindeloze zijsprongen nauwgezet en draaft zelf behoorlijk door. Wanneer hij op evolutionaire gronden de ideale vrouw voor alfamannetje Luke probeert te definiëren, bijvoorbeeld. 'Bezopen', werpt Luke meermaals tussen. (Of Luke achteraf op aanraden van O'Hanlon ook effectief naar een 'wijkverpleegster' op zoek is gegaan, komen we jammer genoeg niet te weten.)
Dit reisboek is heel anders dan de overigens uitstekende reisliteratuur van Cees Nooteboom die ik in het verleden verslond: doorleefd, midden in de actie. Op mijn leeslijstje heb ik nog andere werken van O'Hanlon aangeduid: 'Naar het hart van Borneo' (in de jungle op speurtocht naar de witte neushoorn), 'Congo' (waarin hij vergeefs op zoek gaat naar de laatste volgens de overlevering nog overlevende dinosaurussen) en 'Tussen Orinoco en Amazone'. Stuk voor stuk zijn het verhalen van een avonturier-ontdekkingsreiziger die naar eigen zeggen liever in de negentiende eeuw was geboren, een periode waarin de mensheid op het gebied van kennis een enorme sprong voorwaarts maakte dankzij wetenschappers, pioniers en avonturiers die toen de hele wereld afreisden.
Rudi Rotthier interviewde O'Hanlon uitgebreid in zijn geboortestreek, zuid-Engeland. Dat resulteerde in het boek 'Over God, Darwin en natuur' (in het Engels verschenen als 'The Fetish Room'), een ideale kennismaking met de kleurrijke (een understatement) en buitengewoon boeiende man. Het boek smaakte naar meer, dus bestelde ik enkele van zijn eigen boeken. Het eerste dat ik las was 'Storm', een Nederlandse vertaling van 'Trawler'. Daarin reist O'Hanlon mee met trawlervissers op de noordelijke Atlantische oceaan, tijdens een orkaan.
Het reisverslag is even meeslepend, hilarisch als leerrijk. Tussen de ruwe dialogen van de bemanning door weet je meteen hoe het eraan toegaat op een vissersboot. Vloeken en stopwoorden scheren ijlings langs je heen. Aye! Maar, je steekt wat op. Niet in het minst omdat Luke aan boord is, een maritieme wetenschapper die de vissen van de diepzee bestudeert, 'een wereld waarvan we nog niets afweten.' Over elke soort, over elk monster dat wordt opgevist - men vist tot op bijna een kilometer diepte - weet hij een boeiend al dan niet evolutionair verhaal op te hangen. Wie denkt dat dat in een academisch jargon gebeurt, slaat de bal behoorlijk mis. De extreme omstandigheden, stormwinden in combinatie met een enorm gebrek aan slaap, drijven O'Hanlon, verteerd door angst, tot de grens van de waanzin. Dat spreekt. Dat uit zich ook in de taal. En in die zin is het boek ook sociologisch interessant: hoe interageren mensen in dergelijke extreme omstandigheden ? O'Hanlon beschrijft het gestage raaskallen, het van de hak op de tak springen, de eindeloze zijsprongen nauwgezet en draaft zelf behoorlijk door. Wanneer hij op evolutionaire gronden de ideale vrouw voor alfamannetje Luke probeert te definiëren, bijvoorbeeld. 'Bezopen', werpt Luke meermaals tussen. (Of Luke achteraf op aanraden van O'Hanlon ook effectief naar een 'wijkverpleegster' op zoek is gegaan, komen we jammer genoeg niet te weten.)
Dit reisboek is heel anders dan de overigens uitstekende reisliteratuur van Cees Nooteboom die ik in het verleden verslond: doorleefd, midden in de actie. Op mijn leeslijstje heb ik nog andere werken van O'Hanlon aangeduid: 'Naar het hart van Borneo' (in de jungle op speurtocht naar de witte neushoorn), 'Congo' (waarin hij vergeefs op zoek gaat naar de laatste volgens de overlevering nog overlevende dinosaurussen) en 'Tussen Orinoco en Amazone'. Stuk voor stuk zijn het verhalen van een avonturier-ontdekkingsreiziger die naar eigen zeggen liever in de negentiende eeuw was geboren, een periode waarin de mensheid op het gebied van kennis een enorme sprong voorwaarts maakte dankzij wetenschappers, pioniers en avonturiers die toen de hele wereld afreisden.
zondag 27 januari 2013
Bij de reconstructie van het Requiem in c van Jean-Noël Hamal
Van het Requiem in do klein (MDS35*), van de Luikse componist Jean-Noël Hamal (1709-1778), realiseerde ik de voorbije weken en maanden een (voorlopige) handig leesbare partituur en de onmiddellijk speelbare afzonderlijke partijen, naar een kopie uit 1946. Ik transcribeerde de kopie ondertussen helemaal, maar na bronnenonderzoek blijkt die kopie niet volledig te zijn.
De kopie onderscheidt negen delen (Requiem aeternam, Et tibi reddetur, Requiem aeternam (herneming), Kyrie, Christe, Kyrie (herneming), Dies irae, Quid sum miser, Recordare). Vreemd is dat het Sanctus, het Agnus dei en het Lux aeterna in 1946 niet mee werden gekopieerd. Nader onderzoek in de bibliotheek van het Luikse conservatorium, waar Hamals manuscripten zich bevinden, zal moeten bijdragen tot het herstel van de volledige originele partituur. Uit een stilistische studie leidt Monique De Smet** af dat het Dies Irae en het Quid sum miser niet van de hand van Hamal zijn, maar van een Italiaanse meester. Wat het Quid sum miser betreft, volg ik haar onmiddellijk.
Ook op het vlak van de instrumentatie is mijn partituur mogelijk nog niet compleet. De kopie tekende slechts behalve de koorpartijen (sopraan, alt, tenor en bas) twee vioolpartijen en de basso continuo op. Dat was ten tijde van Hamal de standaardbezetting, maar naargelang het belang van de mis en de omstandigheden van de viering kon dit varieren. Ik kan me voorstellen dat in het geval van dit Requiem de sociale positie van de overledene meespeelde. Voor wie het werd gecomponeerd is niet bekend. Alleszins, iIn Luik bevinden zich voor bepaalde bewegingen al dan niet originele partijen voor altviool, fluit, 'fagotto o contrabasso' en orgel (deze laatste partij in de vorm van een becijferde bas).
Uit officiële stukken van het kapittel van de kathedraal Saint-Lambert (rekeningen,...) leren we welke bezetting Hamal tot zijn beschikking had: vijf eerste en vijf tweede violisten, twee cellisten, twee contrabassisten, twee fagottisten, twee hoboïsten en een organist. Hamal had het niet echt begrepen op de altviool, blijkbaar. Wat de zangers betreft had hij zeven bassen in dienst, drie haute-contres (met kop- en borststem zingende mannen), drie tailles (toen al een ouderwetse benaming voor tenoren) en twaalf duodeni (koorknapen)***. Alle registers van bas tot sopraan waren dus vertegenwoordigd.
Stilistisch is dit Requiem heel anders opgevat dan bijvoorbeeld zijn opera's en zijn instrumentaal werk. Die waren lichter en minder contrapuntisch van aard en veeleer naar de nieuwe trend gemodelleerd (melodie met akkoordbegeleiding). Op het Christe en het Recordare na zijn de koorpartijen veeleer homofoon. De zin voor Italiaanse theatraliteit uit zich in wervelde imitaties tussen de zangpartijen, dynamische effecten die ontstaan vanuit het notenbeeld, chromatismen en modulaties en dramatische akkoorden.
Het Christe en het Recordare zijn beklijvend in de manier waarop de verschillende stemmen tegen elkaar aanschuren, van dissonant naar consonant, opnieuw naar dissonant,... Dit in combinatie met homofone declamaties, wringende imitaties, het afwisselen van hogere en lagere tessituren. Bijzonder expressief, allemaal. Ik kan me voorstellen dat slechts weinig aanwezigen tijdens de uitvaart destijds de ogen droog hielden.
Kortom, een boeiend stuk muziek.
De zoektocht naar de volledige originele partituur gaat verder. Wordt vervolgd.
* Monique De Smet inventariseerde in 1959 het werk van Jean-Noël Hamal, ik neem haar indeling over.
** Monique De Smet: Jean-Noël Hamal, Chanoine Impérial et directeur de la musique de la cathédrale de Saint-Lambert de Liège, Académie royale de Belgique, mémoires, 1959
*** Katrien Lenaerts en Giovanni Van Avermaet: Jean-Noël Hamal als belangrijk vertegenwoordiger van de Luikse school in de achttiende eeuw en verdere bestudering van zijn opus I, II en III en zijn vier opera's: Voëgge di Chôfontaine, Li ligeoi égagy, Li fiesse di Houte-si-plou, Les Ypoconte, Dissertatie lic. kunstwetenschappen: musicologie, 1996, 5 vol.
De kopie onderscheidt negen delen (Requiem aeternam, Et tibi reddetur, Requiem aeternam (herneming), Kyrie, Christe, Kyrie (herneming), Dies irae, Quid sum miser, Recordare). Vreemd is dat het Sanctus, het Agnus dei en het Lux aeterna in 1946 niet mee werden gekopieerd. Nader onderzoek in de bibliotheek van het Luikse conservatorium, waar Hamals manuscripten zich bevinden, zal moeten bijdragen tot het herstel van de volledige originele partituur. Uit een stilistische studie leidt Monique De Smet** af dat het Dies Irae en het Quid sum miser niet van de hand van Hamal zijn, maar van een Italiaanse meester. Wat het Quid sum miser betreft, volg ik haar onmiddellijk.
Ook op het vlak van de instrumentatie is mijn partituur mogelijk nog niet compleet. De kopie tekende slechts behalve de koorpartijen (sopraan, alt, tenor en bas) twee vioolpartijen en de basso continuo op. Dat was ten tijde van Hamal de standaardbezetting, maar naargelang het belang van de mis en de omstandigheden van de viering kon dit varieren. Ik kan me voorstellen dat in het geval van dit Requiem de sociale positie van de overledene meespeelde. Voor wie het werd gecomponeerd is niet bekend. Alleszins, iIn Luik bevinden zich voor bepaalde bewegingen al dan niet originele partijen voor altviool, fluit, 'fagotto o contrabasso' en orgel (deze laatste partij in de vorm van een becijferde bas).
Uit officiële stukken van het kapittel van de kathedraal Saint-Lambert (rekeningen,...) leren we welke bezetting Hamal tot zijn beschikking had: vijf eerste en vijf tweede violisten, twee cellisten, twee contrabassisten, twee fagottisten, twee hoboïsten en een organist. Hamal had het niet echt begrepen op de altviool, blijkbaar. Wat de zangers betreft had hij zeven bassen in dienst, drie haute-contres (met kop- en borststem zingende mannen), drie tailles (toen al een ouderwetse benaming voor tenoren) en twaalf duodeni (koorknapen)***. Alle registers van bas tot sopraan waren dus vertegenwoordigd.
Stilistisch is dit Requiem heel anders opgevat dan bijvoorbeeld zijn opera's en zijn instrumentaal werk. Die waren lichter en minder contrapuntisch van aard en veeleer naar de nieuwe trend gemodelleerd (melodie met akkoordbegeleiding). Op het Christe en het Recordare na zijn de koorpartijen veeleer homofoon. De zin voor Italiaanse theatraliteit uit zich in wervelde imitaties tussen de zangpartijen, dynamische effecten die ontstaan vanuit het notenbeeld, chromatismen en modulaties en dramatische akkoorden.
Het Christe en het Recordare zijn beklijvend in de manier waarop de verschillende stemmen tegen elkaar aanschuren, van dissonant naar consonant, opnieuw naar dissonant,... Dit in combinatie met homofone declamaties, wringende imitaties, het afwisselen van hogere en lagere tessituren. Bijzonder expressief, allemaal. Ik kan me voorstellen dat slechts weinig aanwezigen tijdens de uitvaart destijds de ogen droog hielden.
Kortom, een boeiend stuk muziek.
De zoektocht naar de volledige originele partituur gaat verder. Wordt vervolgd.
* Monique De Smet inventariseerde in 1959 het werk van Jean-Noël Hamal, ik neem haar indeling over.
** Monique De Smet: Jean-Noël Hamal, Chanoine Impérial et directeur de la musique de la cathédrale de Saint-Lambert de Liège, Académie royale de Belgique, mémoires, 1959
*** Katrien Lenaerts en Giovanni Van Avermaet: Jean-Noël Hamal als belangrijk vertegenwoordiger van de Luikse school in de achttiende eeuw en verdere bestudering van zijn opus I, II en III en zijn vier opera's: Voëgge di Chôfontaine, Li ligeoi égagy, Li fiesse di Houte-si-plou, Les Ypoconte, Dissertatie lic. kunstwetenschappen: musicologie, 1996, 5 vol.
woensdag 2 januari 2013
Giovanni: 'Mijn lijstje van 2012'
Ik heb even nagedacht over mijn beste lees-, luister- en andere ervaringen van 2012. Ik zet ze hier vlug even samen in een lijstje, niet omdat ik mijn eigen oordeel zo hoog acht, maar omdat ik het zelf altijd leuk vind om elders dergelijke meningen te lezen.
Hier gaan we.
Boeken (non-fictie)
Het grootste spektakel ter wereld - Richard Dawkins
Men mag over Dawkins beweren wat men wil, ik ben fan ! De man is er met dit boek in geslaagd mij als niet-bioloog de evolutiebiologie haarfijn en verstaanbaar uit de doeken doen. Bovendien fikst hij het om op zowat elke pagina mijn kinnebak te doen openvallen van verstomming. De titel van het boek is geenszins een overdrijving.
Het verdorven genootschap - Philipp Blom
Philipp Blom schreef een fascinerende geschiedenis over de lange tijd vergeten radicalen van de achttiende-eeuwse Franse verlichting, met Denis Diderot en Thiry d'Holbach als spilfiguren.Een complete recensie kan u terugvinden op de website van Liberales.
Grand Central Belge - Pascal Verbeken
Zelden zoveel over de aard en de geschiedenis van ons land geleerd dan tijdens deze wandeling van journalist Pascal Verbeken over het oude spoorwegtraject van de Grand Central Belge, van Treignes tot Antwerpen. De Standaard beoordeelde dit boek met vijf sterren en een mooie recensie.
Grand Central Belge is een heel ander boek dan bijvoorbeeld België, een geschiedenis zonder land van Rolf Falter, dat ik ook heel hard kan aanbevelen.
De Frankrijk-trilogie - Bart Van Loo
Zelfs in de wachtkamer van de tandarts raak je met dit boek in een mum van tijd in Franse sferen. Verslavend.
Evolutionair denken, de invloed van Darwin op ons wereldbeeld - Chris Buskes
Chris Buskes maakt duidelijk dat er vrijwel geen wetenschapsgebied of domein uit onze samenleving is aan te wijzen dat niet door Darwins evolutietheorie is beïnvloed: sociobiologie, antropologie, taal, bewijstzijn, cultuur, epistemologie, religie, moraal, esthetica, geneeskunde, eugenetica,... Verbazingwekkend !
De omweg naar Santiago - Cees Nooteboom
De omzwervingen van Cees Nooteboom in Spanje, gebundeld in één boek. Goede wijn behoeft geen krans.
De ontdekking van Frankrijk - Gaham Robb
'Dit boek is het resultaat van ruim tweeëntwintigduizend kilometer in het zadel en vier jaar in de bibliotheek', weet de auteur. Het schetst Frankrijk historisch, geografisch en antropologisch en blijft mijlenver weg van de platgetreden paden. Boeiend, boeiend, boeiend.
Boeken (fictie)
Het ongrijpbare meisje - Mario Vargas Llosa
Humo schreef over dit boek: "Te klasseren onder: 'grootse romans over de alles verwoestende trekstraal van de liefde." Beter kan ik het niet zeggen.
Kleine dagen - Bernard Dewulf
Mooier wordt er over het dagdagelijkse niet geschreven.
Vurige tong - Ann De Craemer
Een zeer herkenbare roman voor een plattelander als ik over de impact van het katholicisme in Vlaanderen. Aan de tweede roman van De Craemer, De Seingever, begin ik eerstdaags te lezen.
Tantes - Cyriel Buysse
Behoud van status en kleinburgerlijkheid staan centraal in deze klassieke roman, die na al die jaren nog steeds aangenaam leesbaar is.
De New York-trilogie - Paul Auster
Steengoede mystery-novels, vervlochten tot één geheel. Sunset Park van Auster staat op mijn lijstje voor 2013.
Contrapunt - Anna Enquist
Of hoe een roman de muzikale ontwikkeling van J.S. Bachs Goldbergvariaties volgt. Mooi gecomponeerd.
CD's
Anima Eterna
Ik heb in 2012 zowat het hele oeuvre van dit in Brugge residerende orkest verkend. Wie naar de integrale Beethoven-symfonieën luistert weet meteen hoe het orkest de vraag 'Waarom zou men dit nog eens opnemen ?' doet verstommen. Schitterende nieuwe en spitse uitvoeringen, vertrekkende vanuit de studie van de partituur en de (muziek-)historische context. Onwaarschijnlijk mooi en muzikaal.
Het 'Concerto voor deux pianos' van Francis Poulenc zindert ook nog na.
Accademia Bizantina
Ook van dit orkest heb ik alles beluisterd wat ik in handen kon krijgen. Ze beperken zich tot het barokrepertoire maar doen dat verbluffend. Een cd met orgelconcerti van G.F. Handel, met als solist de leider van het ensemble, Ottavio Dantone, zet ik het vaakst terug op.
Mark Knopfler - Privateering
Gewoon omdat ik hondstrouw ben aan de man, en dat ook blijf.
Klara-reeks 'De Vroolijke tocht' - Michiel Hendryckx
Fotograaf Michiel Hendryckx reisde Cyriel Buysse achterna en dat resulteerde in een reportagereeks voor Klara. Hendryckx, eigenzinnig zoals steeds. De radioreeks werd
samen met het oorspronkelijke reisboek van Buysse heruitgegeven.
Museum
Het 'Museum der letteren en manuscripten'
in de Koningsgalerij te Brussel, een must.
www.mlmb.be Een verslag van één van mijn bezoekjes kan u hier nalezen.
Hier gaan we.
Boeken (non-fictie)
Het grootste spektakel ter wereld - Richard Dawkins
Men mag over Dawkins beweren wat men wil, ik ben fan ! De man is er met dit boek in geslaagd mij als niet-bioloog de evolutiebiologie haarfijn en verstaanbaar uit de doeken doen. Bovendien fikst hij het om op zowat elke pagina mijn kinnebak te doen openvallen van verstomming. De titel van het boek is geenszins een overdrijving.
Het verdorven genootschap - Philipp Blom
Philipp Blom schreef een fascinerende geschiedenis over de lange tijd vergeten radicalen van de achttiende-eeuwse Franse verlichting, met Denis Diderot en Thiry d'Holbach als spilfiguren.Een complete recensie kan u terugvinden op de website van Liberales.
Grand Central Belge - Pascal Verbeken
Zelden zoveel over de aard en de geschiedenis van ons land geleerd dan tijdens deze wandeling van journalist Pascal Verbeken over het oude spoorwegtraject van de Grand Central Belge, van Treignes tot Antwerpen. De Standaard beoordeelde dit boek met vijf sterren en een mooie recensie.
Grand Central Belge is een heel ander boek dan bijvoorbeeld België, een geschiedenis zonder land van Rolf Falter, dat ik ook heel hard kan aanbevelen.
De Frankrijk-trilogie - Bart Van Loo
Zelfs in de wachtkamer van de tandarts raak je met dit boek in een mum van tijd in Franse sferen. Verslavend.
Evolutionair denken, de invloed van Darwin op ons wereldbeeld - Chris Buskes
Chris Buskes maakt duidelijk dat er vrijwel geen wetenschapsgebied of domein uit onze samenleving is aan te wijzen dat niet door Darwins evolutietheorie is beïnvloed: sociobiologie, antropologie, taal, bewijstzijn, cultuur, epistemologie, religie, moraal, esthetica, geneeskunde, eugenetica,... Verbazingwekkend !
De omweg naar Santiago - Cees Nooteboom
De omzwervingen van Cees Nooteboom in Spanje, gebundeld in één boek. Goede wijn behoeft geen krans.
De ontdekking van Frankrijk - Gaham Robb
'Dit boek is het resultaat van ruim tweeëntwintigduizend kilometer in het zadel en vier jaar in de bibliotheek', weet de auteur. Het schetst Frankrijk historisch, geografisch en antropologisch en blijft mijlenver weg van de platgetreden paden. Boeiend, boeiend, boeiend.
Boeken (fictie)
Het ongrijpbare meisje - Mario Vargas Llosa
Humo schreef over dit boek: "Te klasseren onder: 'grootse romans over de alles verwoestende trekstraal van de liefde." Beter kan ik het niet zeggen.
Kleine dagen - Bernard Dewulf
Mooier wordt er over het dagdagelijkse niet geschreven.
Vurige tong - Ann De Craemer
Een zeer herkenbare roman voor een plattelander als ik over de impact van het katholicisme in Vlaanderen. Aan de tweede roman van De Craemer, De Seingever, begin ik eerstdaags te lezen.
Tantes - Cyriel Buysse
Behoud van status en kleinburgerlijkheid staan centraal in deze klassieke roman, die na al die jaren nog steeds aangenaam leesbaar is.
De New York-trilogie - Paul Auster
Steengoede mystery-novels, vervlochten tot één geheel. Sunset Park van Auster staat op mijn lijstje voor 2013.
Contrapunt - Anna Enquist
Of hoe een roman de muzikale ontwikkeling van J.S. Bachs Goldbergvariaties volgt. Mooi gecomponeerd.
CD's
Anima Eterna
Ik heb in 2012 zowat het hele oeuvre van dit in Brugge residerende orkest verkend. Wie naar de integrale Beethoven-symfonieën luistert weet meteen hoe het orkest de vraag 'Waarom zou men dit nog eens opnemen ?' doet verstommen. Schitterende nieuwe en spitse uitvoeringen, vertrekkende vanuit de studie van de partituur en de (muziek-)historische context. Onwaarschijnlijk mooi en muzikaal.
Het 'Concerto voor deux pianos' van Francis Poulenc zindert ook nog na.
Accademia Bizantina
Ook van dit orkest heb ik alles beluisterd wat ik in handen kon krijgen. Ze beperken zich tot het barokrepertoire maar doen dat verbluffend. Een cd met orgelconcerti van G.F. Handel, met als solist de leider van het ensemble, Ottavio Dantone, zet ik het vaakst terug op.
Mark Knopfler - Privateering
Gewoon omdat ik hondstrouw ben aan de man, en dat ook blijf.
Klara-reeks 'De Vroolijke tocht' - Michiel Hendryckx
Fotograaf Michiel Hendryckx reisde Cyriel Buysse achterna en dat resulteerde in een reportagereeks voor Klara. Hendryckx, eigenzinnig zoals steeds. De radioreeks werd
samen met het oorspronkelijke reisboek van Buysse heruitgegeven.
Museum
Het 'Museum der letteren en manuscripten'
in de Koningsgalerij te Brussel, een must.
www.mlmb.be Een verslag van één van mijn bezoekjes kan u hier nalezen.
Labels:
Anima Eterna,
Ann De Craemer,
Bart Van Loo,
Bernard Dewulf,
boekbespreking,
boeken,
Cees Nooteboom,
Chris Buskes,
lezen,
Pascal Verbeken,
Paul Auster,
Philipp Blom,
Richard Dawkins
zondag 25 november 2012
Daan bezorgt hoofdpiet een lachbui
Rune en Daan gingen vandaag, in Brussel, bij de Sint op bezoek.
Dat ging uiteraard gepaard met een persoonlijke babbel en het uitdelen van cadeautjes.
Sinterklaas zong uitgebreid de lof van Daan.
'Ik weet dat je jezelf hebt leren lezen, Daan, dat is echt wel sterk. Maar,...', zei de Sint, 'leren fietsen, dat is niet echt jouw ding, heb ik begrepen.'
Waarop Daan, ijzig kalm, met zijn ogen draaide en een gezicht trok waarop te lezen stond: 'Mama en papa doen al niets anders dan daarover zagen, over dat fietsen, ga jij nu ook beginnen ?'
En dan... een ellenlange 'pffffffffft'.
De hoofdpiet, die hield het niet langer uit, draaide zich om en stond enkele minuten lang na te schokken van het lachen.
vrijdag 3 augustus 2012
Feest in Lokeren, 10 jaar geleden
Een tiental jaar geleden liep ik voor Het Nieuwsblad tien dagen op de Feesten rond. In mijn archief vond ik een aantal columns van toen terug. Prettige feesten, Lokeren !
Een nauwsluitend pak (4/8/2003)
Nauwelijks de pampers ontgroeid, vanuit de kinderwagen of zittend in de nek van vader, bevindt de piepjonge Lokeraar zich plots temidden een druk plein. Hij of zij begrijpt die hele heisa ongetwijfeld (nog) niet. Maar toch! Sindsdien staan die meute en die nietige kleine mannetjes, zwoegend op dat immense podium, op het netvlies van de Lokeraar - en bij uitbreiding de Zelenaar, de Moerbekenaar en andere aangelanden - gebrand. Dat is het moment waarop we allemaal het Lokerse Feesten-pak hebben aangetrokken. En zeg nu zelf, dat pak zit als gegoten. Want ieder normaal mens uit de wijde omgeving met een beetje monter bloed in de aderen komt terug. Bedolven onder de jeugdpuistjes drink je er je eerste pinten. Je eerste liefje vergezelt je naar de Feesten. Datzelfde vriendinnetje, het harteloze wicht, laat je vervolgens stikken voor het eerste het beste papkind. Het jaar daarop loop je haar op datzelfde plein, ondanks een duur gezworen eed, opnieuw tegen het lijf en morst een Hoegaarden op haar mooiste topje. Met een heleboel kromzinnen en af en toe een krachtterm probeer je die zet als een ongelukje af te doen. Heel geloofwaardig komt het niet over.
Wat er ook van zij, een beetje tot wasdom gekomen, blijft de Grote Kaai een enorme aantrekkingspool. Je danst er met een Stella in de hand en kan nauwelijks verhinderen dat het bier tot over de rand klotst.
Op de Feesten recycleer je niet alleen het afval, maar ook de grappen van de vorige jaren. En, er is uiteraard muziek, en ambiance. Prachtige zomernachten vielen er te beleven, ik duik even in mijn eigen herinnering: John Cale met strijkkwartet, hal-le-lu-jah! Loudon Wainwright III, Brendan Croker, de doodgewone jongen Bram Vermeulen, Blue Blot, Charles et les Lulus, enfant terrible Arno himself,... Het lijstje is haast eindeloos.
Vandaag staan we hier terug, misschien wel met een kindje in de nek of een kinderwagen aan de hand. Die nietige kleine mannetjes, zwoegend op dat immense podium zijn er goddank opnieuw bij, de meute ook. We dragen nog steeds dat nauwsluitende pak. Niet zomaar een pak, laat dat duidelijk zijn, maar eentje dat meegroeide van maatje 1 tot een stevig uit de kluiten gewassen extra-large.
Goed gezelschap (8/8/2003)
We moeten het de medewerkers van de Lokerse Feesten nageven: in het scheppen van een grotesk universum zijn het meesters. Met een verbluffende handigheid en een enorme verbeelding slagen ze er elk jaar in om hun eigen kraampje op het plein tot een surrealistische lusthof om te toveren. Of vind je het normaal dat er op een festivalplein plots met stof beklede zetels staan waar je - met een aardbei in de ene hand, een glas champagne in de andere - even languit kan gaan uitblazen? Alsof je in de eerste de beste nachtclub bent beland. Even de ogen dicht en je waant je met een half ontblote lolita op de schoot.
De cocktailbar, even verderop, houdt op dat vlak al jaren een reputatie hoog. Zij doen het veeleer met woorden. Waag het er niet een wodka-orange te bestellen, of een Bloody Mary. Je wordt uitgelachten terwijl je erbij staat. Een 'Schieve Zjieeker' of een 'Kloeke Foefe', dat staat wel op de kaart. Gisteren nog een jong koppeltje gezien dat met de staart tussen de benen en het schaamrood op de kaken twee 'Hieete Bieete's' bestelde.
U, net als ik, we moeten er af en toe eens uit. En daar zijn alle middelen goed voor. We zijn inderdaad een volk van kathedralenbouwers, maar hebben we in de loop der jaren niet minstens evenveel dromen en illusies gebouwd waarin we konden vluchten? Kwestie van eventjes, soms enkele luttele seconden, aan de alledaagsheid te ontsnappen? De kraampjes op de Lokerse Feesten werken gewoon verder in de lijn van een lovenswaardige traditie. Brueghel, Bosch, Magritte en Panamarenko, middeleeuwse vaganten met hun liederen, zelfs het Aalsters carnaval: zij hebben het voorgedaan.
Goed gezelschap als je het mij vraagt.
Koesteren, die Feesten (12/8/2002)
Ik heb het even opgezocht: mijn allereerste herinneringen aan de Feesten dateren van het jaar 1985. Als tienjarige knaap werd ik aan de hand van mijn vader naar de Oude Vismijn geleid en sloeg er zittend op zijn schouders een iel mannetje achter een zwarte vleugelpiano gade. Dat beeld staat op mijn netvlies gebrand. Dat frêle mannetje bleek de grote Raymond te zijn. Ik heb er een nimmer aflatend respect voor live-artiesten aan over gehouden.
Zeventien jaar later bezoek ik de Feesten voor het eerst op een geheel andere manier: niet als argeloos joch, noch als grillige collegetiener en niet pronkend met de nieuwste verovering - allemaal stadia die de gemiddelde Feestenganger uit de wijde omgeving doormaakt - , maar als verslaggever.
Een kijk achter de coulissen van zowel de Fonnefeesten als de Lokerse Feesten is verbluffend. De media staan er zowat bol van: 'De actieve participatie aan het verenigingsleven taant. Alles verzuurt.' Niks van gemerkt op de Feesten! Honderden vrijwilligers zijn dag en nacht in de weer - sommigen veertien dagen lang, offeren hun vakantie en nachtrust op - om deze immense organisaties tot een goed einde te brengen. Met slechts een doel voor ogen: mensen laten feesten en er zelf plezier aan beleven.''
De beide Feesten, de enthousiaste horeca, de duizenden bezoekers: het zijn geschenken uit de hemel voor een provinciestad als Lokeren en haar inwoners. Laten we ze daarom met zijn allen koesteren.
Een nauwsluitend pak (4/8/2003)
Nauwelijks de pampers ontgroeid, vanuit de kinderwagen of zittend in de nek van vader, bevindt de piepjonge Lokeraar zich plots temidden een druk plein. Hij of zij begrijpt die hele heisa ongetwijfeld (nog) niet. Maar toch! Sindsdien staan die meute en die nietige kleine mannetjes, zwoegend op dat immense podium, op het netvlies van de Lokeraar - en bij uitbreiding de Zelenaar, de Moerbekenaar en andere aangelanden - gebrand. Dat is het moment waarop we allemaal het Lokerse Feesten-pak hebben aangetrokken. En zeg nu zelf, dat pak zit als gegoten. Want ieder normaal mens uit de wijde omgeving met een beetje monter bloed in de aderen komt terug. Bedolven onder de jeugdpuistjes drink je er je eerste pinten. Je eerste liefje vergezelt je naar de Feesten. Datzelfde vriendinnetje, het harteloze wicht, laat je vervolgens stikken voor het eerste het beste papkind. Het jaar daarop loop je haar op datzelfde plein, ondanks een duur gezworen eed, opnieuw tegen het lijf en morst een Hoegaarden op haar mooiste topje. Met een heleboel kromzinnen en af en toe een krachtterm probeer je die zet als een ongelukje af te doen. Heel geloofwaardig komt het niet over.
Wat er ook van zij, een beetje tot wasdom gekomen, blijft de Grote Kaai een enorme aantrekkingspool. Je danst er met een Stella in de hand en kan nauwelijks verhinderen dat het bier tot over de rand klotst.
Op de Feesten recycleer je niet alleen het afval, maar ook de grappen van de vorige jaren. En, er is uiteraard muziek, en ambiance. Prachtige zomernachten vielen er te beleven, ik duik even in mijn eigen herinnering: John Cale met strijkkwartet, hal-le-lu-jah! Loudon Wainwright III, Brendan Croker, de doodgewone jongen Bram Vermeulen, Blue Blot, Charles et les Lulus, enfant terrible Arno himself,... Het lijstje is haast eindeloos.
Vandaag staan we hier terug, misschien wel met een kindje in de nek of een kinderwagen aan de hand. Die nietige kleine mannetjes, zwoegend op dat immense podium zijn er goddank opnieuw bij, de meute ook. We dragen nog steeds dat nauwsluitende pak. Niet zomaar een pak, laat dat duidelijk zijn, maar eentje dat meegroeide van maatje 1 tot een stevig uit de kluiten gewassen extra-large.
Goed gezelschap (8/8/2003)
We moeten het de medewerkers van de Lokerse Feesten nageven: in het scheppen van een grotesk universum zijn het meesters. Met een verbluffende handigheid en een enorme verbeelding slagen ze er elk jaar in om hun eigen kraampje op het plein tot een surrealistische lusthof om te toveren. Of vind je het normaal dat er op een festivalplein plots met stof beklede zetels staan waar je - met een aardbei in de ene hand, een glas champagne in de andere - even languit kan gaan uitblazen? Alsof je in de eerste de beste nachtclub bent beland. Even de ogen dicht en je waant je met een half ontblote lolita op de schoot.
De cocktailbar, even verderop, houdt op dat vlak al jaren een reputatie hoog. Zij doen het veeleer met woorden. Waag het er niet een wodka-orange te bestellen, of een Bloody Mary. Je wordt uitgelachten terwijl je erbij staat. Een 'Schieve Zjieeker' of een 'Kloeke Foefe', dat staat wel op de kaart. Gisteren nog een jong koppeltje gezien dat met de staart tussen de benen en het schaamrood op de kaken twee 'Hieete Bieete's' bestelde.
U, net als ik, we moeten er af en toe eens uit. En daar zijn alle middelen goed voor. We zijn inderdaad een volk van kathedralenbouwers, maar hebben we in de loop der jaren niet minstens evenveel dromen en illusies gebouwd waarin we konden vluchten? Kwestie van eventjes, soms enkele luttele seconden, aan de alledaagsheid te ontsnappen? De kraampjes op de Lokerse Feesten werken gewoon verder in de lijn van een lovenswaardige traditie. Brueghel, Bosch, Magritte en Panamarenko, middeleeuwse vaganten met hun liederen, zelfs het Aalsters carnaval: zij hebben het voorgedaan.
Goed gezelschap als je het mij vraagt.
Koesteren, die Feesten (12/8/2002)
Ik heb het even opgezocht: mijn allereerste herinneringen aan de Feesten dateren van het jaar 1985. Als tienjarige knaap werd ik aan de hand van mijn vader naar de Oude Vismijn geleid en sloeg er zittend op zijn schouders een iel mannetje achter een zwarte vleugelpiano gade. Dat beeld staat op mijn netvlies gebrand. Dat frêle mannetje bleek de grote Raymond te zijn. Ik heb er een nimmer aflatend respect voor live-artiesten aan over gehouden.
Zeventien jaar later bezoek ik de Feesten voor het eerst op een geheel andere manier: niet als argeloos joch, noch als grillige collegetiener en niet pronkend met de nieuwste verovering - allemaal stadia die de gemiddelde Feestenganger uit de wijde omgeving doormaakt - , maar als verslaggever.
Een kijk achter de coulissen van zowel de Fonnefeesten als de Lokerse Feesten is verbluffend. De media staan er zowat bol van: 'De actieve participatie aan het verenigingsleven taant. Alles verzuurt.' Niks van gemerkt op de Feesten! Honderden vrijwilligers zijn dag en nacht in de weer - sommigen veertien dagen lang, offeren hun vakantie en nachtrust op - om deze immense organisaties tot een goed einde te brengen. Met slechts een doel voor ogen: mensen laten feesten en er zelf plezier aan beleven.''
De beide Feesten, de enthousiaste horeca, de duizenden bezoekers: het zijn geschenken uit de hemel voor een provinciestad als Lokeren en haar inwoners. Laten we ze daarom met zijn allen koesteren.
donderdag 5 juli 2012
Giovanni: 'Beethoven'
Naar de bibliotheek gaan met de kinderen, het is en blijft een wederwaardigheid. Zelfs na zovele keren is het nog steeds of de poort van de grot van Ali Baba voor hen open gaat.
Ook vandaag.
Kinderboekjes, eerste lezer-boekjes, de DVD-afdeling: we deden onze gebruikelijke ronde. En de prille wetenschapsboekjes, uiteraard: over Koala's, planten, vreemde insecten, de uitgestorven dino's, Egyptenaren en Grieken, het verdwenen Atlantis.
'Als Atlantis op de bodem van de zee ligt, papa, kan het niet zo moeilijk zijn om dat te vinden', vond Rune. 'Koop gewoon zwemvliezen en een snorkel.'
Ik had het zo nog niet bekeken, moet ik toegeven.
Nadat ze hun rugzakjes hadden gevuld, wou ik toch nog even naar boven om voor mezelf een aantal cd'tjes uit te kiezen.
Amper boven begon Rune me raad te geven.
- 'Beet-ho-ven !' Rune is een vrij prille lezer.
- 'Papa, deze van Beethoven moet je zeker meenemen, Beethoven is mooi. Ik ken dat van de 'Kleine Einsteins' (Kleine Einsteins is een Disney-programma op Ketnet.)
- 'Mooi is dat zeker', zeg ik, 'maar ik heb de symfonieën van Beethoven allemaal thuis. Ik zou liever iets meenemen dat ik nog niet ken.'
- 'Nee, papa. Beethoven moet je meenemen. Als jij het niet doet, neem ik die cd's voor mezelf mee.'
- 'Okee, dan.'
Aangekomen op de Grote Kaai, bij de wagen, klampte Rune me aan.
- 'Papa, in de auto ga je toch Beethoven opzetten, hé ?'
Enfin, ik deed dat.
Hallo ! Ik wist niet wat ik hoorde. Ik kende heel wat versies en was helemaal weg van de uitvoeringen door Frans Brüggen en zijn Orkest van de achttiende eeuw. Maar Jos Van Immerseel en Anima Eterna sloegen me met verstomming. Op deze manier had ik Beethovens symfonieën nog niet gehoord.
Blij dat ik was dat ik naar mijn zoon geluisterd had.
De poort opende zich.
Sesam, weet je wel ?
Ook vandaag.
Kinderboekjes, eerste lezer-boekjes, de DVD-afdeling: we deden onze gebruikelijke ronde. En de prille wetenschapsboekjes, uiteraard: over Koala's, planten, vreemde insecten, de uitgestorven dino's, Egyptenaren en Grieken, het verdwenen Atlantis.
'Als Atlantis op de bodem van de zee ligt, papa, kan het niet zo moeilijk zijn om dat te vinden', vond Rune. 'Koop gewoon zwemvliezen en een snorkel.'
Ik had het zo nog niet bekeken, moet ik toegeven.
Amper boven begon Rune me raad te geven.
- 'Beet-ho-ven !' Rune is een vrij prille lezer.
- 'Papa, deze van Beethoven moet je zeker meenemen, Beethoven is mooi. Ik ken dat van de 'Kleine Einsteins' (Kleine Einsteins is een Disney-programma op Ketnet.)
- 'Mooi is dat zeker', zeg ik, 'maar ik heb de symfonieën van Beethoven allemaal thuis. Ik zou liever iets meenemen dat ik nog niet ken.'
- 'Nee, papa. Beethoven moet je meenemen. Als jij het niet doet, neem ik die cd's voor mezelf mee.'
- 'Okee, dan.'
Aangekomen op de Grote Kaai, bij de wagen, klampte Rune me aan.
- 'Papa, in de auto ga je toch Beethoven opzetten, hé ?'
Enfin, ik deed dat.
Hallo ! Ik wist niet wat ik hoorde. Ik kende heel wat versies en was helemaal weg van de uitvoeringen door Frans Brüggen en zijn Orkest van de achttiende eeuw. Maar Jos Van Immerseel en Anima Eterna sloegen me met verstomming. Op deze manier had ik Beethovens symfonieën nog niet gehoord.
Blij dat ik was dat ik naar mijn zoon geluisterd had.
De poort opende zich.
Sesam, weet je wel ?
Abonneren op:
Posts (Atom)
