zondag 1 augustus 2010

Giovanni: 'Kort gesprek tussen vader en zoon'

Papa: 'Dat gaat nogal een keer een verandering zijn, zo naar het eerste leerjaar gaan.'
Rune: 'Ja, dan ga ik geen dierengeluiden meer mogen nadoen in de klas.'
Papa: 'Euhm, waarom niet?'
Rune: 'Omdat je dan niet meer in de hoek vliegt, maar direct in de wei !'
Papa: '...'

woensdag 20 januari 2010

Rune: 'Egeltje gevonden in de tuin'

Vandaag vond ik een egeltje in de tuin.
Het sliep.
Want het is winter.
Met zijn hoofdje tussen zijn pootjes en tegen zijn buikje aan.
Een bolletje.

Omdat het onbeschermd in het gras zat, hebben we het wat beschutting gegeven.
We gaven het een bakje met water en wat eten.
Als het egeltje er morgen nog zit bouwen we een klein huisje van enkele bakstenen en een grote tegel.
Op een bedje van warm hooi mag het daar dan verderslapen.
Tot de zon komt.


Rune

donderdag 31 december 2009

Giovanni: 'Kinderliedjes mogen best spruitjes zijn'

Ik heb me deze week eventjes verdiept in een aantal kinder-cd's. Noodzakelijkerwijs.
Niet het Wiels-repertoire waar we op TV en radio mee om de oren worden geslagen. Niet dat daar iets mis mee is, maar het mag af en toe toch iets meer zijn.

Kapitein Winokio, daar konden we niet omheen, deze week. Er zat een best of-cd gratis bij de Humo. Leuk !
Winokio kenden Els en ik al een tijdje, sinds de eerste Beren-cd. Het concept is even onverslijtbaar, degelijk als eenvoudig. Winokio nodigt artiesten allerhande uit om op de hun eigengereide manier met traditionele kinderliedjes aan de slag te gaan. Dat levert pareltjes op van Daan, Kamagurka, Buscemi, Eva De Roovere, Vive la fête, Laïs, Peter Vermeersch, Henny Vrienten, Klezmic Noiz, Rocco Granata, Stijn, Think of one, ik kan nog een tijdje doorgaan.
Dikwijls een tikje - net als kinderen - ondeugend of stout. Het plezier van het muziek maken staat in elk nummer voorop. De liedjes klinken als huiskameropname's, zonder franjes. Niet afgeborsteld, met ruwe kantjes en echte onopgepoetste instrumenten. Puur en onversneden.
(De kinderen waren deze week wild van de Humo-compilatie, alleen al omwille van de bonus-track 'Er was een vogeltje dat niet meer kon kakken' door Guy Mortier, hier te bekijken. Rep
je daarna naar de dagbladhandel.)

Steengoed is ook het album 'Steek je vinger in de lucht', waarop muzikant en doet-al Jan De Smet en Frank Vander linden (vertalingen) met oude Woody Guthrie-songs aan het werk gaan. De Amerikaanse folklegende schreef ze destijds voor zijn vijfjarige dochter Cathy. In een folk- en rootsjasje en met veel virtuositeit en tientallen instrumenten brengt Jan De Smet ze in het Nederlands. En dat werkt. Dolenthousiast worden onze kinderen ervan.
Dat heeft, behalve met de muziek, ook veel met de teksten te maken. Ze sluiten naadloos aan bij de leefwereld van de kinderen. Meer nog, ze lijken eruit weggeplukt.

Er is dus meer dan de synthpop van Samson, K3 en Plop.
Kapitein Winokio verwoordt het zo: 'Er is niets mis met fastfood-kinderpop. Ik lust ook wel eens een hamburger. Maar je moet ook spruitjes leren eten.'
De nagel op de kop !

donderdag 12 november 2009

Giovanni: 'Carolus Zjaneuvelkann (1775-1847) over de Huiveldenaar'

In een Erwetegems antiquariaat vond ik onlangs het heemkundige werk 'Een Woelrat in ’t Bolwerck' van de achttiende-eeuwse kronikeur Carolus Zjaneuvelkann. Met oog voor detail beschrijft hij het leven in zijn Zele en dat van zijn voorvaderen. Na lezing blijkt hij vooral de Huiveldenaars zeer gunstig gezind te zijn. Een aantal opmerkelijke citaten wil ik u niet onthouden.

Over Sinterklaas
Dat de Huiveldenaar de echte kindervriend op bezoek krijgt en niet Sint-Maarten heeft alles te maken met zijn volksziel: ontvoogd, geëmancipeerd en een bijzonder koele minnaar van alles wat het centrale Zeelse gezag belichaamt.

Over het verschil tussen de centrumbewoners en de Huiveldenaars
Het is bekend dat de mensen die zich in dichte drommen en schamele huisjes rond de pas gebouwde Sint-Ludgeruskerk vestigen in hun blik enkel het vuur weerkaatsen dat de Huiveldenaars als vanouds en sinds mensenheugnis in zich dragen.

Over Huiveldse wijsheid
Huivelde is niet voor niets etymologisch afkomstig van Uleveld, Uilenveld. De uil geldt in de mythologie als de meest wijze vogel. Een nachtdier zijnde kan het dingen zien die anderen niet zien. Dit duidt op wijsheid. Athena, overigens de Griekse godin van de wijsheid, wordt vergezeld door een uil. Kwatongen beweren dat sommige Huiveldenaars na te lange feestjes braakballen afscheiden.

Over Reus Cesar
De pastoor-stichter van de parochie brouwde in het begin van deze eeuw (achttiende eeuw, GVA) nog steeds een wonderdrank naar aloude traditie. Opmerkelijk in dit verband is de gedenksteen die van het eerste parochiekerkje werd teruggevonden. Die vermeldt namelijk dat de bewuste kerk door drie nijvere ‘herculen’ in amper vier dagen werd opgetrokken. Eén van hen, reus Cesar, die tot op heden onvermoeibaar in allerlei optochten opdraaft, zou zich ooit daartoe – naar een Gallisch voorbeeld - in de ketel met toverdrank hebben laten vallen.

Opdracht, vooraan in het boek (in handschrift van de auteur)
Huivelde, waar Zele trots op is ! Of,… zou moeten zijn !

donderdag 29 oktober 2009

Giovanni: 'De Post, altijd een belevenis'

Een tijdje geleden kon u op deze blog al één van mijn belevenissen met het vooral door zichzelf gerespecteerde bedrijf dat zich gewillig De Post laat noemen, lezen.
Vandaag viel me opnieuw een straffer en tegelijk alweer doldwaas avontuur te beurt.
Een kleine reconstructie.

12.30 uur, na de middag.
Het postkantoor is verlaten, aan één loket brandt een lichtje. Er zijn, behalve mezelf, geen klanten in het gebouw.
Giovanni: 'Goeiemiddag, mijnheer, ik had deze brief graag voldoende laten frankeren.'
Loketbediende: 'Dat kan, heeft u een ticketje ?'
Giovanni: 'Een ticketje ?'
Loketbediende: 'Ja, iedereen moet bij de ingang een ticketje nemen.'
Giovanni: 'Sorry, ik wist het niet. Maar,... zover ik kan vaststellen, ben ik de enige klant.'
Loketbediende: 'Eerst een ticketje !'

Net op het moment dat ik me naar de automaat begeef, komt een dame De Post binnen en neemt haar ticketje. Voor mij, dus.
'Ja, blijkbaar moest ik ook een ticketje nemen', lach ik.
'Geen probleem', antwoordt de dame, 'Ga gerust eerst, ik heb geen haast.'

Giovanni: 'Hier is mijn ticketje.'
Loketbediende: 'Sorry, maar kan u even met de dame van ticketje wisselen, anders klopt het hier allemaal niet meer.'

De dame en ikzelf schieten in de lach.
De bediende vergaat ondertussen het lachen helemaal.
Bij het naar buiten gaan, check ik toch maar even of er geen verborgen camera hangt.
Niet dus, De Post is blijkbaar zelf één grote grap.

vrijdag 2 oktober 2009

Giovanni: 'Handmatige tondeuse'

Enkele weken geleden vonden we in het huis van mijn grootvader een metalen instrument. Het bleek een handmatige tondeuse te zijn, die je zo ongeveer bedient als een schaar. Het is een mooi vormgegeven voorwerp en bevindt zich in de oorspronkelijke doos met de originele handleiding. Het werkt ook echt en is vlijmscherp.
Ik vind het een leuk hebbedingetje, eigenlijk.

maandag 14 september 2009

Giovanni: 'Mark Knopflers Get Lucky, meteen een schot in de roos'

't Is een tweejaarlijks feest: de nieuwe Knopfler voor de eerste maal in de cd-lader steken. De laatste jaren bleken de platen van de ex-Dire Straitsfrontman groeiers te zijn, die bij herhaaldelijke beluistering beter en beter in het oor kwamen te liggen. 'Get Lucky' is daarentegen meteen een schot in de roos.

Betekent dit dat Knopfler de gepolijste popsound van de Straits opnieuw vanonder het stof heeft gehaald ? Helemaal niet ! Het album staat er mijlenver vanaf. Muzikaal althans. Textueel bouwt de Schot verder op de traditie die hij met 'Sultans of Swing', de eerste hit van Dire Straits, had ingezet. (And a crowd of young boys theyre fooling around in the corner/ Drunk and dressed in their best brown baggies and their platform soles/ They dont give a damn about any trumpet playing band/ It aint what they call rock and roll)

Beschouwend, vanop de zijlijn toekijkend, schetst hij kort en heel filmisch toestanden en personen. Geen toeval dat de derde studioplaat van Dire Straits de titel 'Making Movies' kreeg.

Over 'Get Lucky' zegt Knopfler zelf: 'De eerste zwerver die ik ooit tegenkwam zong 's winters in een soulband, werkte als het warmer was op een kermis of ging fruit plukken.' De titelsong van de nieuwe plaat gaat over deze man. 'Border reiver' behandelt dan weer het zware leven van truckchauffeurs waarmee hij als jongeman in Glasgow werd geconfronteerd. Knopfler zingt steeds verhalen. Hij zingt mensen, kort en gebald, in hun geluk en lijden, op een manier die me aan Victor Hugo doet denken. Hugo deed het wel niet in vier minuten. Muzikaal heeft 'Get Lucky' weinig of niets met de Straitsjaren gemeen. Ongelooflijk hoe Knopfler in de traditie duikt. Accordeon en whistle roepen onmiddellijk de Keltische muzikale overlevering op, onder meer in 'Border Reiver' en 'Piper to the end', een song over zijn nonkel Freddie, die doedelzakspeler was in het leger en sneuvelde bij Arras in 1940 op twintigjarige leeftijd.

Ik geniet ook telkens weer met volle teugen wanneer Knopfler de blues opzoekt. Hij doet het met een kwinkslag, met een knipoog en de nodige ironie. Hij deed dat destijds al met Dire Straits in 'Millionaire Blues' (Woke up this mornin', my jacuzzi wouldn't work/ Then the butler quit on me, man, can you believe it ? Jerk !) 'Hoe kan je als multimiljonair anders geloofwaardig blues brengen?', moet hij misschien wel gedacht hebben. Met 'Song for Sonny Liston' bewees hij al op een eerdere solo-cd het genre helemaal machtig te zijn. In 'You can't beat the house' trekt hij de bluesregisters opnieuw volledig open. Magnifiek !

Ik hoorde nog heel veel pareltjes op 'Get Lucky': 'Hard Shoulder', 'Before Gas and TV', 'Cleaning my gun', 'Remembrance Day' (al weet ik niet goed wat ik met het kinderkoor, hoewel subtiel, aan moet),...

Echt bloot geeft Knopfler zichzelf in 'Monteleone', daar toont hij zijn ware gezicht als muzikant/componist. In het lied bezingt Knopfler een gitaarbouwer die ooit voor hem een gitaar in elkaar stak. John Monteleone berichtte Knopfler over de vorderingen en durfde al eens af te sluiten met de woorden 'Mijn beitels roepen me.' Daar moest wel een nummer van komen. Het toont meteen het raakvlak tussen de instrumentenbouwer en de liedjesschrijver: Knopfler wil een interessant verhaal in een zo mooi mogelijk lied stoppen, zo goed mogelijk georkestreerd, zo degelijk als mogelijk uitgevoerd en opgenomen. Ambachtelijk maar perfectionistisch, zoals de instrumentenbouwer, of de meubelmaker bij wie elk detail, elke frul in het houtsnijwerk, volmaakt moet zijn.
Een zo mooi en interessant mogelijk nummer schrijven en dat zo goed mogelijk op plaat proberen te zetten, daar is niets mis mee.
Integendeel ! Het is vakmanschap !
Laat dat nu net hetgene zijn waar ik verzot op ben.