zondag 12 januari 2020

Berlioz: 'Uitblinken in uniciteit'


Bewerking van de introductie gegeven
n.a.v. het Nieuwjaarsconcert
door de Koninklijke Harmonie Ste-Cecilia Zele
op 12 januari 2020 in De Wiek (Zele)

Met de Symphonie Fantastique hebben we vandaag een werk op het programma dat niet alleen prachtig is maar ook een enorme stempel op de muziekgeschiedenis heeft gedrukt. Een Frans werk, van Hector Berlioz, een van de eerste grote Europese romantici, een driftige, onevenwichtige man.
Maar hij schreef mooie muziek, dus we vergeven hem dat.

Jeugd
Laten we beginnen bij het begin. Hector Berlioz werd geboren op 11 december 1803, in La Côte Saint-André, in de Dauphiné, tussen Vienne, Grenoble en Lyon, een dorpje met uitzicht op de besneeuwde toppen van de Alpen.

Hij werd dus geboren in 1803, in welk (muzikaal) tijdsgewricht zitten we dan?

We bevinden ons 14 jaar na het uitbreken van de revolutie in Frankrijk, woelige periode, één jaar voor de keizerskroning van Napoleon, hij had alle macht al naar zich toe getrokken.

Joseph Haydn sterft in 1809, Mozart en held van Berlioz Gluck zijn dan al een tijdje overleden. Het classicisme is over zijn hoogtepunt heen.

Op muzikaal vlak is Schubert in 1803 nog een kleuter, Carl Maria von Weber leeft nog, Beethoven schrijft in dat jaar zijn derde symfonie, zijn Eroica, oorspronkelijk opgedragen aan Napoleon, maar hij komt daar later nog op terug.

Het is een tijdperk waarin een nieuwe generatie zal opstaan.

1809 is het jaar waarin Felix Mendelssohn wordt geboren, Berlioz en Mendelssohn zullen later nog contact hebben. In 1810 zien Chopin en Schumann het levenslicht.

Verdi en Wagner doen dat in 1813, Wagner zal de belangrijkste rivaal van Berlioz worden inzake grootschalige muzikale drama’s.

Het gezin Berlioz

Hector was zoon van een plattelandsdokter, een chirurg met aanzien. In het gezin weerspiegelde zich de tweestrijd van dat moment: vader was athëist, moeder streng katholiek.

Blijkbaar droeg moeder de ideologische broek want Hector doet zijn eerste muzikale ervaring op tijdens zijn eerste communie, terwijl hem het sacrament werd toegediend, trof hem de schoonheid van de muziek

Aanvankelijk ging hij naar de middelbare school in het dorp, maar vader was er niet tevreden over en onderwees de jonge Berlioz zelf. Ook een beetje in de muziek. Maar meteen kreeg de literatuur Hectors bijzondere aandacht: Vergilius, Shakespeare en, met de typisch romantisch interesse voor alles wat zich buiten zijn eigen wereld afspeelde.

Hij krijgt privélessen fluit, gitaar (het enige instrument dat hij redelijk kon bespelen) en zang in het dorp. Hij kon goed van het blad zingen. Piano mocht hij niet studeren want zijn vader wou de liefde voor muziek niet al te zeer aanwakkeren.

Berlioz schrijft in zijn memoires hierover: Mijn vader wilde mij geen toestemming verlenen om piano te leren spelen, anders was ik waarschijnlijk een fantastische pianist geworden net als 40.000 anderen en hij vrijwaarde mij zodoende van de klaviergewenning en van de aantrekkingskracht van conventionele klankeffecten die zo verleidelijk zijn voor een componist.


We horen hier meteen de typische Berlioz die bij leven misschien bekender was als haarscherp muziekcriticus en satiricus dan als componist.
Berlioz verslond biografieën van Haydn en Gluck, hij bestudeerde op zichzelf hun composities en partituren, hij had snel door hoe een compositie in elkaar zat en begon op jonge leeftijd zelf te componeren.

Parijs

1821: Berlioz was 18 jaar en zijn vader stuurt hem naar Parijs om medicijnen te studeren. Maar Berlioz huiverde van de snijzaal. Hij beschrijft dat heel zintuiglijk in zijn mémoires.

De aanblik van de afgrijselijke hoop mensenlijken, de her en der verspreid liggende ledematen, die grijnzende koppen, die halfopen schedels, die bloederige cloaca waarin wij rondliepen, de weerzinwekkende geur die eruit opsteeg, de ratten die in een hoekje op bloederige wervels knabbelden joegen mij zoveel schrik aan dat ik hals over kop uit het raam van de snijzaal sprong.

Zijn mémoires zijn echt een aanrader, ze werden uitgegeven in de bekende reeks privédomein in twee delen. Berlioz was werkelijk een enorm goed schrijver, met enorm veel humor en zelfspot.

Voor veel studenten was een bezoek aan de opera onschuldig, maar voor Berlioz werd het zijn studie in de medicijnen fataal.

Zeker toen hij Les Danaïdes van Salieri ging beluisteren: de melodieën hiervan bleven door zijn hoofd spoken.

Het schitterende schouwspel, het welluidende ensemble dat orkest en koren tezamen vormden, het pathetische talent van Mme Branchu, haar buitengewone stem, de aria van Hypermnestra waarin ik alle ideale eigenschappen terugvond van de stijl van Gluck zoals ik me die had voorgesteld op grond van fragmenten van zijn Orpheus die ik ontdekt had in de bibliotheek van mijn vader, het verpletterende bacchanaal, dit alles bracht mij in een staat van opwinding die ik niet zal proberen te beschrijven. Ik was als een jongeman met een hang naar zee en die alleen nog maar de schuitjes op de meren in de bergen waar hij woont heeft gezien en die plotseling overgeplaatst zou worden op een driedekker in volle zee.

Berlioz beseft rond diezelfde tijd dat de conservatoriumbibliotheek voor iedereen toegankelijk is en gaat er de partituren van Christoph Willibald Gluck, (en ook van zijn adept Gaspare Spontini), bestuderen. Dat waren zijn helden: de toen immens populaire Rossini verafschuwde hij. Het beluisteren van een opera van Carl Maria von Weber uiteindelijk tilt hem over de laatklassieke school van Gluck heen. Hij komt op de overgang terecht van classicisme en romantiek.

Even kort schetsen, hoe die verhouding zit tussen klassiek en romantiek. In het classicisme was het duidelijk: we hadden te maken met klare evenwichtige vormen. Een symfonie had vier delen, we hoorden een eenvoudige melodie, enkelvoudige ritmes, een consonerende harmonie, en een lichte instrumentatie.
De romantiek brengt daar verandering: onvaste vormen met ineenvloeiende onderdelen, ingewikkelde melodieën met grote tessituren en expressieve intervallen, samengestelde, ongelijkmatige ritmes en onverwachte accenten, en vooral we krijgen te maken met de uitdrukking van de individuele persoonlijkheid die naar voor treedt. Dat uit zich in chromatiek en expressieve dissonanten, zwaardere instrumentatie, colorisme en virtuositeit.


Goed, Berlioz begint in Parijs lessen te nemen bij Jean-François Lesueur, een van de favoriete componisten van Napoleon, en kapelmeester aan de Parijse Notre-Dame. De man schreef vooral kerkmuziek en opera’s.

Op dat moment wordt het heftig in de relatie met zijn ouders: want zij willen allebei dat hij zijn studies medicijnen verderzet en de muziek opzij laat liggen. Zijn vader is enkele malen toegeeflijk als hij enkele van Berlioz’ vroege succesjes ziet, maar besluit op een bepaald moment zijn toelage stop te zetten, uiteindelijk draait hij weer bij. Maar de relatie met de strengkatholieke moeder is vertroebeld. Artiesten lagen toen nog niet goed in de markt en acteurs en andere artiesten mochten nog niet in gewijde grond worden begraven.

Berlioz gaat uiteindelijk koppig door en trekt naar het conservatorium om bij Antonin Rejcha te studeren. Rejcha had Beethoven nog ontmoet en was de leermeester van Franz Liszt, Charles Gounod en César Franck.

Berlioz had enkele kleine succesjes geboekt, kleine succesjes, want veelal leefde hij in armoede. Waarvoor hij steeds creatieve oplossingen zoekt:
- Muziekcriticus voor de kranten
- Koorzanger in het Theatre des Nouveautés (zijn moeder zou doodgevallen zijn had ze dat geweten, er werden vooral komische opera’s opgevoerd, banale producties zoals ‘De man die van weduwen hield’ Een beetje zoals het Echt Antwaarps Theater maar dan in het Frans en op muziek. Zijn zangopleiding uit het dorp rendeerde dus
(Aanrader: het boek Avonden met het orkest)
- Hij leidde een sober leven
- Neemt meermaals deel aan wedstrijden van Institut de France
  • Zijn werken worden vaak niet weerhouden
  • Of zijn werk wordt geweigerd wegens onuitvoerbaar: typisch Berlioz, hij zoekt de grenzen op
  • Vierde keer wint hij de begeerde Prix de Rome, hij heeft zich meer conformistisch opgesteld
- Of: hij vraagt gewoon geld, zoals in 1824 aan de schrijver Chateaubriand die hem antwoordt: '1200 francs, ik heb ze niet, ik zou ze u sturen als ik ze had. Maar de beproevingen waaraan het talent wordt blootgesteld, bewerken soms zijn triomf, en de dag van het succes maakt alles wat men heeft geleden goed.'

Wat componeert hij?

Berlioz is een man van het grotere gebaar. Kamermuziek laat hij links liggen, op een aantal liederen voor zang en piano na schreef hij vooral: opera’s, concertopera's: Les Troyens, Beatrice et Benedict, La damnation de Faust. Voor koor en orkest: Messe solennelle, Requiem, Te Deum. En dan uiteraard orkestmuziek: dramatische symfonieën, ouvertures.

Zijn stijl, belang?

Vele componisten bouwen verder op tradities, dat is bij Berlioz uiteraard niet anders, we hadden het al over Gluck en Von Weber maar zijn muziek staat voor een stuk op zichzelf, blinkt uit in originaliteit, uniciteit.

- De expressieve orkestratie, de nadruk op dramatische elementen die Von Weber introduceerde zullen door Berlioz verder worden uitgewerkt.

- Maar goed, het monumentale van Beethovens 3de symfonie, het verhalende van Beethovens 6de en het Franse gevoel voor coloriet, dat heeft hij zeker ook goed opgepikt.

Op vlak van harmonie en muzikale structuren was Berlioz zeer onconventioneel. Zijn tegenstanders verweten hem onwetendheid, zijn voorstanders roemden zijn avontuurlijke geest. Hij gaat volkomen vrije vormen hanteren, en expressionistische dissonanten om zijn eigen gevoelsgesteldheid volledig naar buiten te brengen.

Hij gebruikt gedurfde ritmes - hij haatte de 4-kwartsmaat en gaat die op allerlei manier proberen omzeilen: accenten op zwakke maatdelen, afwisseling van tweevoudige ritmes met triolen, afwijkende ritmes ter ondersteuning van de melodie,....

En ja, hij drukt zich hartstochtelijke uit met demonische en/of lugubere aspecten. Dat zullen we horen in het laatste deel van de Symphonie Fantastique. Hij citeert het Dies Irae uit het Latijnse requiem en omspeelt het met rondedansen.

Berlioz was een meester in orkestratie. Richard Strauss noemde hem de uitvinder van het moderne orkest, niet voor niets. 


- Hij voegde nieuwe instrumenten toe: Engelse hoorn (daar werd Adrian Schneider tijdens onze uiteenzetting heel lyrisch over), harp, basklarinet. In de Symphonie Fantastique schreef hij partijen voor serpent en ophicleide, uit onbruik geraakte instrumenten die in dit werk het kwaad vertegenwoordigden. In de harmonieversie hoorden we tuba en fagot.
- Berlioz ging voor een groter orkest, of toch af en toe. Haydn was nog tevreden met een orkest van 30 musici, Berlioz zet er voor een uitvoering van zijn Symphonie Fantastique 130 op het podium. Jos Van Immerseel nuanceert dit: als Berlioz goede muzikanten had was hij met 50 muzikanten content, had hij slechte muzikanten dan wou hij er 130. Niet alles is eenduidig bij Berlioz: hij droomde in zijn traktaat over orkestratie van een orkest met 30 piano’s en 30 harpen.

Die 130 muzikanten, dat gaf wel al eens aanleiding tot praktische problemen.

Toen de dag van de repetitie gekomen was, toen mijn honderddertig musici zich op het toneel wilden opstellen, wist men niet waar men ze neer moest zetten. Hier werd er om stoelen geroepen, daar om instrumenten, daar weer om kaarsen. De contrabassen hadden geen snaren.

Symphonie fantastique
 


Een heel belangrijk werk. Waarom? Hij introduceerde de programmamuziek, een typisch gegeven uit de romantiek, met dit werk.

Wat bedoelt men hiermee? De muziek krijgt een literaire achtergrond mee, er wordt een verhaal aan de muziek vastgeknoopt. Een extra-muzikale gedachtegang ligt vaker aan de basis van de meeste werken van Berlioz.

En Berlioz deed dat heel uitgesproken. Hij liet de tekst van het verhaal uitdelen voorafgaand aan het concert. Later zwakte hij dat af. Dat hangt, ondanks tal van symfonische gedichten in die periode, samen met de groeiende idee in de romantiek van de absolute muziek: muziek staat op zichzelf, heeft geen verhaal nodig.

Wij hebben het verhaal ook in het programmaboekje opgenomen en het zal bijkomend geprojecteerd worden.

Hij zegt er zelf over: Het is de bedoeling van de componist om verschillende episodes uit het leven van een artiest te schetsen in zoverre ze zich lenen tot een muzikale behandeling. Aangezien er geen gesproken woord kan toegevoegd worden, moet het programma op voorhand worden uiteengezet.


In dit geval behelst het literaire gegeven een ‘episode de la vie d’un artiste'. Sterk autobiografisch, overigens. Waarover gaat het verhaal? Ook zeer romantisch: een onbereikbare geliefde, een onbeantwoorde liefde. Na een uitvoering van Hamlet (Berlioz hield van Shakespeare) waarin ze Ophelia speelde werd Berlioz verliefd op de Ierse actrice Harriet Smithson. Hij heeft enorm veel moeite gedaan om haar hart te winnen.
Hij schreef haar tientallen brieven, hij stuurde haar bloemen, hij zorgde ervoor dat een werk van hem werd gespeeld op een recital waar zij ook op de affiche stond, hij ging zelfs in een appartement recht tegenover haar wonen. Een beetje een stalker, dus.

Het haalde allemaal niets uit. En op het moment dat Harriet Parijs verlaat, schrijft hij zijn Symphonie Fantastique, een manier om die aanvankelijk onbeantwoorde liefde uit te drukken. Hoe verwerkt Berlioz dit in het verhaal achter van zijn symfonie?

Een jonge musicus met een ziekelijk overgevoeligheid en een rijke verbeeldingskracht vergiftigt zich, in een aanval van liefdeswanhoop, met opium. De ingenomen dosis, die te zwak is om hem te doden, dompelt hem in een diepe slaap met hevige dromen en visioenen, gedurende welke zijn sensaties, gevoelens en herinneringen zich in zijn zieke brein omzetten in muzikale gedachten en beelden. De geliefde vrouw zelf is voor hem een melodie, een steeds terugkerend thema (idée fixe) geworden dat hem niet meer loslaat.

Die idee fixe is muziekhistorisch van groot belang, hij introduceerde het principe, ook al zijn er vroeger min of meer vergelijkbare principes te vinden. (in Bachs Johannespassie bijvoorbeeld) Het is eigenlijk hetzelfde dan hetgeen men in Duitstalige/Nederlandstalige gebieden het leidmotiv/leidmotief noemt en dat o.m. bij Wagner een grote rol zal gaan spelen. Bepaalde personages, of gevoelens, krijgen een muzikaal thema toegemeten dat steeds terugkeert.
(Bart toont het leidmotiv van Jaws)

In het werk krijgen we vijf delen:
- Rêveries passions
- Een bal
- Scéne op de velden
- Gang naar het schavot
- Droom van een heksensabbat

Ik blijf er niet te lang bij stilstaan gezien de tekst straks bij de symfonie wordt geprojecteerd.

Harriet Smithson was uiteindelijk niet op de premiere. Het heeft toen niet veel uitgehaald en Berlioz verloofde zich met Marie Moke, maar zij huwde uiteindelijk met de pianobouwer Pleyel.

Harriet Smithson erkende later wel nog het genie van Berlioz en ze huwden. Het werd een droevig huwelijk en ze leefden al snel gescheiden.

Ik zou zeggen: Geniet van dit prachtige werk. Leonard Bernstein omschreef het werk als de eerste muzikale oefening in psychedelica.



Giovanni

Bronnen:
- Hector Berlioz, Mijn leven, 1803-1834. Privédomein, Arbeiderspers.
- Hector Berlioz, Avonden met het orkest, Atlas
- Clarson Leach en Jos Van Leeuwen, Hector Berlioz, Gottmer uitgeverij
- Jan L. Broeckx, Grondslagen van de muziekgeschiedenis, Metropolis
- Wikipedia
- Symphonie fantastique, Anima eterna o.l.v. Jos Van Immerseel (cd + booklet)

zondag 20 oktober 2019

'Minstens enige deining in de kosmos'

Kort woordje 

na het hommageconcert 'Gabriël Verschraegen' 
en overhandiging van het eerste exemplaar van 
'Gabriël Verschraegen in zes getuigenissen' 
aan de weduwe Verschraegen.


Als ik kosmisch denk, zei Gabriël Verschraegen, dan ben ik me bewust van de relativiteit van mijn werk en dat ik als individu nul komma nul ben. De uitspraak typeert de bescheidenheid van Verschraegen. Maar deze avond, dames en heren, en uw talrijke aanwezigheid bewijzen dat Gabriël Verschraegen minstens enige deining in de kosmische straling heeft veroorzaakt en dat tot op vandaag nog steeds doet.

Ikzelf heb Gabriël Verschraegen niet persoonlijk gekend. Ik was amper zeven toen hij overleed. Maar, de voorbije weken en maanden had ik in het kader van deze publicatie het genoegen om met zes vooraanstaande getuigen te praten die hem van dichtbij gekend hebben, als zoon, als leerling, omdat hun talent door hem werd ontdekt, ze zijn werk uitvoerden of uitgaven, of hem in één van zijn functies opvolgden.
Ik moet zeggen, ik heb me hierbij enorm geamuseerd. De begeestering waarmee zij stuk voor stuk – ik noem hen even op, zoon Dirk Verschraegen, Marc Behiels, Dirk De Caluwe, Edward De Geest, Jo Van Eetvelde en Luk Bastiaens - over Gabriël Verschraegen vertelden en hun persoonlijke verhalen opdisten, werkte aanstekelijk. Net als hun welwillendheid. Ze infecteerden me met het Verschraegen-virus en samen schetsten ze een caleidoscopisch beeld van hem. Gaandeweg leerde ik de organist, de componist, de pedagoog, de ‘grote’ mens Verschraegen beter kennen: een intellectueel, een minzame man van vlees en bloed mét tonnen charisma, een strenge maar om zijn leerlingen bekommerde leraar, in zijn uitspraken steeds rechtuit, zonder omwegen. Ik denk dat ik het goed met hem zou kunnen vinden hebben. Zoiets, een groeiende verbondenheid met het onderwerp, hielp enorm bij het schrijven.

Nu kan ik alleen maar hopen dat jullie, tijdens het lezen, er minstens evenveel behagen in mogen vinden als ik tijdens het interviewen en schrijven.

Uiteraard hou ik eraan het eerste exemplaar cadeau te doen aan de dame die hem het beste heeft gekend, mevrouw Verschraegen, Maria Verniers.

Giovanni

De publicatie 'Gabriël Verschraegen in zes getuigenissen' is verkrijgbaar in het Infopunt Toerisme, Markt 2 en het Stadsmuseum, Markt 15 a, beiden te Lokeren.


donderdag 3 oktober 2019

'Gabriël Verschraegen, een hommage en een publicatie'

Gabriël Verschraegen (1919 – 1981), groot orgelcomponist met Lokerse roots, werd honderd jaar geleden geboren. Stad Lokeren werkte daarom een huldejaar uit dat wordt afgerond met een orgelrecital, en een publicatie.

-- Lees eerder: 'Een componist moet iets te vertellen hebben' --


Het orgel is een indrukwekkend instrument dat je op je adem kan nemen, bespeeld in de grote en hoge ruimte van een kerk, op de tonen van een componist als Verschraegen. Virtuoos, groots en spetterend. Of duister, kosmisch en mysterieus.
Tijdens het concert spelen organisten van verschillende generaties in zijn volle glorie hun keuze uit zijn rijke repertoire. Verschraegen, geboren in Doorslaar in 1919, was een vooraanstaand organist. Hij gaf vele concerten in binnen- en buitenland en deed talrijke LP-opnames. Hij was ook actief als muziekpedagoog. Hij was eerst directeur van de Lokerse Academie voor Muziek en Woord, en daarna directeur van het Gentse Conservatorium.  Als componist scheerde hij hoge toppen. In 2018 belandden zijn Drie Vlaamse Dansen in Klara’s top 100, tussen de meesterwerken van Bach, Mozart, Pergolesi en Beethoven. Een dergelijk groot Lokers talent, daar hoort een feestelijke herdenking bij.
Met organisten Edward De Geest, Jo Van Eetvelde, Jenny Stoop, Kristien Heirman en Nicolas De Troyer. Presentatie: Nicole Van Opstal (Klara).  

Zaterdag 19 oktober 2019, 20u15 / Sint-Laurentiuskerk, Markt 46, Lokeren. Tickets: 14 – 13 (65+) - 10 (VP) – 8  (-26) euro, inclusief drankje in Cultuurcafé. Tickets te koop via www.lokeren.be/cultuur of aan de balie van CC Lokeren, Kerkplein 5. Info: CC Lokeren, 09 340 50 56.


Zes getuigenissen
Toen in 2018 de eerste plannen voor een herdenkingsjaar rond de honderdste verjaardag van Gabriël Verschraegen werden gesmeed, borrelde het idee op om een publicatie op te hangen aan gesprekken met vooraanstaande getuigen die de kunstenaar van dichtbij gekend hebben, als zoon, als leerling, omdat hun talent door hem werd ontdekt, ze zijn werk uitvoerden of uitgaven, of hem in een van zijn functies opvolgden.
Giovanni Van Avermaet sprak met Marc Behiels, Edward De Geest, Dirk Verschraegen, Dirk De Caluwe, Jo Van Eetvelde en Luk Bastiaens. Gaandeweg ontspon zich een caleidoscopisch beeld van de organist, de componist, de pedagoog, de ‘grote’ mens Verschraegen: een intellectueel, een minzame man van vlees en bloed met tonnen charisma, een strenge maar om zijn leerlingen bekommerde leraar, in zijn uitspraken steeds rechtuit, zonder omwegen, recht op het doel af, no-nonsense.
De publicatie 'Gabriël Verschraegen, in zes getuigenissen' zal tijdens het hommageconcert van 19/10 beschikbaar zijn. Nadien is het te koop in het Infopunt Toerisme, Markt 2 en in het Stadsmuseum, Markt 15a, te Lokeren aan 5 euro.

zaterdag 1 juni 2019

'Een componist moet iets te vertellen hebben''

Onthulling gedenkzuil
aan de kerk van Doorslaar
ter nagedachtenis van Gabriël Verschraegen,
op 1 juni 2019.
Kort woordje tijdens de academische zitting ter gelegenheid van de start van het herdenkingsjaar '100 jaar Gabriël Verschraegen', vóór
 de uitvoering van diens Drie Vlaamse Dansen.

Dames en heren,

In het kader van een publicatie over het leven en werk van Gabriël Verschraegen die ergens in oktober zal verschijnen heb ik met een aantal vooraanstaande getuigen en musici gepraat. Aangezien we straks naar zijn Drie Vlaamse Dansen luisteren zal ik heel kort samenvatten wat zij over de componist Verschraegen te vertellen hebben.

Hoewel hij zichzelf als componist niet echt au sérieux nam, dat vertrouwde zoon Dirk me toe, en voornamelijk voor zijn plezier muziek schreef, is de muziek van professor Verschraegen oerdegelijk van schriftuur. Of om het met de woorden van zijn leerling Edward De Geest te zeggen: ‘Hij wist heel goed wat hij deed. Hij hield van de natuur, hij vond er inspiratie in voor muzikale thema’s. Zijn werk volgt de lijn die zijn leraar Flor Peeters uittekende, je hoort er Gregoriaans in, Bach ook. En er is de invloed van de barokke vormen die Max Reger hanteerde. In zijn laatste composities zocht hij naar iets nieuws, maar het duurde even voor hij dat effectief ingebouwd kreeg.’

Zoon Dirk Verschraegen zit grotendeels op dezelfde lijn. ‘Wat hij componeerde was niet vooruitstrevend’, beweert Dirk. ‘Hij heeft zijn eigen neo-barokke taal ontwikkeld doorheen de jaren, vertrekkend van de variatievorm en streng contrapunt, met invloeden van Hindemith en Reger. Hij behoorde niet tot de avant-garde van dat moment, dat was zijn klankidioom helemaal niet.’

Fluitist en dirigent Dirk de Caluwe beaamt de woorden van Edward De Geest dat Gabriël Verschraegen heel goed wist wat hij deed als componist. ‘Hij kon componeren! Sowieso heeft een organist een sterk analytisch vermogen’, vertelde Dirk. ‘Het orgel is mijns inziens het meest complete instrument, met al die manualen, het pedaal dat erbij komt, al die colorieten en klankkleuren in de registers. Die structuren, dat polyfone denken, organisten moeten zich daar meester van maken. Mensen die in dat contrapunt, in dat fugatisch denken uitblinken, reken ik tot de grootste genieën. Verschraegen had dat ook in de vingers, dat fugatisch denken.

Bovendien hield Gabriël Verschraegen sterk vast aan de suprematie van de melodie. Daar kan u zichzelf binnen enkele momenten van vergewissen. ‘Want’, zei hij zelf, ‘hoe vernuftig gebouwd, kleurrijk, geharmoniseerd of ritmisch karakteristiek een compositie ook moge zijn, toch zal de melodische spanning de zeggingskracht ervan bepalen.’

En sinds een omstandig gesprek met zoon Dirk weet ik dat Gabriël Verschraegen vond dat je als componist vooral ‘iets te vertellen moet hebben’.

Hij zou de tijdsduur van een muziekstuk nooit onnodig rekken. Daardoor zijn zijn werken vrij kort en zullen ze nooit vervelen of langdradig worden. Als dat gevaar dreigde zou hij onmiddellijk het werk beëindigd hebben.

In een programmaboekje voor één van de eerste Festivals van Vlaanderen wordt dit bevestigd ‘Hij (Gabriël Verschragen dus) spreekt zich in zijn muziek enkel en alleen uit wanneer hij waarlijk iets mede te delen heeft, en dit op de hem eigen markante wijze.’
‘Tenslotte’, zei de componist zelf, ‘moet de innerlijke idee domineren.’

In diezelfde filosofie hou ik het hierbij ook kort en laat ik graag de muziek spreken, want die heeft ontegensprekelijk iets te vertellen. Het is heel natuurlijke muziek, geen gezochte muziek, Gabriël Verschraegen schreef neer wat in zijn vingers opkwam en in het geval van dit werk deed hij dat in minder dan een week tijd.

Ik dank u.


Giovanni

donderdag 4 april 2019

Uit de kast (12): 'Vertellingen in concerto-vorm'

Ik heb me voorgenomen om op geregelde tijdstippen een cd uit de kast te halen die ik al jaren niet meer heb opgezet. Ik beluister de opname opnieuw en breng er hier kort verslag over uit.

Peter Benoit, fluit- en pianoconcerto, Ouverture Le roi des aulnes
Royal Flanders Philharmonic orchestra, Frédéric Devreese, Gaby van Riet, Luc Devos


Als zevenjarige stuurde ik ooit een gele briefkaart met als juiste antwoord Peter Benoit naar 't Kapoentje en won een pakketje strips. Alleen al daarom: hoog tijd om Benoit eens vanonder het stof te halen.  

In een box met Vlaamse symfonische muziek van August De Boeck, Arthur De Greef, Paul Gilson en Godfried Devreese zit ook een cd met werk van Peter Benoit: zijn piano- en fluitconcerto. Die benamingen werden er later aan gegeven want eigenlijk zijn het twee symfonische gedichten gebaseerd op een literaire inhoud, met het verschil dat de concertovorm werd gehanteerd en het geen louter symfonische vertellingen zijn. Zowel de fluit, gespeeld door Gaby Van Riet, als de piano van Luc Devos eisen solisten-aandacht op. Het principe is nauw verwant met wat de oudere generatie van Liszt en Berlioz hem voordeed.
Die literaire inhoud, dat is op zich al heel eigen aan de romantiek, de specifieke thema's zijn dat evenzeer. In het fluitconcerto draait het allemaal rond dwaallichtjes. Benoit is gaan neuzen in de vele Vlaamse legenden. Het kadert perfect in dat romantische nationalisme. Het pianoconcerto zweert bij ruïnes, die van het kasteel van Harelbeke, en de nacht. Romantischer kan het nauwelijks.
Eerlijk, ik hou er wel van, van beide werken. Van zijn muzikale taal ook. De aanhef van het fluitconcerto alleen al, daar spreekt internationale allure uit. Het is heel mooie, oerdegelijke muziek. Een derde werk vervolledigt de opname: de ouverture Le roi des aules, eveneens nu eens sprankelende, dan weer lyrische, maar steeds narratieve muziek.
Giovanni 

woensdag 3 april 2019

Uit de kast (11): 'Volksmuziek die Moldaafse armoede verzacht'

Ik heb me voorgenomen om op geregelde tijdstippen een cd uit de kast te halen die ik al jaren niet meer heb opgezet. Ik beluister de opname opnieuw en breng er hier kort verslag over uit.

Patricia Kopatchinskaja, Rapsodia
Muziek van Enescu, Ligeti, Kurtag, Dinicu, Ravel,...


Mijn eerste kennismaking met de violiste Patricia Kopatchinskaja was een cd van Philippe Herreweghe en zijn Orchestre des Champs-Elysées waarop ze de beide vioolconcerti en Romances van Beethoven speelde. Sindsdien ben ik benieuwd naar hetgeen ze uitbrengt. De cd Rapsodia was ons fijnste treffen tot op heden. Kopatchinskaja groeide op in het arme Moldavië. 'Toen God de wereldkaart bekeek', liet haar moeder zich ooit ontvallen, 'zei hij: "De wanhoop van dit kleine volk is zo groot dat een tegemoetkoming gepast is, ik zend hen de mooiste volksmuziek die er bestaat."'
Die muziek van haar thuisland vult de cd Rapsodia. Werken van Enescu, Ligeti, Kurtag, Dinicu, maar evengoed de bekende Tzigane van Ravel, componisten die de Moldavische muziektraditie in hun kunstmuziek verwerkten. 

'Iedere mens voelt zich wel ergens thuis', weet Kopatchinskaja. 'In een land, in het bijzin van zijn familie of in een muziekstijl. Alledrie heb ik ze op deze cd verenigd, als in een rapsodie.'
En dat klopt. Op de plaat spelen vader Viktor Kopatchinsky en moeder Emilia Kopatchinskaja mee. De vader gaat bijwijlen als een bezetene tekeer op de cimbalom, alsof hij enkel zijn eigen wetmatigheden volgt. De moeder volgde een klassieke vioolopleiding maar stortte zich nadat ze kennis maakte met Viktor volledig op de volksmuziek. Het resultaat van deze opmerkelijke samenwerking is een plaat die zo warm klinkt, dat die wel eens spontaan in de speler zou kunnen ontbranden.
Giovanni 

maandag 1 april 2019

Uit de kast (10): 'Ja, ter ere van wie, eigenlijk?'

Ik heb me voorgenomen om op geregelde tijdstippen een cd uit de kast te halen die ik al jaren niet meer heb opgezet. Ik beluister de opname opnieuw en breng er hier kort verslag over uit.

Beethoven, Missa solemnis
La Chapelle Royale, Collegium Vocale, Orchestre des Champs Elysées, Philippe Herreweghe


Beethoven heeft zich serieus uit de naad gewerkt voor zijn Missa Solemnis. Niet alleen heeft hij er maanden, zelfs enkele jaren, aan gezwoegd. Ook in lengte stijgt ze ver boven de traditionele gebruiksmis uit, waardoor de compositie eerder voor de concertzaal lijkt bedoeld. Bovendien gebruikt hij zowat alle componeertechnieken die hij gedurende zijn carrière aanwendde in dit magistrale werk. Met de uitvoerders hield hij trouwens weinig rekening, hij drijft ze tot het uiterste. John Eliot Gardiner noemde het werk 'het koorzangersequivalent van het beklimmen van de Mount Everest'. Maar waarom getroostte hij zich al die moeite? Was de doorgaans voor verlichte humanistisch geïnspireerde deïst/panthëist die nooit een mis bijwoonde strikter in de leer dan hij zelf graag liet uitschijnen? Zou hij dit echt enkel gedaan hebben om de mogelijke broodheer aartshertog Rudolf van Oostenrijk gunstig te stemmen? Of toch om een geestelijk statement te maken? Beethoven-biograaf Jan Caeyers hecht veel belang aan deze laatste these, omdat het Dona nobis pacem (geef ons de vrede) opmerkelijk uitgebreider wordt uitgewerkt dan de andere ordinarium-delen. Een thema overigens dat Beethoven twee jaar later nog eens zal hanteren in zijn bekendste werk, de negende symfonie. Maar dan op tekst van Schiller.
Het waarom zullen we nooit helemaal achterhalen, maar de Missa Solemnis is wat mij betreft dé ultieme Beethoven-compositie, met de romantische kunstenaar als gids naar het hogere. De versie van Philippe Herreweghe doet het werk alle eer aan. Voor mij persoonlijk mochten de solo-zangeressen ietsje minder vibrato gebruiken, maar een kniesoor die daarom maalt.
Giovanni